Moeilijk of hoogbegaafd?

Moeilijk of hoogbegaafd?

Ik stel me aan. Ik heb geen groot trauma, ik ben niet mishandeld. Ik had (en heb) ouders die voor me klaar staan. Ik ben gesteund, verzorgd. Waarom ben ik dan zo moeilijk? Doe ik zo moeilijk? Waarom heb ik problemen met hechting en verlating, omgevingsprikkels, dissociaties, waarom straf ik mezelf al zo lang en nog zo vaak? Conclusie: ik ben gestoord, er klopt iets niet in mijn hoofd. Ik verzin alles. Ik wil gewoon aandacht.

Elke keer als mijn psychiater in contact probeert te komen met het jonge meisje van vroeger, de kwetsbare ik, komt er een golf van agressie in mij op. Het is gewoon onbehoorlijk dat ik zo moeilijk doe, zo zielig doe. Ik moet wel echt gestoord zijn om dit allemaal te verzinnen. Ik haat mezelf erom.

Boos op mezelf

Ja, oké, depressiviteit zit in mijn familie en een hang naar rigide structuren is mijn familie ook niet vreemd. Maar hoe komt het dan dat ik opgescheept zit met OCD en een obsessieve compulsieve persoonlijkheidsstoornis? Wat is er gebeurd? En waarom wil ik dat zo graag begrijpen? Het lijkt me soms belangrijker dan de vraag hoe ik ‘beter’ word. Ik wil zo graag een excuus voor mijn gedrag en mijn situatie, waarin ik niet alles kan, geen ‘normaal’ werk kan doen, niet altijd mee kan met familie of vrienden, zomaar boos word, mezelf isoleer, enzovoort. Ik wil niet steeds boos op mezelf moeten zijn.

Het is zo ontzettend lastig om mezelf niet te haten om wie ik ben. Dat maakt het ook heel moeilijk om dit stuk te schrijven. Ik heb heel lang kunnen ‘leven’ zonder gehoor te geven aan mijn problemen, totdat het echt niet meer ging. Nu ben ik alweer een paar jaar bezig met het meer accepteren van mijn problematiek, maar ik kan gewoon niet begrijpen waarom ik zo ben. Waarom ik zo moeilijk doe. Waarom zou ik mezelf mogen accepteren als ik geen goed ‘excuus’ heb voor mijn gedrag? Ik moet mezelf wel pijn doen en mezelf straffen voor mijn moeilijke gedrag, voor het feit dat ik niet 40 uur in de week kan werken en volledig deel kan nemen aan de maatschappij. En het enge is: ik vind dat een heel logische reactie.

Hoogbegaafdheidsproblematiek

Mijn psychiater noemt vaak het woord ‘hoogbegaafdheidsproblematiek’, al gebruikt hij nu vaker synoniemen of verstopte termen, omdat ik ontzettend kwaad op hem word als hij het gebruikt. Er is namelijk geen bewijs. Oké, ik ben slim, misschien zelfs bovengemiddeld slim als ik mijn leer- en studieresultaten mag geloven. Maar hoogbegaafd zijn is wel een stap daarboven, vind ik. Bovendien zou dat eerder moeten zijn opgemerkt, zeg ik dan.

Vervolgens schudt mijn psychiater zijn hoofd en vertelt dat er een verschil is tussen hoogbegaafd zijn en hoogbegaafdheidsproblematiek. In het eerste geval denkt iedereen al snel aan een kind dat twee klassen overslaat. Maar hoogbegaafdheidsproblematiek gaat over iets anders: over mensen die niet volledig of niet juist zijn gespiegeld in hun vroege kinderjaren. Er was zogenoemd een ‘mismatch’ tussen ouder en kind. Veel mensen die last hebben van deze problemen komen in therapie met het beeld van een gelukkige kindertijd, ze hebben succes op school en/of met werk, maar continu last van depressieve gevoelens en vervreemding. Ze hebben een enorme prestatiedwang en als het even niet lukt om te presteren, gaan ze gebukt onder het gevoel mislukt te zijn en hevige angst-, schuld- en schaamtegevoelens. Niet gepresteerd? Dan heb je geen bestaansrecht. Presteren staat op nummer 1, waardoor gevoelens en behoeften naar de achtergrond zijn verschoven. Mensen met hoogbegaafdheidsproblematiek reageren dan ook vaak streng, cynisch of spottend op hun eigen behoeften. De ratio heeft de controle, met als gevolg dat er vaak geen contact meer is met het lichaam.

Hoewel ik als een klein kind zo koppig boos blijf op mijn psychiater als hij dit uitgebreid uitlegt en met mijn ervaringen verbindt, voel ik ergens vanbinnen heel diep: hè hè eindelijk, ik word gezien en erkend! Het zijn steeds korte momenten en ik durf er nog lang niet altijd bij stil te staan, maar ik ben er al trots op dat het er soms is. Ook al doet mijn psychiater nog het grootste werk.

Nu ik zelf nog. Zou ik ooit van mezelf mogen zeggen dat ik last heb van hoogbegaafdheidsproblematiek? Zou ik deze tekst überhaupt durven te plaatsen? Het is de revolutie van mijn kwetsbare ik.