meisje met hand in zij

Omgaan met lichaamshaat

Het is een warme zondag wanneer ik dit schrijf. Ik ben vanochtend direct na het wakker worden de deur uitgegaan, omdat ik wist dat het anders zo’n dag zou worden. Zo’n dag met destructieve gedachten en acties, zo’n dag waarop ik mezelf ónder de grond praat, zo’n dag dat de angst voor het mezelf aan de buitenwereld moeten tonen alleen maar groter wordt. Dus, ik de deur uit. In een zomerse broek en t-shirt.

Ik draag graag wel maar ook liever niet een t-shirt. Wel, omdat ik op beide armen tatoeages heb die ik toch wel een beetje als kunst beschouw en waar ik trots op ben. Liever niet, omdat ik op beide armen ook minder kunstige dingen heb, zoals littekens. Het is het eerste jaar dat ik naar buiten ging met een t-shirt en verse, zichtbare littekens. Eerdere jaren moesten mijn bovenbenen en buik het vooral ontgelden, de plekken die ik het meest haat. Helaas viel ik het afgelopen jaar elke plek op mijn lichaam aan, ook de meer zichtbare ledematen. Mijn zelfhaat beperkt zich niet meer.

Vleeskeuring

Mijn net wakkere hoofd kon nog alleen aan koffie denken, dus ik zocht een van mijn favoriete koffietentjes op en ging in de ochtendzon zitten. Het terras was al vol, een van de grote nadelen aan wonen in de stad. Iedereen herkent het wel: je moet eerst over dat terras lopen, waar iedereen al zit en voor zich uitkijkt, om een tafeltje te bemachtigen. Iedereen die wel eens een gaybar in is gelopen, kent het nog beter: de vleeskeuring. Ik voelde dat mijn vlees, en de ongepaste lijntjes in dat vlees, werden gekeurd.

Oké, het moet me natuurlijk echt helemaal niets schelen, want ik ken die mensen niet en ze vallen me niet aan. Ook hoef ik niemand iets uit te leggen als ze ernaar vragen. Maar toch ben ik bang en toch sla ik dicht. Laatst nog, toen een vage bekende naar m’n arm wees en vroeg wat er was gebeurd. Ik liep maar gewoon weg. Wat moet ik zeggen? Ik heb helemaal geen zin om erover te praten. Ik wijs toch ook niet naar de buik van een zwangere vrouw en vraag wat er is gebeurd (nee, grapje).

Misschien vraag je je af waarom ik dan wel korte mouwen draag. Geen zorgen, dat is geen stomme vraag, ik vraag het mezelf ook vaak af. Als ik er lang bij stilsta, dan zou ik misschien inderdaad alleen maar lange mouwen dragen. Op mijn werk draag ik bijvoorbeeld nooit korte mouwen. Maar in mijn vrije tijd wil ik er juist niet te veel bij stilstaan. Ik wil niet steeds aan mijn zelfhaat, aan mijn zelfbeschadiging denken.

Afschuwelijk lichaam

Korte mouwen draag ik dus wel, maar korte broeken (nog) niet. Dit heeft niet alleen te maken met de littekens en plekjes op mijn bovenbenen, maar meer met mijn enorme afkeer van mijn bovenbenen. Het stuk vanaf mijn bovenbenen tot mijn borsten vind ik weerzinwekkend, maar dan echt wéérzinwekkend.

Het is allemaal nog wat erger geworden nu ik op het hoogste gewicht zit ooit in mijn leven. In therapie werk ik aan mezelf belonen in plaats van straffen en omdat ik nogal van eten hou, beloon ik mezelf met eten. Voorheen moest ik dan eerst iets presteren of de calorieën er eerst af hebben gesport, maar nu ‘moet’ ik het mezelf gewoon gunnen. Als ik naar mijn werk ben geweest, als ik naar buiten ben geweest op een slechte dag of gewoon als ik me goed voel. Uiteindelijk ben ik vanuit dat ‘gewoon leven’ meer gaan eten en minder gaan sporten en daardoor dus dikker geworden. Helaas ben ik nog niet zo goed in dat gewoon leven dat ik mijn nieuwe gewicht en bijbehorend lichaam accepteer.

Zelf vind ik de ander al snel leuk en interessant, zolang ze geen extreemrechtse assholes zijn. Ik vind veel verschillende mensen aantrekkelijk: mannen, vrouwen, a-genders, wit, zwart, dun en dik. Ik steun inclusiviteit en lichaamspositiviteit, maar als het op mezelf aankomt fatshame ik mezelf het donkere, depressieve gat in. En dan ben ik volgens maatschappelijke maatstaven niet eens dik. Toch heb ik veel problemen met het aanraken van mijn lichaam, douchen, aankleden, mijn huid verzorgen. Ik kijk niet naar beneden als ik douche en sta nooit naakt voor de spiegel. Terwijl ik aangekleed juist lang en obsessief voor de spiegel kan staan, waarbij ik bewijs probeer te vinden voor het bevestigen dan wel ontkrachten van de overtuiging dat ik lelijk ben.

