DaretoSeeMe en dsmmeisjes logo

Verband seksueel misbruik en ontstaan borderline


Hannah Zandvoort, schrijfster van dit artikel:

“In het eerste jaar van de opleiding Psychologie moest ik voor mijn propedeuse een artikel schrijven. Ik mocht helemaal zelf weten waar het over zou gaan, zolang het maar wetenschappelijk onderbouwd was. Uiteindelijk heb ik ervoor gekozen om de link tussen seksueel misbruik in de kindertijd en de ontwikkeling van borderline op latere leeftijd te onderzoeken. Dit leek mij heel interessant, omdat ik veel hoorde over mensen met borderline die een jeugd hadden waarin seksueel misbruik heeft plaatsgevonden. Ik wilde graag weten wat hier in de wetenschappelijke literatuur over werd gezegd.”

Inleiding

Toen A.B. 3 jaar oud was, is ze seksueel misbruikt. Toen ze 18 jaar was is er een case studie naar haar gedaan (Khalily, Hallahan, 2011). Sinds het misbruik heeft ze verschillende problemen gehad, zo was ze meer teruggetrokken dan voor het misbruik en voelde ze zich depressief. De resultaten van de case studie wijzen sterk op een diagnose van borderline.
Seksueel misbruik in de kindertijd en een diagnose van borderline in de adolescentie lijken vaker samen te gaan.

Dit artikel gaat in op de vraag of seksueel misbruik in de kindertijd kan leiden tot de ontwikkeling van borderline in de adolescentie. Dit wordt onderzocht door te kijken naar verschillende wetenschappelijke onderzoeken die te maken hebben met dit onderwerp. Het is belangrijk om dit te onderzoeken omdat zo de oorzaak van de ontwikkeling van borderline bij patiënten beter onderzocht kan worden. Als blijkt dat seksueel misbruik de oorzaak kan zijn van borderline, kan er onderzocht worden of de ontwikkeling van borderline na seksueel misbruik te voorkomen is.


De DSM-IV beschrijft borderline als volgt: ‘Een diepgaand patroon van instabiliteit in intermenselijke relaties, zelfbeeld en affecten en van duidelijke impulsiviteit, beginnend in de vroege volwassenheid en tot uiting komend in diverse situaties’ (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, 1994).

Resultaten

Negatieve gebeurtenissen in de kindertijd
In het onderzoek van Pietrek en collega’s werd onderzocht of er een verband is tussen negatieve gebeurtenissen in de kindertijd en psychiatrische stoornissen (Pietrek, Elbert, Weierstall, Müller & Rockstroh, 2013). Hiervoor zijn vier groepen met elkaar vergeleken: mensen met borderline, mensen met een depressie, mensen met schizofrenie en gezonde mensen.

Uit dit onderzoek bleek dat de mensen met borderline meer negatieve gebeurtenissen zoals seksueel misbruik en emotionele verwaarlozing hadden meegemaakt in hun kindertijd dan mensen uit de andere groepen. De mensen uit de borderline groep hadden ook meer prominente tegenslagen in de vroege kindertijd te verwerken gekregen in verhouding tot de andere groepen. Regressieanalyse van deze gegevens bevestigt dat vroege negatieve gebeurtenissen een voorspeller van borderline zijn, maar niet van depressie en schizofrenie.


Winsper, Zanarini en Wolke (2012) voerden een longitudinaal onderzoek uit bij 6050 kinderen en hun moeder. De focus lag op negatieve situaties in de familie, zoals slechte
huisvesting, financiële moeilijkheden of substantieel misbruik. Daarnaast lag de focus ook op niet goed functionerend ouderschap tijdens de kindertijd. Met niet goed functionerend ouderschap wordt bijvoorbeeld (seksueel) misbruik of verwaarlozing bedoeld. Er is een significant verband gevonden tussen deze vorm van ouderschap en symptomen van borderline op 11-jarige leeftijd.


