image

Oeps, toch geen borderline

De diagnose

Het was 2014 en ik zat bij mijn psycholoog. Ik was een meisje van net 18 jaar, dat zenuwachtig zat te wachten op de diagnoses die haar toebedeeld zouden worden. Ik had een paar weken hiervoor een enkel gesprek gehad met een behandelaar en een paar kleine vragenlijstjes ingevuld, zodat mijn diagnose gesteld zou kunnen worden. Na een kort introducerend gesprekje kreeg ik te horen ‘wat er met mij aan de hand was’. Een identiteitsstoornis, PTSS, persoonlijkheidsstoornis NAO en borderline persoonlijkheidstrekken.

Licht gedesillusioneerd stond ik kort na het horen van mijn diagnoses weer buiten de deur van de ggz-instelling. Wat ik nog niet wist is dat ik de jaren die zouden volgen, behandeld zou worden voor de diagnoses die ik opgeplakt kreeg. Ik kreeg te horen dat ik moest deelnemen aan groepstherapieën. In de groep zou mijn gedrag gespiegeld worden en daarvan zou ik leren hoe ik zelf in elkaar stak. Ik ging de groepstherapie met frisse moed tegemoet.

Daar zat ik dan in een groep met vreemde mensen, niet wetende wat mij te wachten stond. Sociale contacten leggen vond ik sowieso al lastig en aan vreemden mijn levensverhaal vertellen, leek mij dan ook compleet onlogisch. De verhalen van mijn groepsgenoten kwamen binnen als een bom. Zelf durfde ik niet goed te zeggen wat ik dacht en voelde. Het lukte mij niet om in het gesprek in te voegen, of zelf een gesprek te beginnen. Daarnaast kwamen de pijnlijke levensverhalen van mijn groepsgenoten ongefilterd bij mij binnen. Ik voelde de emoties van de anderen en de spanningen in de groep sloegen in als een bom.

Compleet in paniek verliet ik die eerste dag de groep. Toen wist ik nog niet dat ik geen filter heb. Dat alle geuren, geluiden, woorden, emoties en gedachten binnenkwamen en ik deze op dat moment niet kon verwerken. Al snel werd het voor mij duidelijk dat deze groep niks voor mij was. Ik probeerde het en gaf mijn volle 100% (als het al niet 150% was), maar de inhoud van de gesprekken en alle emoties waren mij te veel. Het besluit te stoppen met de groep, werd gegooid op mijn borderline. Ik begreep er niks van, maar volgens de behandelaren zou ik niet mijn best hebben gedaan, niet aan mijzelf willen werken omdat dat zou zorgen voor een ergere emotionele disbalans, in een ontkenningsfase zitten en er met de pet naar gooien.

De therapie slaat niet aan?!

Na de groep volgde er twee jaar individuele behandeling en tijdens een van mijn wekelijkse privégesprekken werd mij voorgesteld om de VERS-training te gaan doen. Een training om emoties beter te leren beheersen. Daarop zei ik meteen: “Ja, dat doe ik.” Want ik wilde bewijzen dat ik écht mijn best deed binnen mijn therapie.

Deze therapie werd mij aangedragen, omdat ik zelf moeite heb met het reguleren van mijn emoties. Deze kwamen bij mij naar buiten door middel van zelfbeschadiging. Ik deed mijzelf pijn als gevolg van de klachten die ik ontwikkelde door mijn posttraumatische stressstoornis. Ik had last van klachten zoals herbelevingen, stress, slaapproblemen en voornamelijk nachtmerries. Om het beeld van seksueel misbruik te kunnen wegduwen, beschadigde ik mijzelf. Wanneer de emoties mij overvielen in een herbeleving of de angst zo sterk was na een nachtmerrie, dan beschadigde ik mijzelf om rust te krijgen in mijn hoofd en weer controle te krijgen over mijn gedachten.

Destijds koppelde niemand mijn zelfbeschadigend gedrag aan de PTSS, maar werd dit gezien als een borderlinetrek. Binnen de VERS-training voelde ik mij ook niet op mijn gemak. Ik herkende mijzelf niet in het gedrag van mijn groepsgenootjes. Ik begreep de gedragscodes niet, die tussen de andere groepsgenoten heel normaal leken. Ik werd gefrustreerd dat ik anders dacht dan mijn groepsgenootjes en dat ik helemaal niet kon verwoorden wat ik voelde en dacht. Wat was er nou met mij aan de hand?

