Koud washandje

Vandaag moest mijn verstandskies eruit. Met mijn vier verstandskiezen die meer ruimte vragen dan mijn kaak voor ze heeft, voel ik me een verouderde versie. Windows Vista maar dan in menselijke vorm. De evolutie maakt er soms een potje van.
Het is een ingreep die veel mensen in hun leven eens moeten ondergaan, maar leuk wordt het nooit. Er wordt met grof geweld iets uit je kaak gesloopt en ja, dat voel je. Achteraf dan, want in platspuiten zijn ze in 2017 wel goed.
Tijdens de ingreep heeft de tandarts Portugese volksmuziek opstaan en praat hij honderduit over de kat van zijn buurvrouw die een kale neus begint te krijgen. Of ik soms weet hoe dat komt? Met een verlamd bekkie is het wat lastig mede-brainstormen, maar het leidt wel af van al het gewrik en gedoe in mijn mond. Na het zien van mijn licht gehavende hand constateert hij nog even dat ik ook wel een kat moet hebben. (Hoeveel katten zouden er wereldwijd per jaar de schuld krijgen van krassen door automutilatie? Misschien is het tijd dat er iemand voor deze onschuldige beestjes opstaat…)
Als een kleine overwinnaar verlaat ik uiteindelijk opgelucht het pand, nadat de tandarts zich mijn kies nog even heeft toegeëigend als ware het een trofee. Hij vond het leuk om hem eruit te halen, goed dat er nog iemand genoten heeft.

Maar als ik thuis ben komt de klap. Verdovingen werken uit en bij de Kruidvat ingeslagen pijnstillers werken alleen goed tegen een lullig hoofdpijntje. Jankend lig ik op de bank.
Ik ben verbaasd. Sinds wanneer kan ik pijn niet meer verdragen, ik ben toch een grote meid?
Maar ik voel gewoon dat deze pijn de spreekwoordelijke druppel is die de emmer doet overlopen. Ik heb in mijn leven veel te vaak eenzaam op een bank gelegen. Maandenlang, dag in dag uit, omdat mijn lichaam bezweken was onder de psychische zwaarte.
Elke dag dat ik daar nu weer moet liggen, gevloerd op die gevreesde bank, is er precies één te veel.
Ik denk aan vroeger, toen ik een keer van de trap gevallen was, met mijn hoofd op de vloer. Hoe ik met mama op de bank lag, in haar armen. Met een nat washandje depte ze de bult op mijn voorhoofd, terwijl ze me zachtjes voorlas. Ook al was ik toen ernstig versuft door de val en de pijn, ik herinner het me nog steeds haarfijn.
Maar ik ben niet meer klein en mijn moeder heb ik al lang niet meer gezien. Dus bel ik de tandarts en vraag hem om zwaardere pijnstilling en fiets ik met mijn behuilde hoofd door de spits naar de apotheek.
Daarna kom ik in mijn huis waar nog steeds niemand thuis is, kruip ik toch maar op die gehate bank en zet ik een luisterboek op, bij gebrek aan mama. Maar inwendig verlang ik naar haar en haar koude washandje op mijn hoofd.

One Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.