spiegel in hand

Lachspiegels

Lachspiegels. HAHA.
Wellicht ken je het nog vanuit je kindertijd. Ik wel. Ik vond het namelijk bijzonder intrigerend dat een dergelijke spiegel mijn fysieke uiterlijk in één klap kon veranderen. Ik werd helemaal in beslag genomen door de diversiteit aan vervormingen en verdraaiingen van mijn uiterlijk en beleefde hier veel plezier aan tijdens een dagje uit naar een pretpark.

Nowadays heeft het woord lachspiegel een totaal andere betekenis voor me gekregen. Dagelijks kijk ik in een lachspiegel, terwijl ik het niet meer wil. Én, ik beleef er deze dagen totaal geen plezier meer aan. Oké, één keer was leuk, maar altijd en overal? Het vervaagt de realiteit, of in elk geval mijn realiteit. Ik zie mensen vol afschuw naar me kijken, over me praten, lachen. Als ik in de spiegel kijk, doe ik het ook. Ik lach, mijn gedachten lachen, het beeld lacht. Alles lacht, maar ik kan diep vanbinnen wel huilen. Dus ik geef willekeurige mensen die me voorbij lopen en ‘die’ blik op me werpen, volkomen gelijk. Het zorgt tevens voor herhaalde rituelen, handelingen die ik ‘moet’ doen om enigszins de onrust te dempen.

Oké. Huisarts, mijn adem is slecht. Resultaat: keelamandelen verwijderd. Huisarts, het is niet over, ik zie echt dat mensen last hebben van me. Ik ben me zo ontzettend bewust van mezelf in groepen, dat ik wil wegrennen, me wil verstoppen. Helaas ben ik nou eenmaal een dame van 1 meter 80, dus mezelf kleiner maken is geen optie. “Kan het zijn dat het een obsessie is geworden? Dat je het je inbeeldt?” Au, ik word zo intens kwaad. Wat willen mensen nou eigenlijk? Me vol afschuw aankijken en vervolgens zeggen dat ik het me maar inbeeld? Ik vertrouw jullie niet meer. Tevens walg ik zo van mezelf dat het mijn dagelijkse leven bepaalt. Ik schaam me, want je hoeft toch niet zo ijdel te zijn?

Maanden verder. Acceptatie van de stoornis BDD (oftewel: ingebeelde lelijkheid), angststoornis en depressie. Ik doe op verzoek van mijn therapeut experimenten. Zoals een experiment als in het programma Hotter than my daughter, waarbij vriendinnen een enquête houden met mijn foto. Ik durf het niet te geloven hoor, waarvoor doe ik dit eigenlijk nog? Ik laat mezelf al elke dag vernederen door mezelf openbaar te laten zien. Mijn kaak en tanden staan scheef! Toch noemt niemand het gebrek tijdens het experiment. Ik heb het idee dat ik gek word. Dat alles wat ik zie een hallucinatie is. “Ach nee joh, er is toch niks aan de hand. Ik zie niks aan je. Je bent prachtig”. Brrr. Mijn nekharen schieten overeind en mijn maag draait om. Ik weet een glimlach te forceren maar het liefst wil ik schreeuwen dat het niet klopt. Ik houd me in en de gedachten komen op. Klopt dit dan echt? Nee, ze zeggen het vast uit medelijden, ze willen me niet kwetsen. Ik voel me voor even goed, maar één blik van een voorbijganger kan het hele experiment weer teniet doen. Zie je wel.

Eén ding weet ik wel: vervormingen zijn niet langer meer een grappige beleving in mijn hoofd. Tijd, medicatie en therapie zullen me helpen om mijn overtuigingen om te buigen. (Haha, dit zou omgebogen moeten worden, in plaats van mijn beeld van mezelf.)