mezelf zien

Mezelf zien

De laatste maanden heb ik niet veel geschreven. Een paar keer deed ik een poging, maar liep ik al snel vast. Er was zoveel gebeurd, maar ik kon de juiste woorden niet vinden. Nog steeds vind ik het lastig om te beschrijven hoe het met me ging én gaat. Soms loop je tegen dingen aan die je niet goed in woorden kan vangen, en dat overkwam mij de afgelopen maanden. 

Waar voor de meeste mensen 2020 in het teken stond van de pandemie, draaide mijn 2020 met name om mijn vaders overlijden. Alle eerste keren kwamen langs: verjaardagen, de feestdagen, Vaderdag – en alle gevoelens die erbij hoorden. Deze momenten bleken een bron te zijn voor moeilijke herinneringen en gevoelens die alle kanten op gingen. 

Officieel voldoe ik niet aan de DSM-diagnose van PTSS, maar heb ik wel klachten die er bij horen. Deze werden de afgelopen maanden steeds erger. Ik was waakzaam, schrikachtig en alert. Ik sliep slechter en had last van nachtmerries. Herbelevingen en herinneringen werden getriggerd door de kleinste dingen, zoals een straatnaam of een voetbalcommentator. Tegelijkertijd verviel ik in m’n oude gewoonte van vermijden en dissociëren. Ik had het gevoel vast te zitten, verlamd te zijn, alsof ik continu in een bevries-reactie zat. Het was zo verleidelijk om alles te onderdrukken, zo lekker rustig in mijn hoofd – maar dat was maar schijn. Gevoelens en herinneringen laten zich niet zomaar aan de kant zetten.

Het werd steeds lastiger om motivatie en concentratie te vinden. Het kleine beetje afspreken wat kon met vrienden en familie kostte steeds meer energie. Ik was duizelig en misselijk van vermoeidheid. Het enige wat ik wilde was op de bank hangen en series kijken – ik heb bijna alle seizoenen Grey’s Anatomy bekeken de afgelopen maanden. Een boek lezen was al te veel. Na maanden doorploeteren heb ik ervoor gekozen om me gedeeltelijk ziek te melden op werk.

Dit is nieuw voor mij. Er zijn jaren geweest dat er veel meer aan de hand was en ik overeind bleef. Ik heb altijd kunnen ‘functioneren’. Ik heb het altijd goed gedaan op de basis- en middelbare school, terwijl ik gepest werd en mijn thuis onveilig was. In de donkerste dagen van mijn depressie studeerde ik fulltime, sportte ik en had ik een bijbaan van 12 uur per week. Tijdens mijn master begonnen mijn angstklachten steeds meer naar voren te komen, en toch werkte ik, liep ik stage en studeerde ik bijna cum laude af. De afgelopen jaren combineerde ik fulltime werken met therapie, autorijlessen en revalidatie na een operatie. En nu ben ik op, blijkbaar.

De druppel lijkt het overlijden van mijn vader te zijn. Er zijn theorieën over dat rouwen verschillende fases heeft, een daarvan is verdriet. Om het rouwproces goed te laten verlopen en volledig te beseffen dat iemand overleden is, is het van belang alle fases door te gaan. Daarnaast zorg rouw in het algemeen voor het opkomen van herinneringen en projecties; je denkt bijvoorbeeld de overledene te zien in de supermarkt, maar het blijkt iemand anders te zijn met toevallig dezelfde haarkleur. Mijn herinneringen en projecties van mijn vader zijn met name negatief. Doordat ze zo negatief zijn, kom ik niet goed door de verdriet-fase. Ik sta mezelf niet toe om het verdriet en gemis te voelen, omdat de herinneringen ook veel angst, schuld, afschuw, eenzaamheid en boosheid oproepen. Ik vind het moeilijk deze tegenstrijdige gevoelens tegelijkertijd te laten bestaan, waardoor ze klem blijven zitten. Een deel van mij heeft dus nog niet helemaal door dat hij echt dood is. Voor m’n gevoel is hij ergens om me heen, maar ik kan hem niet goed lokaliseren. Toen hij nog leefde wist ik waar hij woonde en werkte, en kon ik hem in gedachten beter op één plek houden. Nu lijkt hij overal, alsof hij in de lucht zit – en dat geeft veel angst. 

Het is een vreemde gewaarwording dat m’n lichaam nu ineens aangeeft dat het klaar is. Ik heb het gevoel alsof ik me aanstel en alsof ik faal; ik heb me vaker overbelast gevoeld en ben toen altijd doorgegaan, dus waarom nu niet? Tegelijkertijd heb ik me vaak verzet tegen het idee dat ik functioneer en dat dit wat over mijn emotionele gesteldheid zegt. Ik ben altijd overschat omdat het op het eerste oog leek alsof alles oké was met me. Mede omdat mijn ouders het niet opmerkten en ik niet kon goed aangeven dat het niet goed met me ging, heb ik geen hulp gekregen – een van mijn beschermingsmechanismes is ‘de lijdensdruk op zich nemen’. Hierdoor konden mijn psychische klachten ongestoord verergeren. Nu ik eindelijk de handdoek in de ring heb gegooid, past wat mensen aan de buitenkant zien misschien beter bij wat zich al jaren bij mij van binnen afspeelt. 

Maar eigenlijk is het niet zo gek dat het teveel geworden is. Rouw is op zich al zwaar, laat staan als het om zo’n ingewikkelde relatie gaat als die ik had met mijn vader. Zoals mijn therapeut vol verbazing zei nadat ik vertelde dat ik me zorgen maakte over de toekomst omdat ik ‘hier al van omviel’: “je vader is dood, dat is géén klein iets”. Daarnaast zijn er natuurlijk meer puzzelstukjes; een burn-out ontstaat door een opeenstapeling van overbelasting en stress. Nu ik minder werk heb ik meer ruimte om deze puzzelstukjes uit te zoeken, om alle gevoelens en herinneringen te verwerken, maar heb ik ook meer ruimte voor rust en leuke dingen. Ook ben ik sinds kort begonnen met EMDR en exposure naast m’n gewone therapie om mijn trauma’s extra aan te pakken en om uit de vermijding te komen.  

Misschien is het een goed teken dat ik nu aangeef dat het klaar is, dat ik het niet meer trek. Misschien betekent het dat het beschermingsmechanisme van alles voor mezelf houden wat minder sterk wordt. Misschien laat het een verschuiving zien in mijn identiteit, in dat ik niet meer op de oude manier wil verdergaan. Want ook al is het ingewikkeld om het rustiger aan te doen en vind ik er van alles van, voelt het niet alleen maar negatief. Ik ben blij dat ik een andere keuze heb durven maken dan ik vroeger heb gedaan en kan inzien dat ik me comfortabel mag voelen. Toen ik jong was heb ik niet genoeg zorg gekregen, dus nu moet ik het zelf inhalen. Hoe vaker ik ervoor kies om voor mezelf te zorgen, hoe makkelijker het de keer erop zal zijn. Ik werd vroeger niet gezien, maar ik zag mezelf ook niet. Misschien begin ik dat nu te leren.