moeder en haar dochter

M’n moeder is wie ze is

Ongeveer een jaar geleden vertelde ik mijn moeder dat ik in therapie zat. Op dat moment was ik al zo’n anderhalf jaar bezig met therapie, maar al die tijd had ik niets durven zeggen. Haar eerste reactie verraste me positief. Ondanks dat ik mezelf van te voren ingeprent had dat dit gesprek niet veel zou veranderen, ontstond de hoop bij mij dat de relatie met m’n moeder zou verbeteren. Een paar maanden later merkte ik dat het niet had geholpen. 

Ik schreef nog niet eerder over mijn moeder en haar rol in het gezin. Het is altijd makkelijker geweest voor me om me op de invloed van m’n vader te richten, in therapie en in mijn blogs. Het ging en gaat bij mijn moeder om kleinere dingen die lastiger te herkennen en te omschrijven zijn. Geen agressie, veeleisendheid of onvoorspelbaarheid, maar subtieler gedrag, minder concrete herinneringen en ongrijpbare gevoelens. Eigenlijk gaat het vooral om het niet-zijn van dingen. 

Daarnaast vind ik het lastig om er aandacht aan te besteden, want ik wil haar graag beschermen. Zoals ik al eerder schreef, heb ik van jongs af aan veel gezorgd voor mijn moeder. Ik voelde en voel me sterker dan zij; ik voel me meer haar moeder dan haar kind. Dit maakt het lastig om negatief over haar te voelen en te denken, laat staan het te uiten. Deze blog schrijven is al uit den boze. Ik mag niet kwaad over haar spreken, mag haar niet af vallen. Mijn gevoelens zouden haar kwetsen, het zou te pijnlijk zijn voor haar, ze zou het niet aan kunnen – en vanuit een soort moederlijk gevoel kan ik haar dat niet aandoen. 

Lang heb ik het idee gehad dat ik een goede band met mijn moeder had. Ze heeft namelijk ook dingen goed gedaan, ze is lief, en ik heb veel leuke herinneringen aan haar. Ik heb me lang vastgeklampt aan dit idee als overlevingsmechanisme – zo had ik in ieder geval nog één ouder. Door therapie voelde ik al steeds meer dat dit niet klopte, dat het niet alleen aan m’n vader lag dat ik psychische klachten heb, dat dingen die eerst prima leken niet goed zijn geweest voor mij.

Steeds meer ontdek ik waar ik me verdrietig en boos over voel richting m’n moeder, over vroeger en nu. Het telkens opnieuw verkiezen van anderen boven mij, het mij op de tweede plek zetten. Het falen in het beschermen van mij. Het te veel met zichzelf bezig zijn. Het niet accepteren van wat ik leuk vond en wat ik wilde, maar mij willen vormen naar het beeld wat ze van me had in plaats van naar wie ik was. Het vermijden van negatieve gevoelens. Het zwijgen en het ontkennen. 

Vaak heb ik het idee alsof ik m’n moeder niet zo goed ken. Ik begrijp haar keuzes niet en snap niet waarom ze sommige dingen lastig vindt. Ze deelt weinig, waardoor ik niet goed de verbanden kan leggen tussen haar opvoeding en ervaringen uit haar jeugd en de manier hoe ze nu in het leven staat. Het maakt het verwarrend om met haar om te gaan. Het zorgt er ook voor dat ik het lastig vind om een realistisch beeld van haar te hebben. Af en toe zegt of doet ze iets wat me hoop geeft, maar meestal blijkt later dat mijn verwachtingen van haar te hoog zijn. Telkens herhaalt hetzelfde patroon zich: er gebeurt iets groots in mijn leven, ik hoop op zorg en steun, maar in plaats daarvan vang ik bot. Vorig jaar waren er paar van dit soort momenten. De operatie aan m’n enkel, het vertellen aan haar dat ik in therapie zat en het overlijden van m’n vader. 

