Kleine meisjes worden groot – soms met medicatie

“Ik ben zo stoned als een garnaal…”

Ik probeer een scheve lach terwijl ik dit mededeel, maar het huilen staat me nader dan het lachen. De tweede dag met nieuwe medicatie en ik voel me alsof ik teveel gedronken heb en vervolgens nog een paar keer in de achtbaan ben geweest. De aarde draait, het voelt alsof er elastiek in mijn benen zit en ik zou het liefst weer terugkruipen in bed. Ik ben moe tot in mijn ziel. Vandaag heb ik echter afgesproken om een vriend te helpen met het redigeren van zijn boek. De afgelopen weken ben ik hier zo goed en kwaad als het kon mee bezig geweest. Schrijven is al jaren een hobby van me. Wellicht dat ik mezelf een professionele amateur zou mogen noemen. Bij tijd en wijle een taal-nazi, maar ik ben me er terdege van bewust dat ik zelf ook nog fouten maak. Stijl, opmaak, spelling, grammatica, interpunctie. Zelfs de zaken die me vroeger zo goed afgingen kosten me nu ontzettend veel moeite. Concentratieproblemen, maar vooral een behoorlijk tekort aan zelfvertrouwen en laag zelfbeeld houden me aan de grond. Ieder commentaar vat ik persoonlijk op en ik voel me het schoolvoorbeeld van faalangst, een angstig, klein meisje in de grote-mensen-wereld.

Moe, moeite, moeilijk

Zoeken wat je leuk vindt kan behoorlijk lastig zijn wanneer je zo tot op het bot gestript bent dat je niet meer weet wie je bent en wat je wilt. Geen vrouw meer, geen moeder meer, maar een zoekend, klein meisje…

Daarnaast zit ik nog middenin de zoektocht naar mijn diagnose(s) en de bijbehorende behandeling. Een verwijzing naar een tweede behandelaar voor een second opinion is aangevraagd. In de tussentijd mocht ik dus starten met medicatie. Ik voel weerstand bij alles wat ik onderneem, helemaal bij zaken en dingen waar ik in het verleden al lichtelijk allergisch voor was; medicatie en bepaalde behandelaars. Nu heb ik bewust die deuren opengezet omdat ik merk dat het niet meer gaat. Na de zoveelste woedeuitbarsting, de zoveelste aandrang om weg te lopen en niet meer terug te komen. Mijn mail naar de psychologe was een hele hoge drempel. Toen ik ook nog eens een auto-reply terugkreeg omdat ze afgelopen week nog met vakantie was gaf ik het eigenlijk al weer op. Teveel moeite en man, wat was ik moe.

Vakantie of niet, ze las toch mijn mail en speelde dit door naar mijn psychiater, bij wie ik eind van de week sowieso al een afspraak had. De afspraak werd een dag vervroegd en met frisse tegenzin zat ik donderdag op de fiets.

“Wat zijn je klachten?”

Wanneer je moeite hebt om hulp te vragen, stevige muren om je heen hebt gebouwd en dagelijks rondloopt met een masker op, is het best lastig om antwoord te geven op simpele vragen. “De standaard dingen” was mijn reactie, maar mijn psychiater vroeg door en wilde ook weten wat die ‘standaard dingen’ inhielden.

Lusteloos, meer dan moe, prikkelbaar, onrustig en vooral veel piekeren. Niet actief mezelf iets aan willen doen, maar wel de gedachte dat ik zou willen verdwijnen, slapen en niet meer wakker worden. Zo onredelijk boos worden op de hele wereld, maar vooral mezelf. Hele dagen niet te motiveren, niet tot wat dan ook aan te sporen. Hele dagen die leegte, die af en toe ineens omslaat in die woede, of juist even een absurd moment met humor, lachen en dan zo schrikken van mezelf dat het meteen weer omslaat.

Niet zomaar somber

Ik ben depressief, dus ik mag van mezelf niet lachen. Zodra het wel gebeurt voel ik me schuldig, alsof ik me aanstel. Het stemmetje in mijn achterhoofd geeft me een standje. Als ik me echt zo kut voel, is er ook geen ruimte voor positieve dingen. In mijn omgeving zijn helaas nog genoeg mensen die denken dat een depressie gewoon een dipje is. Dat ik me er maar overheen moet zetten en positieve dingen moet denken.
Geloof me, dat probeer ik al zo vaak, dat dit wispelturige meisje met een beetje elfenstof erbij al tig keer heen en weer naar Nooitgedachtland zou zijn gevlogen.