Uit deze onderzoeken blijkt dus dat er een verband is tussen negatieve situaties in de kindertijd en borderline op latere leeftijd. Seksueel misbruik in de kindertijd, maar ook andere negatieve situaties op die leeftijd, vergroten de kans op de ontwikkeling van borderline.

Vroege aanvang misbruik versus late aanvang
In het onderzoek van Gallop en McLean (2003) werd onderzocht welke groep vrouwen meer voldeden aan de symptomen van borderline en posttraumatische stressstoornis: vrouwen die eerder seksueel waren misbruikt of vrouwen bij wie dat later gebeurde. Voor dit onderzoek is een steekproef van 65 vrouwen genomen. Er waren 38 vrouwen bij wie het seksueel misbruik vroeg in de kindertijd begon (12 of jonger) en 27 vrouwen bij wie het later begon (ouder dan 13).

Bij alle vrouwen is een interview afgenomen en zijn diagnoses van borderline en posttraumatische stressstoornis vastgesteld door middel van de ‘Revised Diagnostic Interview for Borderlines’ en de ‘Structured Interview for Disorders of Extreme Stress’. Met behulp van de ‘Traumatic Antecedents Questionnaire’ is vastgesteld of en wat voor trauma de vrouwen hadden. Uit de resultaten bleek dat de diagnoses van borderline en posttraumatische stressstoornis significant hoger waren bij de vrouwen bij wie het seksueel misbruik eerder begon.

Mate seksueel misbruik en mate borderline
Als seksueel misbruik in de kindertijd en de ontwikkeling van borderline samenhangen, dan is te verwachten dat zich ergere symptomen van borderline ontwikkelen wanneer het seksueel misbruik ernstiger was.

Hier is onderzoek naar gedaan, waarbij de relatie tussen de mate van seksueel misbruik in de kindertijd, andere vormen van misbruik, verwaarlozing, en de mate van symptomen van borderline en psychosociale stoornissen is onderzocht (Frankenburg, Hennen, Marino, Reich, Vujanovic, Yong & Zanarani, 2002).

Voor dit onderzoek is bij 290 borderlinepatiënten gekeken naar de mate van negatieve ervaringen in de kindertijd. Meer dan 50% van de seksueel misbruikte borderlinepatiënten gaf aan in de kindertijd en de adolescentie op wekelijkse basis te zijn misbruikt, voor tenminste 1 jaar, door een ouder of iemand anders die dichtbij staat en door tenminste 2 daders. De mate van seksueel misbruik in de kindertijd bleek significant te correleren met de mate van de symptomen van borderline en psychosociale stoornissen.

Seksueel misbruikten onder borderlinepatiënten
In het onderzoek van Bandelow, Krause, Wedekind, Broocks, Hajak en Rüther (2005) zijn borderlinepatiënten vergeleken met gezonde mensen op het gebied van traumatische gebeurtenissen in de kindertijd. Hiervoor zijn 66 borderlinepatiënten en 109 gezonde mensen onderzocht. De beide groepen werden geïnterviewd met vragen over traumatische gebeurtenissen, de houding van de ouders, familiegeschiedenis van psychiatrische stoornissen en risicofactoren bij de geboorte. In de borderline groep waren er significant meer traumatische gebeurtenissen in de kindertijd. Bovendien werd de houding van de ouders bij meer borderlinepatiënten als ongunstig beschreven dan bij de gezonde mensen, waren er meer psychiatrische stoornissen in de familie bij de borderlinepatiënten en waren er vaker mensen te vroeg geboren in de borderline groep.

Uit het onderzoek bleken beide groepen op een aantal aspecten significant te verschillen. Zo zijn er meer neurotische stoornissen in de familie bij de borderline groep, kwam er vaker seksueel misbruik voor en hadden ze vaker geen contact met één of beide ouders. Dit onderzoek laat dus onder andere zien dat er meer mensen seksueel misbruikt zijn onder borderlinepatiënten dan onder gezonde mensen. Ook blijkt uit dit onderzoek dat borderlinepatiënten over het algemeen meer traumatische gebeurtenissen mee hebben gemaakt.


