Nee! Dat is stom!

“Nee!! Dat wil ik niet!” of “Niet doen! Dat is stom!”. Toen Oppasjongen drie jaar was, hoorde ik dit regelmatig, soms gevolgd door wat schoppen en stompen en rondvliegende stukken duplo. Waarom kan hij wel heel goed zeggen wat hij en wil niet wil en heb ik het daar maar moeilijk mee?

Waarom kan een gemiddelde driejarige beter zijn of haar grenzen aangeven dan ik? Ik bedoel, als ik vraag of Oppasjongen zijn broccoli nog ging opeten, was het heel simpel. “Lussiknie.” “Zullen we de rommel opruimen?” “Nee! Dat is stom!” Vervolgens werd de rommel trouwens wel altijd opgeruimd onder dreiging van geen verhaaltje-voor-het-slapengaan en de broccoli ging meestal ook nog op, zij het met wat moeite.

Het is heel normaal peutergedrag

Als je er over nadenkt, is het best wel knap dat hij nu al zo haarfijn weet wat hij wel en niet wil en dat ook nog verbaal kan uiten. Dat kost mij, met mijn 34 jaar, opleiding en weet ik veel wat nog meer, een stuk meer moeite. Waarschijnlijk kon ik het wel als peutertje, maar ben ik het ergens verleerd.

Als peuter heb je in ieder geval niet zo veel last van al die sociale normen en waarden. Er wordt niets van je verwacht, of in ieder geval niet meer dan dat je de boel niet afbreekt, je broertjes en zusjes heel houdt, je bord leegeet en je rommel weer opruimt als je klaar bent met spelen. Nog geen zorgen over sociale verhoudingen, schuldgevoel, onzekerheid, niets. Misschien zijn sommige peuters verlegen bij vreemden, maar dan mag dat ook nog.

Als ik verlegen ben en me het liefste achter een been van papa of mama wil verschuilen, kan dat niet. Er wordt verwacht dat ik mezelf over die verlegenheid heen zet en me volwassen gedraag. Als ik moet samenwerken met iemand waar het niet mee klikt, moet dat toch. Ik kan niet zeggen dat die persoon stom is en niet samen wil spelen. Want dat is onvolwassen gedrag.

En dan dat eeuwige schuldgevoel

Ik doe vrijwilligerswerk voor mijn dansschool en soms kan het zo zijn dat iemand anders niet kan. Mijn eerste reactie is altijd dat ik het wel doe. Terwijl ik eigenlijk daar niet altijd zin in heb of dat het slim is om te doen. Is degene die de vroege vrijdagochtenddienst heeft ziek? Neem ik hem over, terwijl ik een hekel heb aan vroeg opstaan en eigenlijk mezelf had beloofd om helemaal niets te gaan doen die ochtend.

Waarom kan ik niet eerst aan mezelf denken en dan pas aan de ander? Wanneer heb ik geleerd dat nee zeggen tegen iets gelijk staat aan egoïstisch zijn? Dat moet ergens zijn geweest tussen mijn peutertijd en nu. Misschien wordt het tijd om dat weer om te draaien en mijn innerlijke peuter meer te laten zien. Het voelt namelijk heerlijk om keihard te roepen dat iets ontzettend stom is en vervolgens alle duplo naar de persoon in kwestie te gooien. In ieder geval is het duidelijk.

Klein verschil met driejarige ik en driejarige Oppasjongen: ik heb gelukkig geen ouders meer die zeggen dat ik alsnog dingen moet doen, omdat ik anders geen verhaaltje voor het slapengaan krijg. Of dat ik geen toetje mag na het eten als ik mijn sperziebonen niet opeet. Tijd om het beste van die twee werelden samen te voegen. Nee kunnen zeggen zonder schuldgevoel en niemand die me vervolgens zegt dat ik lief moet zijn. Heerlijk!

Ook zin gekregen om te schrijven? Stuur een blog in naar dsmmeisjes!