toilet

Niet durven vragen of je naar de wc mag

Als ik naar therapie ga, moet ik altijd een eind in de trein. Het laatste stuk zit ik dan in een Sprinter en die zijn meestal zonder toilet. Normaal vind ik dat geen enkel probleem, mijn blaas is over het algemeen zonder kuren. Behalve als ik weet dat ik daarna drie kwartier bij de psychiater in de stoel zit. Die blaas wordt dan ineens een obsessie. Wat als ik bij haar ben en dán moet plassen? Dan moet ik vragen of ik naar de wc mag. Dan neem ik nóg een ruimte in. Die gedachte en vooral de mededeling ‘ik ga nog even naar het toilet’ jagen me zoveel angst aan dat ik mijn reis zodanig plan dat ik a. eerst in een Intercity met wc zit en b. lang genoeg de tijd heb op het station om dáár nog de wc te gaan.

Maar ja, je kent het fenomeen: denk niet aan een roze olifant… Als ik hardnekkig probeer om die blaas en de wc van de psychiater te slim af te zijn door me tijdens mijn reis te omringen met mogelijkheden tot toiletteren, zul je zien dat ik júist verrekte nodig moet plassen als ik dan eindelijk in de spreekkamer ben beland. De psychiater stelt me allemaal ingewikkelde vragen en ik kan alleen maar denken aan mijn blaas en aan die vraag die ik écht níet durf te stellen. Alle mensen moeten plassen, maar ik voel me gek genoeg heel vies als ik zeg dat ik naar het toilet moet. Alsof zij dan zou denken: ‘jeetje, wat is die Sam een vies meisje, dat bevuilt zomaar mijn toilet!’

Die blaas was echter niet te harden, dus flapte ik het er toch maar uit: ‘ik moet echt nodig plassen, mag ik eerst nog even naar de wc?’ Haar antwoord was uiteraard ‘ja’ (want wat voor randdebiel zou zo’n vraag eigenlijk met nee beantwoorden? Ach, angst is irrationeel, zullen we maar zeggen) en ik toog naar het toilet. ‘s Avonds in bed lag ik nóg te piekeren: had ik wel doorgetrokken? Had ik niet te wild mijn handen gewassen waardoor er water op de grond lag?

Maar goed, ik was dus naar de wc geweest en stapte vervolgens enigszins beschaamd, maar met een goddelijk lege blaas, de spreekkamer weer in. Uiteraard gingen we het daarna hebben over mijn angst. Wat maakt nou dat ik het zo eng vond om zo’n doodnormale vraag te stellen? Waarom was het überhaupt een vraag en niet gewoon een mededeling (‘ik ben nog even plassen hoor, joe!’) Tsja. Het is iets met ruimte innemen. Ze behandelt in een ruimte in haar huis. Dat maakt dat ik me bij de eerste voet die ik haar woonplaats zet al teveel voel. Dit is háár grond, mag ik hier wel komen? Als ik haar tuin instap, durf ik nauwelijks om me heen te kijken. Ik zou nog steeds bijna niet weten hoe ze nou eigenlijk woont of hoe de kamer waar de gesprekken plaatsvinden eruit ziet. Er is een stoel en een bank en een klein tafeltje. Soms vliegen er musjes voor het raam, die leiden me af van ons gesprek. (‘Kijk, een vogel voor het raam!’ Ja, soms ben ik net een klein kind van drie.)

Het gaat over de regie pakken in het nemen van ruimte, zei de psychiater. Zelf naar de wc lopen, misschien eens uitgebreid om je heen kijken in de kamer. Hoeveel ruimte wil je zélf innemen, in plaats van aftasten hoeveel ruimte je mág nemen en dat dan ook nog eens erbarmelijk laag inschatten omdat je je angsten projecteert op de persoon tegenover je. Enigszins verward liep ik achteraf met haar de spreekkamer uit. Er stond een deur open. ‘Hier, nog een ruimte!’ zei ze, ‘Kijk maar naar binnen!’ Ik wierp een blik. Ik herinner me een stoel en een bureau en veel wit, verder heb ik niks gezien. Volgende keer toch maar langer durven kijken.

Morgen moet ik weer naar de psychiater. Het wordt alweer bijna tijd om de reisplanner erbij te pakken. Wat gaat het worden: een efficiënte route die zo snel mogelijk naar de spreekkamer leidt, of een route langs gepaste sanitaire voorzieningen? Mag ik drinken onderweg of neem ik zo min mogelijk vocht tot me om die blaas niet teveel te belasten?

Misschien wordt het tijd om eens met vuur te spelen en gewoon het snelste reisadvies te pakken, voorzien van een goed gevulde fles water. Wie er dan ook moge winnen, mijn angst of mijn blaas, zou niet uit mogen maken. We gaan het wel zien. Voor nu sluit ik deze blog af. Ik moet namelijk heel nodig naar de wc.

Lees ook:

3 reacties

  1. Een behandeling bij iemand thuis zou ik ook best eng vinden. Inderdaad, wat ‘mag’ je wel en niet zien? Terwijl zo’n behandelaar er natuurlijk goed over na heeft gedacht wat wel en niet zichtbaar is voor patiënten. Ik zou je route maar gewoon zo kort mogelijk plannen, maar dat is makkelijker geadviseerd dan uitgevoerd, dat snap ik heel goed.
    Lees een van mijn persoonlijke blogs: Een uurtje shoppen. Leuk?!

  2. Heel leuk geschreven, en herkenbaar! Mijn therapeut heeft altijd een thermoskan met thee, maar soms vergeet hij in te schenken. Dit zorgt voor een groot dilemma: durf ik het aan om de thermoskan zelf te pakken met de kans dat ik geluid maak en daarmee ruimte inneem, of blijf ik de hele sessie dorstig zitten met de kans dat hij het op een gegeven moment doorheeft en me waarschijnlijk een randdebiel vindt omdat ik niet gewoon thee pak of vraag? :p Bizar hoeveel moeite dit soort kleine, basale dingen kunnen kosten. Heel goed dat je het toch gedaan hebt!

  3. Heel erg herkenbaar! Ik heb ook therapie bij mijn therapeut thuis. Ik woon in dezelfde woonplaats en rijdt soms om om niet langs te hoeven rijden- stel dat ik naarbinnen kijk en gezien wordt? Ik weet dat er ook ‘n toilet moet zijn- volgens mij heeft hij het ooit verteld bij de kennismaking, maar durf het niet te vragen en ga vaak bij het café in de straat. Misschien dat ik over jou blog kan beginnen… Groetjes!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ik wil linken naar een blog van mijn eigen website:

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.