kleien

Mezelf uiten met creatieve therapie

“Kun je beschrijven wat je hebt gemaakt?”* vraagt mijn creatief therapeut nadat ik veertig minuten in de weer ben geweest met klei en mozaïeksteentjes. De opdracht was om uiting te geven aan de wirwar van gedachten en de onrust in mijn hoofd. Ik blijf even stil. “Ik weet niet, het is alsof mijn handen wel weten wat ik voel en waarom ik iets maak, maar de woorden zijn er pas later. Ik moet er even over nadenken.”

Voor me staat een kleibeeld, een buste. Een beetje zoals de hoofden van Romeinse keizers in musea, maar dan veel minder mooi natuurlijk. Ik heb het minste tijd besteed aan het gezicht, dat was onbelangrijk. Er zijn ogen, een neus en een mond, maar in weinig detail. De bovenkant van het hoofd is open en uitgehold, als een soort van soepkom. In de holte staan een stuk of twintig gekleurde glassteentjes in een spiraalvorm: van felle, oranje en rode kleuren aan de buitenkant, naar donkere, paarse en blauwe kleuren aan de binnenkant. De steentjes zijn mooi en ik heb ze met zorg uitgekozen. Mijn handen weten welke kleuren en vormen waar moeten, zonder dat daar vooraf een rationele betekenis aan zit.

“Heb je de kleuren bewust gekozen?”
“Ja, de kleuren betekenen iets… Uhm, de gedachtes die het nadrukkelijkst aanwezig zijn, waar ik het snelst bij kan, zijn scherp, zoals vuur. Ze houden me bezig en zijn helder, maar het is ook druk en chaotisch.”
“En de donkere in het midden?”
“Ja… Als ik te lang blijf hangen in mijn gedachtestromen wordt het donker. Dan word ik meegezogen in de spiraal en kom ik er niet meer goed uit. De donkere kleuren staan voor somberheid en verdriet. Ja, dat is het.”

Het klopt. Het beeld is een goede weergave van mijn onrust, het laat zien hoe het is voor mij. Het is bijna magisch, hoe creatieve therapie werkt. Het is heel intuïtief. Ik heb bijna nooit een plan. Ik begin aan de opdracht, de rest komt vanzelf wel. Vooraf en vaak ook tijdens het werken is er weinig verbaals in mijn hoofd. Ik vertrouw mijn handen, die weten wat ze moeten doen, die weten hoe ik me voel. De woorden die erbij horen reconstrueer ik achteraf, op basis van wat ik gemaakt heb.

Aan het einde van de sessie maak ik een foto van het werkstuk zodat ik het eventueel kan gebruiken in gesprekken met mijn andere therapeuten. Als ik de kamer uitloop, voel ik me een stuk rustiger. Het is fijn om op deze manier uiting te kunnen geven aan wat er in me speelt. Het is makkelijker, het komt natuurlijker dan praten.

* De precieze woorden van mijn therapeut herinner ik me niet helemaal. Dit is een benadering van het gesprek.

boekentip bij deze blog