Mijn diagnose helpt me mezelf te accepteren

Voor ik mijn diagnose te horen kreeg, had ik nooit verwacht deze te kunnen omarmen. Toen ik bij de huisarts was geweest voor een verwijzing psycholoog, kreeg ik een paar uur later een mail met mijn verwijsbrief. Vrij bovenaan stond: ‘Vermoeden DSM-V stoornis’.

Hier schrok ik van, zelfs zo erg dat ik even emoties voelde en verdrietig werd. Wie mijn eerste blog heeft gelezen, weet dat ik in die tijd vrijwel gevoelloos was. Dit was dus het eerste verdriet in maanden, terwijl de gebeurtenissen de maanden ervoor me veel verdrietiger hoorden te maken. 

En waarom, waarom deed het me zoveel? 

Voor ik in therapie was, wist ik weinig over therapie, de DSM of de ggz in het algemeen. Ik dacht dat mensen met een DSM-label simpelweg gek waren. Heel bekrompen, maar dat is toch wel het beeld dat de media helaas schetst. Je ziet altijd die verwarde man die iets raars doet en nooit iemand die normaal zijn leven leidt. Ook van de verscheidenheid van de DSM had ik geen idee, bijvoorbeeld dat autisme en ADHD er ook in stonden.

Er was een woord in die brief waar ik me aan vasthield en dat was ‘vermoeden’. ‘Vermoedens’ betekenen dat het niet zo hoeft te zijn, misschien had ik helemaal geen stoornis. Toch sloeg de twijfel toe. Ik had niet een verwijzing naar een psycholoog, maar naar een psychotherapeut. Dat klinkt toch gelijk een stuk heftiger, en het de term ‘SGGZ’ hielp ook niet mee. Een tijd googelen later vond ik dat een psychotherapeut gespecialiseerd bleek te zijn in persoonlijkheidsstoornissen. 

Het woord ‘persoonlijkheidsstoornis’, het is en blijft een naar woord, zelfs nu ik mijn diagnose heb omarmd. Alsof mijn hele persoonlijkheid niet goed is. Het klinkt zo groots en haast beschuldigend. Het is niet alsof mijn gehele persoonlijkheid gestoord is, een deel ervan hooguit.

Maar goed, ik dwaalde even af. We spoelen wat vooruit naar mijn diagnose.

Als er dingen zijn die ik niet weet, dan wil ik het weten. Zo rond mijn intake had ik van alles lopen lezen over de verschillende persoonlijkheidsstoornissen en mezelf geprobeerd te diagnosticeren. Het was me opgevallen dat er vrij letterlijk een aantal criteria van de dwangmatige persoonlijkheidsstoornis aan mij waren gevraagd tijdens de intake. Hierdoor was mijn diagnose niet een totale verrassing en kon ik me er wat op instellen.

Na het geven van de diagnose kwam de begeleidende tekst: “Ik hecht niet zoveel waarde aan een diagnose, jou als persoon vind ik belangrijker.” En die woorden blijf ik mooi vinden, want ik ben niet mijn stoornis en zelfs mijn therapeut ziet mij niet zo.

Toen ik mijn diagnose dwangmatige persoonlijkheidsstoornis kreeg, ook wel obsessieve compulsieve persoonlijkheidsstoornis (OCPS) genoemd, ben ik er nog meer over gaan opzoeken. Ik moest en zou alles weten al lukte dat natuurlijk niet, maar ik deed mijn best. Van blogs tot wetenschappelijke papers, niets was veilig voor mijn drang naar informatie. Wat ik las deed dingen op zijn plek vallen en ik begon mezelf beter te snappen. Ik kon soms zien welk (disfunctioneel) gedrag door mijn OCPS werd veroorzaakt.

Dat het bij mijn stoornis hoort, is trouwens geen vrijbrief dat ik er niks aan hoef te doen. Het is gewoon fijn die herkenning te zien. Hier had ik stiekem al jaren naar verlangd!

Toen ik nog geen diagnose had of überhaupt niet aan psychische hulp dacht, vertelde ik heel soms over mijn klachten. Vaak kreeg ik iets terug in de trant van “Hoezo denk je dat je minder voelt?”, “Volgens mij valt het wel mee” en ga zo maar door. Ik moest me altijd verdedigen, zelfs toen ik naar de huisarts ging dacht ik nog dat ik me aanstelde. Nog steeds vraag ik me wel eens af of mijn klachten serieus genoeg zijn voor psychische hulp. Zo’n diagnose is dan ook deels een bevestiging dat het een probleem is en dat mijn klachten echt zijn. Het is geen verzinsel, het is echt en ja, ik lijd eronder.

Als alles mij even teveel wordt, dan is daar geregeld een “Doe even normaal” als reactie van anderen. Als ik benauwd word, zegt men dan weer nooit “Doe even normaal”. Terwijl mijn astma even echt is al mijn OCPS. Mijn diagnose helpt me dan ook om mezelf te accepteren. Om in te zien dat het probleem niet alleen bij mijn klachten ligt, maar ook bij hoe anderen ermee omgaan. Aan mijn klachten kan ik werken, maar aan de opvattingen van anderen niet.

Vroeger geloofde ik wel eens dat ik normaal moest doen, maar ik snapte niet hoe. Nu probeer ik met therapie mijn klachten te verminderen, maar of het ooit helemaal ‘normaal’ wordt, weet ik niet. Dat hoeft ook niet, ik ben ik en wat is nou ‘normaal’? Ik heb mezelf geaccepteerd, en dat maakt het leven een stuk aangenamer. 

Lees ook:

  • Hoop op beter

    Vandaag had ik het adviesgesprek met twee psychologen, de psycholoog die mijn persoonlijkheidsonderzoek heeft afgenomen en de psycholoog die de deeltijdtherapie leidt. De diagnose die zij aan de hand van het onderzoek gesteld hebben is gelijk aan de diagnose vorig…

Kijk voor tips om om te gaan met psychische klachten ook eens op psyche.tips

lees meer