Toen ik klaar was met de VERS-training, kreeg ik een diploma voor mijn deelname. Dit afgerond hebbende, volgden er privégesprekken met mijn nieuwe hoofdbehandelaar. Dit was overigens behandelaar nummer zoveel in de twee jaar tijd dat ik therapie volgde. De VERS-training leek mij niet te helpen, wat erg frustrerend was. Want ik deed toch zo mijn best?! De bewijsdrang in mij zorgde ervoor dat ik hoe dan ook wilde laten zien dat ik mij inzette en mijn best deed. Ik deed zo mijn best om mij tegenover mijn behandelaren te bewijzen, dat ik last had van stress.

Vechten tegen een instelling maakt moe. Vooral als je al rock bottom zit. Mijn inmiddels nieuwe psychologe zag hoe hard ik mijn best deed. Haar vielen hele andere dingen aan mij op. Zo viel het haar op hoe rigide (niet soepel omgaand met veranderingen en moreel streng) ik in mijn gedrag was en hoeveel last ik dagelijks had van de prikkels om mij heen. Ook viel haar op hoeveel moeite ik had in het dagelijks leven met contacten leggen en onderhouden. Ze kwam met de vraag: “Zou het niet zo kunnen zijn dat jij autisme hebt?”

De diagnose autisme

Ik wist dat ik in mijn jeugd als ‘andersdenkend’ ben bestempeld door mijn basisschoolleraren en heb mij ook altijd ‘anders’ gevoeld. De vraag kwam dus niet rauw op mijn dak, maar juist als opluchting. Mijn ouders waren ook niet verrast, toen ik de inhoud van het gesprek met mijn psycholoog aan hen terugkoppelde. Al snel werd het onderzoek gestart. Een zorgvuldig onderzoek dit keer, waarbij ik veel vragenlijsten heb moeten invullen en waarbij verschillende gesprekken met mij en ook samen met mijn ouders zijn gehouden.

Na een aantal weken van gesprekken aan de hand van vragenlijsten, kwam na een korte wachttijd het verlossende antwoord. Dat de behandelingen niet aansloegen, kwam niet door mijn inzet, mijn bereidwilligheid of omdat ik mij ervan afsloot. Het sloeg niet aan, omdat het een voor mij niet passende behandeling was. Ik had namelijk geen last van borderline, maar van de kenmerken die bij mijn autisme horen. Dat verklaarde dat ik mij verloren voelde in de groepstherapieën, omdat ik niet de tijd kreeg om aan mijn nieuwe omgeving en de nieuwe mensen te wennen. Ook kreeg ik niet de tijd om overzicht te krijgen. Ik kreeg te weinig puzzeltijd om van alle losse fragmenten waaruit een therapie bestaat, een complete puzzel te maken. Wie zat er in mijn groep, wat gaan we precies doen? Hoe gaan we aan mijn problemen werken? Waar vindt de therapie steeds plaats en op welke stoel zit ik? Destijds wist ik niet waarom ik zo’n moeite had met het volgen van therapie. Maar toen ik meer educatie kreeg over wat autisme inhoudt, vielen alle puzzelstukjes op hun plek

Mijn misdiagnose een plekje geven

De overgang van de diagnose borderline naar de diagnose autisme is groot. De misdiagnose heeft ervoor gezorgd dat ik binnen de ggz op mijn tenen heb moeten lopen en erg veel last had van stressklachten, bewijsdrang en een verkeerd zelfbeeld. Mijn vertrouwen in de ggz voor een passende behandeling, was compleet weg. Verder moet ik leren leven met een nieuwe diagnose. Nu zie ik mijn autisme niet als een beperking. Wat heb ik toch een hekel aan het woord ‘beperking’! Het is wel een uitdaging, omdat ik in mijn dagelijks leven tegen problemen aanloop die bij mijn autisme horen.

Nu ik weet dat ik autisme heb en heb ontdekt wat dit bij mij persoonlijk inhoud, kan ik de misdiagnose een plekje geven. De problemen waar ik voorheen tegenaan liep, vallen nu te verklaren. Ik heb moeite met nieuwe mensen leren kennen, ik heb meer tijd nodig dan iemand zonder autisme om overzicht te krijgen in nieuwe situaties en ik heb last van prikkelgevoeligheid. Maar dat hoort nu eenmaal bij mij. En door nieuwe, goed aanslaande therapie, weet hoe ik hiermee moet omgaan, is er ook best goed mee te leven. Verder probeer ik mijn boosheid over de misdiagnose te vervangen door blijheid. Ik ben blij dat ik nu de goede therapie mag ontvangen en weer kan werken aan een realistischer zelfbeeld.

