Mijn lichaam is te groot

Ik ben zesentwintig – of nou ja, mijn lichaam is zesentwintig. Ik voel me op z’n hoogst 23. Pip is vier, kleine sae is zes, Britney is een jaar of 17 en de baby… dat spreekt voor zich. Maar dat eerste, hoe oud ik – Sae – ben en hoe oud ik me voel, daar ben ik veel mee bezig de laatste weken. Ik heb het er eigenlijk nog met niemand over gehad en realiseerde me een paar dagen geleden pas dat het eigenlijk al langere tijd door mijn hoofd spookt.

Ik kan niet zo oud zijn, niet zo volwassen, niet zo groot. Ik loop zo ontzettend achter op leeftijdsgenoten, ik moet nog zoveel ontdekken voordat ik verder kan, ik wíl niet groot zijn.

Maar ik ben het wel.

Misschien wil ik wel 23 zijn omdat ik toen nog bij mijn vorige therapeute zat die ik tot op de dag van vandaag ontzettend mis. Misschien wil ik wel 23 zijn omdat dat een veel veiligere leeftijd was. Zo lekker niks. Een prima studentenleeftijd, een prima “ik doe eigenlijk niet zoveel voor studie en zit graag op het terras”-leeftijd. Een prachtige “ik heb eigenlijk nog nooit een relatie gehad”-leeftijd. Op je 23e begint nog niemand over de dertig die in zicht komt, op mijn 23e had ik nog geen samenwonende en trouwende en werkende en baby’s makende vrienden van mijn eigen leeftijd. Op mijn 23e voelde het alsof ik alles nog wel bij kon benen.

Het voelt raar, erkennen dat ik me niet even oud voel als mijn lijf. Ik zie mezelf – tegen beter weten in, want ik weet dat het zo niet werkt – als de ‘echte’, het origineel of zoiets. De delen, alters, zijn stukjes van mij. Maar eigenlijk is dat niet zo – ik ben er vrij zeker van dat ik als Sae pas ben ontstaan toen het lijf een jaar of 19/20 was. En ik ken de theorie (de theorie van structurele dissociatie): ik ben óók een alter. Net als Pip, net als Britney, net als alle anderen. Ik ben niet meer of ‘echter’ of beter of belangrijker of groter… Ik ben alleen toevallig degene die het grootste deel van de tijd achter het stuur zit.

En het lijf wat ik bestuur is 26.

Ik ben bang, bang dat ik het niet bij kan benen, dat ik de achterstand nooit in kan halen. Dat ik niet echt ben, omdat ik ‘maar een alter’ ben. Net als de rest. Dit is een identiteitscrisis over de identiteitsstoornis en ik kan je vertellen dat het behoorlijk complex is.

Lees ook:

  • Meisjesmetparaplu

    We zijn niet de meest geduldige persoontjes. We hebben eerlijk gezegd altijd een beetje een hekel aan wachten op veel dingen. Met carnaval bijvoorbeeld. De gemeente is dan dicht, maar ons hoofd niet. Alles gaat als een malle tekeer zeker…