Neem je psycholoog in de maling

‘Misschien moet je eens met iemand gaan praten’, zei mijn toenmalige vriendin plotseling nadat we waren bijgekomen van een intense vrijpartij. Het gebeurde weleens dat ik na de seks in tranen uitbarstte. Dat lag overigens niet aan haar. Terwijl ik nog nasnikte, keek ik haar niet-begrijpend aan. ‘Het gaat toch goed met me?’, zei ik, een tikkeltje verontwaardigd. Maar ik wist dat niets minder waar was. Zolang ik mij kan herinneren, heb ik mijn emoties op z’n zachtst gezegd niet altijd onder controle. Ik kan me ontiegelijk druk maken om de kleinste dingen, terwijl grote, belangrijke dingen soms te diep verstopt binnenin blijven zitten. Bovendien ben ik zo’n beetje voor alles bang. Dat is onhandig als je op jonge leeftijd dingen meemaakt die ingewikkeld te begrijpen zijn en afschrikken. Ik wist dus dat het echt zo’n slecht idee niet zou zijn om in therapie te gaan. Maar man oh man, wat klinkt dat kut: therapie. Met alleen het woord is al zoveel mis, dacht ik. Maar ik ging. Met lood in mijn schoenen maakte ik een afspraak bij de huisarts voor een doorverwijzing. Dat ging makkelijker dan ik dacht: ik was even bang dat ik alle vuile was buiten moest gaan hangen bij de huisarts met de te grote handen, maar in een vloek en een zucht liep ik tien minuten later met het felbegeerde papier weer naar buiten. En dan moet je dus zelf contact opnemen met een psycholoog.

Ik kwam bij een oudere man terecht, ergens in de zestig met een praktijk in de buurt. Hij was zakelijk maar ontzettend vriendelijk, hij zei u tegen me en noemde mij bij mijn achternaam. (Dat heb ik er gelukkig na drie sessies uitgekregen.)
We hadden het wekelijks over mij, mijn leven, mijn ouders, mijn liefde, de dood en mijn angst daarvoor. Ik gaf antwoord op vragen waar ik nooit eerder over na had gedacht en voor mijn gevoel maakten we enorme sprongen. Ik begreep ineens mezelf wat meer, snapte de mensen om mij heen iets beter en stukje bij beetje groeide mijn zelfvertrouwen en kromp mijn angst. Maar: hardlopers zijn doodlopers. Wanneer je denkt dat alles eigenlijk heel goed gaat, kom je plotseling bij een kern van jezelf, waar je het liefst kilometers bij uit de buurt wilt blijven. Er waren sessies waar ik fluitend naartoe fietste en totaal gebroken weer vandaan reed. Keihard jankend en waarom wist ik niet eens precies. Dat vond ik echt, en hier komt een understatement, heel erg vervelend. Ik haalde me in mijn hoofd dat ik ongelukkig werd van de therapie en mijn aversie naar die vriendelijke meneer groeide. Ik wilde niet meer het achterste van mijn tong laten zien en ik had ook al vrij snel door dat ik meneer de psycholoog een klein beetje om mijn vinger kon winden. Ik weet 100% zeker dat hij het doorhad, maar ik deed alsof het veel beter ging dan het daadwerkelijk ging. Op een dag zei hij dat hij verder niks voor me kon doen en ik fietste naar huis: harder fluitend dan ooit. Dat had ik mooi voor elkaar.

Mijn stiefmoeder zei altijd: als je het echt goed op wilt ruimen, moet het eerst een grotere bende worden. Dat nam ik vaak letterlijk, als ik geen zin had om mijn kamer aan kant te maken. Maar nu ik psycholoog-loos door het leven ging, was het een zinnetje dat maar door mijn hoofd bleef spoken. Waar was ik bang voor? Zo bang dat ik het zelfs voor elkaar kreeg een afgestudeerde psycholoog in de zeik te nemen? Waar liep ik voor weg? Ik wist dondersgoed dat ik nog lang niet klaar was en dat er nog veel meer laagjes langzaam moesten worden afgepeld. Dus nadat mijn relatie ten einde kwam en ik het gevoel had in een bodemloze put te vallen, heb ik de weinige ballen die ik heb bij elkaar geraapt en mijn grote vriend weer opgebeld. De eerste keer dat we weer een afspraak hadden, was de ergste ooit. Ik moest toegeven dat ik niet altijd helemaal eerlijk was geweest en uiteraard kon hij daar veel uit opmaken. Veel angsten heb ik van me afgeslagen en met hem gedeeld en zoals hij zei: de sessies waren productief. Dat voelde ik zelf ook. Ik voelde me deze keer écht sterker worden, zonder alle schijn die ik hoog op wilde houden. En dat terwijl ik heel eerlijk moet bekennen dat ik nog steeds het één en ander voor mezelf hield…

Ik ben er nog niet klaar voor denk ik, om alles onder ogen te komen. Maar: het voelt nu opgeruimder dan ooit en de vriendelijke man heb ik al maanden niet meer gezien, omdat we (voorlopig) even klaar zijn met wroeten. Wellicht dat ik over een aantal jaar weer eens mentaal door de wasstraat ga, maar voor nu is het goed zo en kan ik het zelf. Met vallen en opstaan, dat dan weer wel.

3 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.