Juist in de afgelopen weken waren er positieve ontwikkelingen in ons gezin. Eindelijk komt er beweging in, zit er schot in de zaak. Ik wilde zo graag meevliegen op die positieve energie. Alle betrokkenen waren enthousiast en ik deed enthousiast mee. Althans, dat dacht ik, want toen ik in mijn eentje thuis zat begon het weer te knagen.

Langzaam, samen met die zwarte inkt, sijpelde het besef naar binnen: Ik ben nog niet zover. Ik zou graag mee willen doen, mee willen lachen, genieten, maar ik voel het niet.

Iets met een B…

Aangezien mijn diagnose nog niet helemaal helder is, was het even zoeken qua medicatie. De waarschijnlijkheidsdiagnose neigt naar borderline (de stoornis of trekken van), maar een bipolaire stoornis is nog steeds niet uitgesloten. Vandaar dus ook die second opinion. ‘Gewone’ anti-depressiva bij een bipolaire stoornis zouden een eventuele manie of hypomanische episode uit kunnen lokken en tja, als dat niet hoeft wil ik dat ook niet uitproberen. Tijdens het zoeken naar passende medicatie grapte mijn psychiater dat hij niet de pipo wilde zijn die iets niet goed deed of uitlegde. Misschien juist wel die openheid en die humor maken wel dat ik tot nu toe hele fijne gesprekken gehad heb. Ondanks dat mijn diagnose niet helder is, voel ik me wel gehoord en dat scheelt al enorm.

Er komt zoveel op me af de laatste tijd, dat ik af en toe van voor niet weet wat ik van achter aan het doen ben; ik pieker me suf en merk dat ik weer in begin te leveren qua slaap. Hopelijk gaat mijn medicatie daar verandering in brengen.

Went het ooit…?

De eerste drie dagen mag ik sowieso niet autorijden, mijn reactievermogen kán beïnvloed worden, maar zo voelt het ook echt. Wakker zijn terwijl je nog slaapt, in een roes zitten en niet weten of dat alleen de eerste tijd zo zal zijn. Ik ben lang niet zo afhankelijk van anderen geweest. Zelf mag ik niet rijden en ik loop liever niet alleen buiten met mijn duizelige hoofd. Het kleine meisje in me houdt maar al te graag andermans hand vast deze dagen. Het zou fijn zijn wanneer ik iets kan vinden dat werkt zonder vervelende bijwerkingen. Niet dat ik nu uitkijk naar een toekomst met dagelijks pillen slikken, maar misschien dat ik toch voor mezelf moet erkennen dat er zodanig veel speelt dat het nodig kan zijn.

Na zo’n twee weken lijkt het alsof de medicatie me wel iets stabiliseert. Ik heb nog grote moeite om uit bed te komen, maar voor nu lijkt het alsof de scherpe randen er vanaf zijn. Alsof mijn sombere buien uitverdund worden en mijn woede op de waakvlam komt te staan.

Stapje voor stapje

Dan valt er een brief op de mat van een ‘nieuwe’ behandelaar of ik zelf contact op wil nemen voor een eerste afspraak. De kop bovenaan zegt genoeg: Centrum voor bipolaire stoornissen.

Ineens zakt de moed me in mijn schoenen. Zie ik mezelf door een kritische koker alleen als een patiënt, iemand met een beperking. Ik zie mezelf mijn leven lang extra moeite doen om het dan nog steeds nét niet te redden in het leven.

Even ben ik weer dat angstige, kleine, sombere, zoekende meisje. Even wil ik me verstoppen voor de grote boze wereld. Verberg ik me het liefst achter wie of wat er dan ook in mijn buurt is. Maar ik hoef mezelf niet groot te houden. Ik mag mezelf zijn en dus geef ik dat angstige, kleine meisje een hand. Misschien kan ik haar niet meteen duidelijkheid geven, maar dan zoeken we samen verder. Kleine meisjes worden groot, stapje voor stapje..

4 Comments

    1. Dank je! Ik vind het zo ontzettend fijn om zoveel herkenning te zien bij de andere DSMmeisjes. Weten dat je niet de enige bent met dit soort ervaringen en worstelingen maakt zo’n enorm verschil!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.