Mijn begeleider is op vakantie

Patiënten en/of cliënten van de ggz zijn het unaniem eens; in de cao van hulpverleners is iets belangrijks vergeten. Namelijk dat ze gewoonweg niet op vakantie mogen gaan. Want we hebben ze nodig, altijd! Marijke Groot schreef daar een briljante blog over.

Maar toch, als ik heel eerlijk ben, mag mijn hulpverlener best wel op vakantie gaan. En nee, niet omdat ik dan een anorectische vrijheid ervaar en dus meer ruimte om maaltijden over te slaan, maar echt omdat ik hem een fijne vakantie gun met zijn gezin. Daarnaast vind ik dat ik het moet kunnen, eventjes zelf de boel op peil houden. Ik wil niet afhankelijk zijn, ik wil zelf goed voor mezelf kunnen zorgen.

Om toch een beetje tegen mijn begeleider aan te praten, houd ik een dagboekje bij. Nu dus geen directe reactie, maar uitgestelde aandacht. Eh ja, daar zou ik toch prima mee om kunnen gaan? Met ervaring als leerkracht in het basisonderwijs was dat ook altijd een aandachtspunt. Leerlingen moeten leren omgaan met uitgestelde aandacht. Het zou dus gewoon goed moeten gaan met mij, tijdens zijn vakantie.

Tot zover de theorie. De praktijk blijkt altijd weerbarstiger dan je van tevoren kunt bedenken. Wist ik veel dat ik precies tijdens die vakantie mijn huis zou verkopen. En dat ik plots moest beslissen hoe en waar ik wil gaan wonen. Laat staan dat ik besefte dat de feestjes die ik zou hebben, zoveel spanning zouden geven. En dat mijn beste vriendin haar man het huis uit zou zetten, had ik misschien wel aan zien komen, maar toch, in plaats van leuks met haar is dat een en al kommer en kwel. De pijnlijke blessure die ik kreeg, maakte alles nog erger. Want daarvoor bleek fysiotherapie noodzakelijk, en nou ja, eh, lichaamsbeeld en dat er iemand ‘aan mij zit’… Tsja, op z’n minst spannend.

Oftewel, het leven. Het leven gaat gewoon door, met z’n ups en z’n downs. Ook tijdens de vakantie van de hulpverlener. Dus is er een heleboel om ineens alleen mee te dealen. En zo sluipt het erin, toch ietsje minder eten. Geen kracht hebben om door te zetten. Medicatie een keertje overslaan. Even genieten van de relatieve rust die het geeft om niet te eten. Denken: ‘Ach, vandaag kan wel even, laat maar, morgen pak ik het wel weer op.’ Niemand die deze gedachte corrigeert, want ook niemand bij wie ik dat uit. Ja, in dat dagboek, maar dat helpt dan dus niet.

Maar mijn stemming bleef redelijk goed, weinig paniek, dus ik had niet het gevoel dat ik aan het afzakken was. Op de een-na-laatste dag van de vakantie kwam dan toch nog de paniek: ik kreeg een lab-uitslag die helemaal niet goed was. Zodanig dat een enkeltje ziekenhuis best een goed idee was. Maar ik kreeg van de huisarts een kans om thuis te herstellen. Die kans heb ik met twee handen gegrepen, vol schaamte en zelfverwijt. Want poeh hé, kan ik het dan toch echt niet eventjes zelf? Is dat nou echt te veel gevraagd? Hoezo heb ik überhaupt het ‘laat maar’ kunnen denken? Waarom weet ik nou nog steeds niet beter? Het is wel weer duidelijk geworden dat het bij een eetstoornis, of wellicht bij iedere stoornis, niet om ‘weten’ gaat. Was dat maar zo.

Omdat ik het voor mijn begeleider echt niet wil dat ik in het ziekenhuis lig als hij terugkomt van vakantie, zet ik nu alles op alles om dat te voorkomen. Anders durft hij nooit meer op vakantie te gaan.

En ja, dat lukt. Ik kan het wel. Maar ik kan het dus niet alleen. En gelukkig hoeft dat ook niet. In verbinding met anderen kan ik het wel. Dat maakt me een klein beetje trots.

Misschien mag mijn begeleider volgend jaar wel weer op vakantie, heel eventjes dan.

Lees ook:

  • food plate yellow white

    De afgelopen drie maanden verbleef ik in een kliniek voor eetstoornissen. Hier is het leven precies omgedraaid als in de grote boze buitenwereld. Wij moeten snoepen, mogen niet bewegen en absoluut niet onze eigen kamer schoonmaken. Per week dien je…

Kijk voor tips om om te gaan met psychische klachten ook eens op psyche.tips

lees meer