Meer dan mensenschuw

Meer dan mensenschuw

Als kind hield ik al niet zo van andere mensen. Terwijl mijn broer vriendjes maakte op de camping, zat ik liever alleen in de zandbak. Nog erger dan andere kinderen, vond ik volwassenen. Ze waren groot, intimiderend en begonnen te praten wanneer ik helemaal niet wilde praten. Of ze aaiden over mijn haar terwijl ik ze nog nooit ontmoet had. Of ik moest ze een handje en kusje geven want dat hoort nou eenmaal wanneer je op een verjaardag komt. Al snel kreeg ik het label “verlegen”, wat om een of andere reden nooit in positieve zin gebruikt werd.

Naarmate ik ouder werd, deed ik echt mijn best het te onderdrukken. Om open, sociaal en uitbundig te zijn. Maar zelfs wanneer ik dit gedrag probeerde te acteren, was ik alles behalve een goede actrice en niemand viel ervoor. Uiteindelijk verving ik zelf mijn “verlegen”- label door het “introvert”- label, want dat vond ik beter passen.

Het was niet alleen dat ik niet met vreemden durfde te praten, ik had er ook gewoon geen behoefte aan. Als het hierbij gebleven had, was het nog niet zo’n probleem geweest. Maar ergens de afgelopen jaren ging er iets mis in mijn hoofd. Het was de tijd dat ik wisselde van anticonceptiepil, dat alles veranderde. Mijn depressie, die ik al vanaf mijn dertiende had, schoot van level 1 naar level 999 en daarnaast kreeg de depressie er een vriendje bij: een sociale angststoornis.

Na al die jaren was ik inmiddels wel gewend aan mijn depressie, maar deze angst was nieuw en ik snapte er niets van. Plots was ik dag in, dag uit angstig, wat zich uitte in hartkloppingen, trillen, misselijkheid of buikpijn. In het begin snapte ik niet waarvoor ik precies angstig was, maar inmiddels is me duidelijk dat het om zo’n beetje alles gaat wat andere mensen betreft.

Moet ik naar een werkcollege waarvan ik weet dat ik moet discussiëren in groepjes? Angst. Moet ik iets uit de supermarkt hebben? Angst. Moet ik naar een plaats waar veel mensen zijn? Angst. Op een gegeven moment was het zelfs zo erg dat ik al angstig werd wanneer ik mijn huis moest verlaten.

Toen ik ontdekte dat dit veroorzaakt werd door de anticonceptiepil, ben ik er gelijk mee gestopt en ik ging ervan uit dat mijn klachten dus ook vanzelf weer zouden verdwijnen. Dit deden ze heel even. Ik denk zo’n drie maanden, waarin ik weer enigszins zorgeloos kon leven. Helaas kwam het daarna weer terug, en niet een klein beetje ook.

Inmiddels heeft de angst mijn leven behoorlijk goed in zijn greep. Er zijn goede dagen, waarop ik er niet zoveel last van heb en ik met een minimum angstlevel alsnog de dingen weet te doen waarvoor ik bang ben. Er zijn ook genoeg slechte dagen, waarop ik colleges skip omdat ik mijn kamer niet uit durf of waarop ik mijn vriendin vraag of ze naar me toe wil komen om samen boodschappen te doen, omdat ik het niet alleen durf. Dan zijn er ook nog de extra slechte dagen waarop mijn angst gepaard gaat met mijn depressie en ik dus eerst mijn bed niet uit wil dankzij de depressie, en wanneer ik mezelf eindelijk uit bed heb, voel ik me te angstig om naar de keuken te lopen. Die dagen lukt het me pas om drie uur ’s middags om wat eten te pakken te krijgen.

In augustus had ik, heel naïef, het idee dat het weg zou gaan. Ik ging een half jaar in Zweden studeren dus ik had een nieuwe omgeving en een nieuwe kans. Maar een angststoornis gaat niet zomaar weg, het zit in mijn hoofd en zolang ik die niet uit kan zetten, zal de angst altijd op de achtergrond blijven sudderen.

Ik ben nog bezig om uit te vinden hoe ik hiermee kan leven, hoe het me niet al te veel zal belemmeren. De eerste stap was om het voor mezelf te aanvaarden, die heb ik enigszins volbracht. De tweede stap is er open over zijn naar mensen, en niet continu afspraken afzeggen omdat ik “griep heb” maar eerlijk toegeven dat ik gewoon niet durf die dag. Het is lastig, omdat ik ook niet gelijk díe persoon wil zijn, waarvan mensen achter haar rug om zeggen “Het gaat niet zo goed met haar geloof ik hè.”

Maar ik doe mijn best om te verbeteren, om grenzen over te gaan en om mezelf uit mijn comfortzone te duwen. Dat gaat geleidelijk, in babystapjes en zodra ik er zelf klaar voor ben. Tot die tijd probeer ik afspraken niet al te vast te plannen, weten de mensen die dichtbij me staan mijn grenzen en schuifel ik op zijn tijd ongemakkelijk de menigte door, in de hoop dat ik niet echt zo raar loop als ik denk.

Lees ook:

  • Ik ben er, maar mag ik er zijn?

    Hier ben ik, nieuw op de site van dsmmeisjes. Al geruime tijd blog ik op mijn eigen site, lekker in mijn veilige hoekje op het internet, waarvan slechts weinig mensen het bestaan kennen. Maar nu…

  • Water gras

    Hoeveel vakken psychologie ik ook heb gevolgd, toen ik de term ‘sociale angst’ hoorde rinkelde er geen belletje. Ik vond deze les te oninteressant om op te slaan, of ik heb dit stukje van het…

  • Ik ben hier

    ‘Ik ben hier’, fluister ik zacht, als ik mijn mentale checklist afloop en mijn mantra herinner. De lijst liegt er niet om. Als ik de kans krijg slaap ik tien tot twaalf uur per nacht.…

2 reacties

  1. Heel herkenbaar dit, ik heb dit ook heel erg gehad. Ik kan wel echt zeggen dat het minder is geworden uiteindelijk, gelukkig! Dus er is zeker hoop voor je. Heel veel mensen krijgen er uiteindelijk minder last van, of leren hoe ze ondanks de angst toch kunnen wat ze willen. <3
    Lees een van mijn persoonlijke blogs: Kerst, we moeten praten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ik toon graag een persoonlijke blog onder mijn reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Deze site plaatst cookies. Als je doorgaat met je bezoek aan dsmmeisjes.nl ga je akkoord met ons cookiebeleid.