Met deze blog wil ik mensen die ook een misdiagnose hebben gehad, laten zien dat ze niet alleen staan en sterker uit het proces kunnen komen. En stiekem ben ik er trots op dat ik mag leven met autisme. Want er is niks mis met een beetje uniek zijn!

Lees ook:

  • test

    Persoonlijk heb ik maar weinig op met psychische labeltjes. In mijn ideale wereld zou het handboek van de psychiatrie dat wij in Nederland gebruiken zo de prullenbak in gaan. Ik ben meer fan van het…

  • Autisme

    Toen ik voor het eerst bij de GGZ kwam voor een kennismakingsgesprek was ik zo ontzettend zenuwachtig. Ik wist echt niet wat mij overkwam. Ik was toendertijd doorgestuurd door de psycholoog van het revalidatiecentrum. Meteen…

  • ‘had je liever op jongere leeftijd een autismediagnose gekregen?’

    Elk jaar in april vindt de Autismeweek plaats. Het thema van de Autismeweek van dit jaar was Jong & AUT. De Nederlandse Vereniging voor Autisme zegt daarover: “Dit thema hebben we gekozen om het belang…

8 reacties

  1. Dit raakt me, omdat het over mij zou kunnen gaan. Na één gesprekje werd er ook bij mij gedacht aan borderline. Gelukkig liepen er op dat moment ook elders uitgebreide onderzoeken. En hoewel ik het niet aan had zien komen, kwam daar autisme uit. Dat voelde direct goed. Dat ging over mij. Ik heb dus al die tijd groepstherapie geweigerd en niet kunnen uitleggen waarom. Nu snapte ik het. En ja, nu snappen anderen het ook.
    Ik ben heel blij voor je dat je na de juiste diagnose ook de juiste behandeling kreeg. Zorgvuldigheid voorop, bevestigt dit maar weer eens voor mij.
    Lees een van mijn persoonlijke blogs: Zullen we weer gewoon gaan eten?

  2. Dit raakt me ook. Hoe kun je zeggen dat een therapie niet aanslaat omdat de mens die de therapie volgt iets fout doet? Dat is als zeggen dat de kanker niet geneest omdat de patiënt zich te veel afzet tegen de chemokuur.

    Het klinkt alsof je wordt gezien als “lastig”. Maar het is aan de hulpverlener om te zoeken naar een alternatief, niet aan de patiënt om dan “gewoon maar mee te doen en vooruit te gaan”. Goed dat je nieuwe psychologe dat deed en met de juiste hypothese kwam.

    Ikzelf heb trouwens het omgekeerde, mijn psycholoog dacht aan autisme maar ik voel me meer verwant met borderline. Ik hou het nu gewoon maar op “vermoeden van achterliggende persoonlijkheidsproblematiek”. Maar dat is iets voor een andere blog 😉
    Lees een van mijn persoonlijke blogs: Ik zit in de veeleisende poezenmodus

    1. Wat een goede vergelijking Anne, dat zeg je inderdaad ook niet tegen een kankerpatiënt. Ik ben erg dankbaar dat ik een psycholoog tegenkwam, die mij serieus nam en ook de tijd nam om mij zorgvuldig te diagnosticeren. Wat lastig dat jij het andersom hebt gehad! Gelukkig heb je een diagnose gevonden waarin jij je herkent!

  3. Autisme kan niet zonder de specifieke karaktertrekken van de gediagnosticeerde. Je bent nooit een platte autist, maar een persoonlijkheid met autisme. Dus als je als autist trekjes vertoond van een borderliner met narcistische patronen, helaas dan ben je een autist met de schijn van borderline en narcistische patronen. Of sta je op het standpunt dat autisme alleen maar goede kanten heeft? Dan moet ik je helaas teleurstellen. In mijn jarenlange ervaring als begeleider ben ik autisten in alle soorten en maten tegengekomen en heel soms zijn het niet de prettigste mensen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ik wil linken naar een blog van mijn eigen website:

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.