Littekens

‘Wil je dood? Wil je leven? Wat wil je?’ vraagt Peut lichtelijk geïrriteerd. Ik zit als aan de grond genageld op mijn stoel. Nee, ik wil niet dood. Ik wil juist leven. Maar wat ik wil? Geen idee.

Het is bijna half één ‘s middags en ik zit voor mijn wekelijks gesprek bij Peut. De avond ervoor ben ik echt helemaal losgegaan. Eetbui, arm open gekrast en me helemaal klem gezopen. Ik geloof dat ik nog dronken ben als ik daar zit. Nuchter in ieder geval niet. Al de hele dag heb ik zo’n gevoel dat ik mezelf kapot wil maken. Nee, niet wil, móet. De tijd van willen is al lang voorbij.

Als ik later thuis ben van Peut, mijn kater heb weggewerkt met een vette tosti en mijn roes heb uitgeslapen, begint er iets te dagen. Ik geloof dat ik aandacht wil. Lieve aandacht. Dus vindt mijn brein het logisch om een drang te geven tot zulk idioot gedrag waarbij ik mezelf schaadt, wat mensen in mijn omgeving alleen maar schokkend vinden en waar ze moeilijk mee om kunnen gaan.

Ik hunker naar een knuffel

Een veilig plekje om me te verschuilen. Bescherming tegen de wereld die op dit moment eigenlijk heel erg eng is. Ik wil dat een mama me ‘s avonds in komt stoppen en een verhaaltje voorleest, dat ze er ‘s morgens is om me op weg te helpen. Bij wie ik op schoot kan kruipen als ik bang of verdrietig ben. Die is er alleen niet, want ik ben inmiddels ruim volwassen.

Ik heb heel veel lieve vrienden aan wie ik overigens zat knuffels kan vragen en ook absoluut krijg. Ik vraag ze alleen niet, want ik vind dat ik het zelf moet kunnen oplossen en dus niemand nodig heb. In plaats daarvan probeer ik op een negatieve manier aandacht te vragen, zodat mensen een soort van medelijden met me krijgen. ‘Zo, zie je wel? Ik voel me rot en daarom doe ik dit en lekker pûh!’

Totaal onlogisch

Gelukkig komt er wel meer onlogisch gedrag voort uit mijn persoonlijkheidsstoornis, maar zo bont als de afgelopen maanden heb ik het geloof ik nog nooit gemaakt. Het onlogisch en contraproductief gedrag komt weer voort uit onlogische gedachten die allemaal voortkomen uit angst om afgewezen te worden, angst om niet gezien te worden, angst om te verdwijnen, angst voor geweld, angst om verlaten te worden.

Eigenlijk ben ik een heel bang klein meisje in het lichaam van een volwassen vrouw. Ik kan me heel goed volwassen gedragen als het moet. Het is niet zo dat ik te pas en te onpas mezelf gedraag als een klein kind. Maar als ik alleen ben, dan gaat het mis. Dan voel ik de angst die er altijd onder de oppervlakte sluimert. Dan voel ik al het verdriet wat ik ooit in mijn leven heb gekend.

Maar huilen lukt niet

De tranen komen niet, het blijft droog. Ik zit te wiegen met een deken om me heen en mijn knuffel tegen me aan gedrukt. Na een minuut of tien zo zitten neemt het gevoel af en maakt plaats voor de drang om mezelf stuk te maken. Om aan de buitenkant te laten zien wat ik aan de binnenkant voel.

Het werkt niet. Het werkt voor geen meter en het heeft alleen maar tot gevolg dat ik mensen afschrik. Dat vrienden me voorzichtig benaderen, me dingen niet vertellen, want ‘stel je voor dat…’ Nee, ik wil dit niet. Ik wil leven, léven. Ik wil huilen. Ik wil dat al die krassen op mijn huid en in mijn hoofd littekens worden.

Die op de huid zijn al aan het genezen en over een paar maanden zie je er niets meer van. Die in mijn hoofd zijn iets hardnekkiger, maar ik weet dat ook die kunnen genezen. Ze hebben alleen de juiste verzorging nodig, veel aandacht en liefde en een pleister als het korstje er ineens afgekrabbeld is.

7 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.