Maar…

“Nee, ik werk niet. Nee, ik heb niet gestudeerd. Ja, ik heb het vwo afgerond. Nee, ik werk en studeer niet omdat er een destructief motortje in mijn hoofd zit. Altijd. Schreeuwend. “MEER, BETER, MEER, BETER, NOG MEER, NOG MEER, NOG BETER!” Als er externe druk op het motortje komt te staan, en het motortje aanslaat, dan ‘smelt’ de rest van mijn hoofd weg. Ook als ik punaises sorteer.”

Ik leg het voor de zoveelste keer uit. Ja, ik heb het intellectuele vermogen om te kunnen studeren. Nee, ik kan niet studeren. Nee, ik kan niet werken. Dat komt door mijn stukke hoofd. Ik heb al mijn energie nodig om mijn hoofd te kunnen managen.

“Maar je wil dus niet aan het werk? Ga je ooit nog wat geschikts vinden? Ik hoop het wel.”

“Ik hoop het niet. Als ik wel aan het werk ga, zou ik een 60-urige werkweek draaien. En dat is nu precies het probleem. Het is goed zo.”

“Maar…”

Niets maar. Op slechte dagen ben ik tussen mijn tranen en mijn boosheid 50 keer aan het opschrijven dat iedereen er nog is. Dat ik niet bang hoef te zijn. Dat de wereld echt niet zo pikdonker is als dat mijn hoofd denkt. Dat mijn hoofd ongelijk heeft. Dat ademhalen helpt als ik een enorm hoge bloeddruk heb van de angst. Dat het morgen hopelijk lichter is. Dat het weer over gaat. Dat ik niet gefaald heb doordat ik niet werk. Of geen relatie heb. Of niet aan het schrijven ben. Of, of, of.

“Maar je kan toch niet je hele leven niets meer doen?”

Ja hoor, dat kan wel. Daar ben ik al 11 jaar mee bezig. Als je onder nietsdoen ook “zelfmanagement” verstaat.

 

7 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.