De eerste week na zijn overlijden belde mijn moeder me regelmatig en deed ze haar best om me (op haar manier) te steunen. Na de crematie hield dit alweer op en voelde ik opnieuw teleurstelling, verdriet en gemis. Maar dit keer voelde het anders. Ik heb lang gedacht dat m’n moeders karakter beïnvloed werd door de relatie met mijn vader. Het was geen gelukkig huwelijk en de scheiding was één groot conflict; ik vond het logisch dat je dan niet optimaal je taak als moeder kon vervullen. Na het overlijden van mijn vader kwam het besef ineens binnen: ze is wie ze is, ook zonder m’n vader. Die was al jaren niet meer in haar leven, maar nu hij overleden was kon ik het op geen enkele manier meer op hem afschuiven. 

Dit besef is zwaar: ineens moet ik van twee ouders tegelijkertijd afscheid nemen. De realisatie dat óók mijn moeder niet de ouder is geweest die ik nodig had en dat ook niet meer zal zijn, voelt als een te groot verdriet aan, groter dan ik kan dragen. Rouwen om twee ouders is pittig. Het voelt te definitief, alsof ik moet accepteren dat de leegte, het gemis en de eenzaamheid er voor altijd zullen zijn. Voor m’n gevoel heb ik alleen mijn zus nog en ook al heb ik veel aan haar, het is gevoelsmatig niet genoeg; ik voel me alleen op de wereld.

Als ik accepteer dat het aan mijn moeder ligt, accepteer ik ook dat het niet meer gaat veranderen. Daarom zoek ik liever de oorzaak bij mezelf, zodat er nog een kans op verbetering blijft bestaan. Als ik het maar goed genoeg doe, als ik me maar goed genoeg aanpas, als ik iets anders doe of iets anders zeg, misschien verandert er dan iets tussen ons. Misschien ben ik het dan wel waard. Zou ze contact opnemen, zou ze voor me zorgen, zou ze aandacht voor mij hebben. Maar wat ik precies anders zou moeten doen kan ik niet goed concreet maken. Andere mensen zijn er wel voor me – het idee dat het aan mij zou liggen is dus niet logisch. Ik kan mezelf oneiding blijven veranderen, het zal nooit genoeg zijn, want daar ligt het niet aan.

M’n psycholoog zei eens dat accepteren uit twee stappen bestaat: je ergens bij neerleggen, en datgene niet meer willen. De eerste stap heb ik volgens mij grotendeels genomen. Telkens als ik de hoop voel opleven, probeer ik het gelijk de kop in te drukken en mezelf te vertellen dat ik niks moet verwachten van mijn moeder. Het niet meer willen vind ik lastiger; de gedachte dat ik graag bij haar terecht zou kunnen komt nog te vaak bij me op. Iedere keer dat ik haar zie herinnert me aan wat ik mis en rakelt de pijn op. 

Ook al is het begrijpelijk dat ik verwachtingen van haar heb als moeder, ik zit daarmee mezelf in de weg. Door de teleurstelling en boosheid sta ik nu niet open voor de leuke kanten van haar. Als ik haar accepteer zoals ze is, als ik een relatie aanga met wie ze is en niet met wie ik hoop en zou willen dat ze is, dan heb ik in ieder geval dat nog. Het zou me ook meer ruimte geven om me te richten op anderen die me wel kunnen geven wat ik nodig heb. Ik krijg er geen moeder voor terug, maar ik zou minder alleen staan. 

Lees ook:

  • meisje op bed

    "Mamaaaaaaaaaaaaaaaaaaa!!!!!!!!" krijst mijn hoofd. Ik lig in bed, ik heb de griep. Ik voel me lamlendig en verlang naar mijn moeder. Iets wat veel volwassen mensen stiekem nog wel hebben als ze ziek zijn, denk ik. "Mamaaaaaaaaaaaa" dus. Het doet…

Kijk voor tips om om te gaan met psychische klachten ook eens op psyche.tips

lees meer

4 reacties

  1. Oh jeetje zeg, wat een verhaal en weer: wat een herkenningen. Wijze woorden van die psycholoog, die zetten mij ook aan het denken. Ik hoop voor jou, dat je bij stap twee van acceptatie komt: Het niet meer willen, want dat is écht loslaten en dat geeft rust. Het is je gegund.

    X Ghislaine
    Lees een van mijn persoonlijke blogs: Mam, waar ben je nou?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ik wil linken naar een blog van mijn eigen website:

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.