Neurocognitieve tekorten
Een van de symptomen van borderline is instabiliteit in intermenselijke relaties (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, 1994). Een voorbeeld hiervan is het feit dat mensen met borderline zich vaak niet goed kunnen hechten aan anderen. Minzenberg, Poole en Vinogradov (2008) onderzochten of de verstoorde hechting bij borderline patiënten gerelateerd is aan neurocognitieve tekorten. Ook is onderzocht of mishandeling in de kindertijd gerelateerd is aan deze tekorten.

Dit is belangrijk om te onderzoeken, omdat dit een manier zou kunnen zijn hoe misbruik in de kindertijd leidt tot de ontwikkeling van borderline. Voor dit onderzoek is een groep borderlinepatiënten vergeleken met een controle groep. Uit de resultaten bleek dat de mensen met borderline lager scoorden op het gebied van kortetermijngeheugen, uitvoerende en intelligente functies. Het verminderde geheugen van de borderlinepatiënten was gerelateerd aan hechtingsangst, terwijl de verstoring van uitvoerende functies gerelateerd was aan hechtingsvermijding.

Een geschiedenis van misbruik bleek significant gecorreleerd aan de
verstoorde uitvoerende functies en het verminderde geheugen. Deze resultaten suggereren dat misbruik in de kindertijd kan bijdragen aan de neurocognitieve tekorten die voorkomen bij borderline. Dit zou kunnen verklaren hoe misbruik in de kindertijd kan leiden tot borderline.

Neurobiologische afwijkingen

Uit het vorige onderzoek bleek dat er een mogelijk verband is tussen de neurocognitieve tekorten die ontstaan bij misbruik in de kindertijd en borderline. Kin, Nair, Paris, Schwartz en Zweig-Frank (2003) deden hier ook onderzoek naar. Bij dit onderzoek zijn twee groepen vergeleken: borderlinepatiënten en gezonde mensen. Als eerst werd onderzocht of de groep borderlinepatiënten ook daadwerkelijk voldeed aan de diagnose voor borderline. Dit werd gedaan met behulp van twee interviews. Vervolgens is onderzocht of er seksueel misbruik in de kindertijd had plaatsgevonden. Uiteindelijk zaten er 24 mensen in de borderlinegroep en 12 mensen in de controle groep. Bij beide groepen is de activiteit van de aanmaak van serotonine, acetylcholine en adrenaline gemeten. Er bleken geen significante verschillen te zijn tussen de beide groepen.

Dit betekent dat er in dit onderzoek op neurobiologisch gebied geen verschillen werden gevonden tussen mensen met en mensen zonder borderline. Deze resultaten laten, anders dan bij het vorige onderzoek, geen directe relatie zien tussen seksueel misbruik in de kindertijd en de neurobiologische afwijkingen in borderline.

Valse herinneringen

Uit veel onderzoeken blijkt dat mensen met borderline gemiddeld vaker seksueel misbruikt zijn in de kindertijd dan gezonde mensen. Veel onderzoekers zijn er daarom vanuit gegaan dat seksueel misbruik in de kindertijd leidt tot de ontwikkeling van borderline. Maar is dit wel een juiste conclusie? Bailey en Shriver (1999) gaven in hun onderzoek meerdere interpretaties aan deze associatie. Voor dit onderzoek zijn psychologen geïnterviewd. De psychologen gaven aan dat borderlinepatiënten erg overtuigend kunnen liegen, sneller vrijwillig destructieve seksuele relaties aan gaan, veel sneller dan anderen sociale interacties verkeerd interpreteren en vaker valse herinneringen hebben.

Het zou dus kunnen zijn dat borderlinepatiënten denken dat ze seksueel misbruikt zijn, terwijl dat slechts een valse herinnering blijkt te zijn. Schilling, Wingenfield, Spitzer, Nagel en Moritz (2013) deden hier onderzoek naar. Voor dit onderzoek is betrouwbaarheid en de accuraatheid van het geheugen beoordeeld bij 20 borderlinepatiënten en 22 gezonde mensen. Uit de resultaten bleek dat de borderlinepatiënten niet meer valse herinneringen hadden dan de gezonde mensen. De resultaten van dit onderzoek lijken dus tegen te spreken dat borderlinepatiënten vaker valse herinneringen van seksueel misbruik hebben.

