Kutkat

Deze blog gaat in op zelfbeschadiging. Lees deze blog daarom niet als je weet dat dit niet fijn voor je is. Zoek je iemand om mee te praten? Neem dan contact op met de vrijwilligers van Sensoor.

Zelfbeschadiging en littekens zijn sinds mijn 11e onderdeel van mijn leven, mijn lichaam, mijn gedachtes en mijn gevoel. Automutilatie en littekens horen geen taboe te zijn en daarom wil ik erover schrijven, dus bij deze.

Een meisje van 11 jaar oud, als ik er op terugkijk realiseer ik mij wat voor een broekie ik nog was. Een bang broekie, want mijn dagen vulde ik met proberen een te worden met het interieur van de klas of de muren rondom het schoolplein.

Geen domme dingen zeggen, geen fout maken, of juist wel wat extra fouten maken… want dan vonden de kinderen die mij pestte mij misschien niet zo’n nerd. Maar dat stopte het pesten niet, want hoeveel of weinig fouten ik ook maakte, of ik nou mijn haar liet groeien, kort had, in een staart of knot, of ik nou een rokje aan had of een spijkerbroek, sneakers of laarzen… alleen in de pauze, mee doen met voetbal of bij de ‘stoere chickies’… ik werd gepest.

Dat begon al een tijdje voor mijn 11e, in groep 4. Dus al die jaren werd ik gepest, sommige periodes heviger dan anderen, maar het stopte nooit. Op school, na school, online.

“Oké, je bent gepest. Maar wat deden ze dan?” Buitensluiten, spullen afpakken en slopen, MSN hacken, uitschelden, haren trekken, in mijn gezicht spugen, opwachten, slaan, schoppen, uitlachen.

Van een verlegen, lief en op zich vrolijk meisje, veranderde ik in een ongelukkig en bang kind. En toen: misbruik. Er gebeurde later verschrikkelijke dingen, waar ik nu nog heel erg mee worstel en voor in behandeling ben. Voor nu geen details daarover, dat voelt veiliger.

Maar alles maakte dat mijn eigenwaarde weg was. De overtuiging dat ik een stuk vuil was, waarmee alles gedaan mocht worden, geen respect verdiende, mijn huid stuk en mijn lijf kapot moest, had zich in mijn hoofd genesteld. Ik kraste voor het eerst in mijn arm. De aanleiding was een storm in mijn hoofd en ik moest en zou die sussen. Het lukte, heel even, om op adem te komen. Maar vervolgens dacht ik: shit, dit moet ik verbergen, hier mag niemand achter komen. Steeds vaker kraste ik mezelf, en de rust die daarop volgde duurde steeds korter.

Hoewel ik mezelf snel had aangeleerd het op plekken te doen die makkelijker te verbergen waren was dat niet meer voldoende. Ook moest het erger. De krasjes werden krassen, vervolgens sneetjes en uiteindelijk wonden die medische zorg nodig hadden. Er was een dieptepunt, dat ik de hechtingen  telde, en bij 120 de tel kwijt raakte. Maar nooit was mijn huid stuk genoeg, nooit was er de voldoening dat ik niet meer vies was. Steeds opnieuw, steeds meer.

Een crisisopname in Heiloo, in 2015, heeft er achteraf gezien voor gezorgd dat nu niet mijn hele nek, gezicht en handen bedekt zijn met littekens. Ik kan nog niet zeggen dat ik het niet meer nodig heb, maar sinds begin 2016 gebeurd het aanzienlijk minder. Mijn doel is om vol overtuiging tegen mijzelf in de spiegel te kunnen zeggen dat ik niet vies ben, mijn huid mag helen, mijn lichaam van mij is en dat automutilatie verleden tijd is. De littekens, die blijven. Sommige zullen nog wat minder hard en lichter van kleur worden, maar ze gaan niet weg. De weg naar acceptatie is lang, maar ik kom er wel.

In de zomer kies ik soms voor korte mouwen, tijdens het afwassen stroop ik mijn mouwen op, ik wil kunnen zwemmen, zonder burkini en in een collegezaal met 60 man, trek ik mijn vest uit als ik het heet heb.

Als ik een kindje krijg, gaat hij of zij vragen stellen. En nee, ik ga niet zeggen dat ik vroeger een gemene kat had, want dan durft mijn kind geen kat meer als huisdier te hebben. Of gaat tegen de klasgenootjes met katten zeggen dat ze thuis een kutkat hebben, als mijn kind mijn ‘subtiliteit’ erft tenminste.

Automutilatie is voor mij geen fase, het gaat niet over als je uit je pubertijd of emo-fase komt. Oh, en niet alle mensen die emo zijn, snijden zichzelf. Zowel mannen als vrouwen doen het. Jongeren, volwassenen en ouderen. Je buurmeisje, de jongen achterin de bus of de ‘verwarde’ persoon waarover je leest in de krant.

De een heeft zichtbare littekens, heeft misschien reliëf. De ander beukt zijn hoofd tegen de muur of trekt de haren uit haar hoofd. De grote overeenkomst tussen ons zijn de littekens op ons hart, en die hebben liefde en zorg nodig. Van onszelf, en van onze omgeving.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.