“Mensen komen en gaan”

Ik vind het leven momenteel heel moeilijk en verdrietig, omdat ik weg moet bij mijn vaste therapeut door oneerlijke regels. De reactie van andere hulpverleners is dan soms: “Maar zo gaat het nou eenmaal. Mensen komen en gaan in het leven.” Hoewel ik weet dat dit goed bedoeld is, vind ik het toch een ingewikkelde uitspraak. 

Als je tegen me zegt dat mensen nou eenmaal komen en gaan, heb je volgens mij geen idee hoe ik me voel. Ik ben al een tijd op zoek naar de woorden om uit te leggen wat verlatingsangst is. Als ik de juiste woorden had, zouden mensen het misschien begrijpen. Welke woorden zijn de juiste? Wat dekt de lading? Hoe te beginnen? 

Misschien moet ik vertellen dat het weggaan van therapeuten geen losstaand iets is. Het is nooit die enkele gebeurtenis an sich in mijn hoofd. Als iemand weggaat, komen alle andere therapeuten langs. Hulpverleners aan wie ik gehecht was, aan wie ik mijn hele binnenwereld blootgaf. Ik voelde me gezien, voor het eerst in mijn leven. Ik voelde me veilig. En dan was de behandeling op en moest ik weg. Losgerukt. Weg veiligheid. Weken erna nog steeds bij alles wat ik doe denken ‘oh dit wil ik aan therapeut X vertellen’, maar dat kan dan niet. Die eenzaamheid, dat gemis. Zoveel pijn. Ik voel het in mijn hele lijf.

Misschien moet ik vertellen over de herinneringen uit mijn jeugd. Ze overvallen me elke keer als ik me verlaten voel. Ik krijg flashbacks naar toen ik in een pleeggezin zat. De grote boerderij op het platteland. Twee zwarte honden. Tarotkaarten van de vrouw die ‘moeder’ moest voorstellen. Hoe ik plots weg moest. Was ik te lastig? Waarom willen mensen mij niet; ben ik een monster? Ik begreep er niks van. Ik was een kind, niet heel jong, maar alsnog. 

Misschien moet ik vertellen over het wantrouwen. Dit is een pijnlijk punt, want het voelt alsof mijn vertrouwen me is afgenomen door het vele wisselen van hulpverleners. Vroeger kon ik het, nieuwe therapeuten toelaten. Nu ben ik boos, eigenwijs, moeilijk. Nu test ik uit. Eerst zien, dan geloven. “Patiënte wil niet praten. Ze heeft grootste deel van het gesprek niets gezegd en zit vooral met afgewende houding, met af en toe handen voor haar oren,” staat er in het gespreksverslag. Dit is niet hoe ik was, maar ja, alle therapeuten die ik vertrouwde, gingen weg. Beter om mezelf de pijn te besparen. Veel veiliger om mezelf af te wenden, mezelf te beschermen. 

Misschien moet ik vertellen over de huilbuien op de bank, met mijn poes op schoot. Ik heb haar nog niet zo lang geleden geadopteerd, haar vorige baasje wilde haar laten inslapen. “Ik kan je niet alleen laten meisje,” zeg ik tegen haar, “het allerlaatste wat ik wil is dat je weer moet wisselen van baasje.” Ze spint. Ik huil. Waarom wil niemand bij mij blijven zoals ik bij haar wil blijven?

Ja, mensen komen en gaan, dat weet ik. Ik weet dat niemand het eeuwige leven heeft. En ik weet zelfs dat ik niet de rest van mijn leven bij dezelfde therapeut kan blijven, hoe graag ik dat ook zou willen. Maar helaas is het niet zo simpel als dat weten. Helaas neemt weten hoe de wereld in elkaar steekt de pijn niet weg. Als ik de juiste woorden had, zouden mensen het dan begrijpen? Misschien. Zou ik ruimte en tijd mogen krijgen om te rouwen om het verlies dat ik voel, in plaats van verder te moeten gaan omdat dit nou eenmaal het leven is? Ik hoop het.  

Ook zin gekregen om te schrijven? Stuur een blog in naar dsmmeisjes!