schrijven

Mijn grootste angst

Niemand heeft het door. Je hebt je leven nog in zoverre op de rit dat er niets aan de hand lijkt te zijn. Je eet netjes drie keer per dag, je haalt de toetsen, je komt op tijd op school, ga zo maar door. Zelfs je acteerwerk ziet niemand. Behalve dat ene levenloze ding. Dat ding dat naar je kijkt terwijl het op je wacht. Elke dag opnieuw. Het ligt klaar om je te knuffelen en te helpen als je het zelf niet meer weet. Mijn pen is er altijd. Waarom is een pen dan zo eng? Het helpt je immers met het schrijven over alles wat je bezighoudt. 

Misschien is dat juist het probleem. Ik ben bang om na te denken over wat me bezighoudt. Als ik dat doe ontdek ik een wirwar aan emoties, gedachten, angsten en nog meer dingen die ik niet kan thuisbrengen. Allemaal zaken die mij uit balans brengen, waardoor ik afhankelijk word. Tenminste dat denk ik. Je emoties erkennen maakt je klein. Als je klein wordt, uit je jouw emoties. Als je jouw emoties uit, word je afgewezen. Als je afgewezen wordt, ben je weer alleen.

Altijd dacht dat ik enigszins normaal was. Ik ging altijd netjes naar school, had plezier thuis, speelde met iedereen en kon overal om lachen. Toch merkte ik dat er een vleugje acteerwerk bij zat. Aan het einde van de dag had ik zere wangen van het lachen. Wat ik toen nog niet voelde was de pijn die het vanbinnen gaf om te lachen zonder vreugde. Dat voelde ik pas toen ik mijn diagnose kreeg: een vermijdende persoonlijkheidsstoornis.

Het is alsof je schrijft zonder pen. Een ander ziet de woorden die je schrijft en in jezelf zeg je de woorden die je wilt schrijven, maar je ziet geen pen. Er is alleen maar een eindresultaat: een brief zonder inhoud. Net als mijn lach. Ik weet waarom ik lach en hoe ik het moet uitbeelden, de ander kan het zelfs zien, maar ik voel niet de vreugde en de innerlijke blijdschap die een lach moet hebben. 

Wat voel ik dan wel? Niets. Helemaal niets. Het lijkt een grote innerlijke leegte. Een leegte die ik opvul met aannames over anderen, overtuigingen over mezelf en strenge woorden om toch die lach te kunnen laten zien. Als ik niet lach ben ik een aansteller, want er is niets aan de hand om niet te hoeven lachen dus doe gewoon mee! Als ik huil ben ik een nog grotere aansteller, een watje en een nietsnut, want waarom zou je huilen als er niets is? Als ik zo boos word dat in mijn hoofd als het ware de ‘stoppen doorslaan’ dan moet ik normaal doen, want ik ben geen klein kind meer dus gedraag je dan ook zo… of ben je het soms wel? Bij gebrek aan beter dan toch maar gaan lachen en die pen dus maar niet pakken.

Max Frisch, een Zwitser schrijver, beschrijft schrijven precies zoals het is: ‘Schrijven betekent: jezelf lezen.’ Laat dat nu net het ding zijn waar ik bang voor ben, mezelf! Als ik naar mezelf ga kijken ontdek ik één grote brok onzekerheid en wanhoop die totaal niet kan schrijven en omhuld word met een laagje kennis, wat komiek en een beetje kortzichtigheid. En hoe vreemd is het als je bang bent voor jezelf?

En toch is mijn pen de enige waar ik op kan terug vallen. Het oordeelt niet, het staat altijd voor me klaar, het kan me beschermen, het trekt mijn woorden niet in twijfel en laat me schrijven wat ik wil. Bij mijn pen kan ik echt mezelf zijn. Zonder dat ik het door heb helpt mijn pen mij altijd. Als ik niet meer weet wat er in me omgaat helpt mijn pen mij altijd met omschrijven. Die wordt niet eens boos als ik in tranen uitbarst of ermee ga gooien. Mijn pen kan er zelfs voor zorgen dat mijn therapeut mij kan begrijpen. Als ik weer eens geen woorden kan vinden en drie kwartier mijn tijd uitzit, wacht mijn pen op mij. Samen schrijven we mijn verhaal en krijg ik de kracht het op te sturen. Weer een stukje gedeeld. 

Schrijven is voor mij een stapje richting herstel. Wat betekent schrijven voor jou?