China in mijn hoofd

Mijn psychiater noemt het China in mijn hoofd. Ik mag pas iets leuks doen als ik vind dat ik het heb verdiend en ik straf mezelf (nogal letterlijk) als ik iets niet goed heb gedaan. Mijn lat ligt extreem hoog, op alle fronten van mijn leven. Als ik iets doe, moet ik het goed doen. Dat betekent ook dat mijn fysieke aanwezigheid goed moet zijn en dat lukt gewoonweg niet. Niet alleen omdat ík mijn lichaam verafschuw, maar ook omdat ik niet weet wat een goede fysieke aanwezigheid is. Naast vriendelijkheid, begrip en beleefdheid is er een groot grijs gebied. Smaken verschillen nogal; de een vindt dit mooi en de ander vindt dat aantrekkelijk. Ik kan het nooit voor iedereen goed doen.

Ik kan het nooit goed doen. Een favoriet in mijn hoofd. Wat ‘het’ is maakt niet eens uit: ik kan het in ieder geval niet. Ik weet nog steeds niet, na tien jaar therapie, hoe ik het anders kan zien. Mijn bewustzijn wordt wel steeds een beetje groter, ook doordat ik opener ben geworden. Maar iets weten of begrijpen is nog iets anders dan voelen. Ik wéét bijvoorbeeld wel dat ik kwaliteiten en vaardigheden heb. Ik weet dat ik mensen mag vertrouwen als ze me complimenten geven. Ik weet dat vrienden niet gedwongen worden door een of andere natuurkracht om met mij om te gaan. Het maakt me verdrietig dat ik het zo vaak niet kan voelen.

Een kinderlijke behoefte

Laatst ben ik er ook bewust van geworden dat het grootste deel van mijn zelfbeschadigingsdrang voortkomt uit de behoefte om gekoesterd te worden. Ik wil lief gevonden worden, opgepakt, geknuffeld, getroost en vertroeteld. Een gewone, maar wel kinderlijke behoefte. Kinderlijk in de zin dat de behoefte niet door iedereen (als in: de lieve vrienden die ik heb) vervuld kan worden. De behoefte, of beter gezegd: het gemis, steekt. En het komt nog vaak genoeg voor dat ik het gemis en de bijbehorende pijn niet meer wil voelen en dat alles uitzichtloos lijkt. Mijn hoofd denkt dan weleens dat ik vast wel geknuffeld en getroost word als ik in het ziekenhuis beland.

Dan is het voelen dus sterker dan begrijpen dat ik daar, in dat ziekenhuis, echt niet de zorg krijg waar ik naar verlang. Net zoals ik weet dat ik het niet krijg bij een of andere oudere man die misbruik van me maakt. Of van mijn psychiater, die wel zijn best doet, maar ook niet in mijn behoefte kan voorzien.

Gelukkig is er wel muziek, poëzie, film, zijn er boeken en goede gesprekken. En uiteraard zijn er dieren, die ongelofelijk warm, zacht en niet-oordelend zijn.

Lees ook:

  • Weer een verkeerde steen

    Deze blog gaat in op zelfbeschadiging. Lees deze blog daarom niet als je weet dat dit niet fijn voor je is. Zoek je iemand om mee te praten? Neem dan contact op met de vrijwilligers…

  • Ik-wil-dood-cocktail

    Ik wil niet dat het dit met me doet. Ik wil niet gaan van een ontspannen avond naar: "ik wil dood", door een goed bedoelde vraag. En ik wil helemaal niet dood, maar mijn gevoel…

  • pexels photo 263370

    Gesprek gehad bij het UWV. Hoe gaat het op dit moment en wat kan ik aan? Ik krijg momenteel een uitkering voor langdurige ziekte en volgend jaar gaan ze weer herkeuren. Waar begrip in een…

4 reacties

  1. Ik twijfelde of ik deze zou lezen omdat bij het lezen van de titel ik al veel voelde.
    Toch gelezen, en ik reageer eigenlijk nooit maar nu “moet” ik. Jij omschrijft wat ik dagelijks ervaar. Lichaamshaat beheerst mijn leven op het moment. Ook zo confronterend hoe je die kinderlijke behoeften beschrijft. Herken er echt zoveel in! Zo bijzonder dat jij omschrijft wat ik voel.. denk vaak dat ik dit soort dingen alleen ervaar. Niemand die mij echt begrijpt. Maar jij wel..
    Heel bijzonder dit…
    Wil je even een dikke knuffel sturen! Dank je wel!

  2. Zo herkenbaar… “Als het slecht met me gaat / ik in het ziekenhuis lig, dan vinden mensen me vast wel lief en krijg ik vast wel knuffels en aandacht”. Maar zucht. Want zo werkt het leven niet – en zelfs als het zo werkt, is dat dan de manier waarop ik het wil? Toch niet…

    Het verlangen naar alles wat ook de liefste vrienden je tóch niet kunnen geven, doet pijn. Ik zal het je laten weten als ik een manier heb gevonden om daarmee om te gaan :’)
    Liefs, Sae

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ik wil linken naar een blog van mijn eigen website:

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Deze site plaatst cookies. Als je doorgaat met je bezoek aan dsmmeisjes.nl ga je akkoord met ons cookiebeleid.