Conclusie

Dit artikel probeert antwoord te geven op de vraag of seksueel misbruik in de kindertijd de kans vergroot op de ontwikkeling van borderline. Dit is onderzocht door meerdere onderzoeken te bestuderen. Hieruit blijkt dat negatieve situaties in de kindertijd invloed kunnen hebben op de ontwikkeling van borderline. Ook zijn de diagnoses van borderline significant hoger bij vrouwen die eerder in hun leven seksueel zijn misbruikt dan bij vrouwen die later seksueel zijn misbruikt. Dit geeft dus aan dat de kindertijd mogelijk een gevoelige periode is, en dat de aanwezigheid van seksueel misbruik in deze periode kan leiden tot de ontwikkeling van borderline op latere leeftijd.


De mate van seksueel misbruik in de kindertijd speelt ook mee. Dit is namelijk gerelateerd aan de mate van de symptomen van borderline. Dit laat dus zien dat niet alleen de aanwezigheid van seksueel misbruik kan leiden tot borderline, maar dat het ook uitmaakt hoe vaak en hoe erg het was.


Seksueel misbruik kan door verschillende mensen anders worden ervaren. Een goed onderwerp voor een onderzoek zou dus kunnen zijn of het ook uitmaakt hoe de persoon deze gebeurtenissen heeft ervaren. Is het zo dat de kans op borderline groter is wanneer de persoon het seksueel misbruik als erger heeft ervaren?


Uit het onderzoek van Minzenberg, Poole en Vinogradov (2008) blijkt dat seksueel misbruik leidt tot neurocognitieve afwijkingen. Deze afwijkingen komen voor bij mensen met borderline. Dit zou kunnen verklaren hoe seksueel misbruik leidt tot borderline. Het onderzoek van Kin, Nair, Paris, Schwartz en Zweig-Frank (2003) laat daarentegen geen verband zien tussen seksueel misbruik en neurocognitieve afwijkingen. Er zijn echter maar drie stofjes onderzocht, dus dit zou nog uitgebreider onderzocht kunnen worden.


Verder kan er nog onderzocht worden waarom sommige mensen die seksueel misbruikt zijn in de kindertijd geen borderline ontwikkelen, en anderen weer wel. Zijn er verzachtende omstandigheden die ervoor zorgen dat zich geen borderline ontwikkelt? Wat zijn die verzachtende omstandigheden dan? Dit zijn belangrijke onderwerpen die onderzocht kunnen worden.


Al met al blijkt uit de meeste onderzoeken dat seksueel misbruik en borderline met elkaar gecorreleerd zijn. Of dit ook een oorzakelijk verband is, is niet met zekerheid te zeggen. Hier zou onderzoek naar gedaan kunnen worden. Ook zou onderzoek gedaan kunnen worden naar verschillende vormen van therapie bij mensen die seksueel misbruikt zijn in hun kindertijd.
Het zou kunnen dat borderline voor deze mensen dan te voorkomen is.

Meer weten over Borderline? Lees dan:

Literatuurlijst

American Psychiatric Association. (2000). Diagnostic and statistical manual of mental
disorders. Washington, DC: Auteur.
Bandelow, B., Krause, J., Wedekind, D., Broocks, A., Hajak, G. & Rüther, E. (2005). Early
traumatic life events, parental attitudes, family history, and birth risk factors in patients
with borderline personality disorder and healthy controls. Psychiatry Research, 134(2),
169-179 doi:10.1016/j.psychres.2003.07.08
Frankenburg, F.R., Hennen, J., Marino, M.F., Reich, B., Vujanovic, A., Yong, L. & Zanarini,
M.C. (2002). Severity of reported childhood sexual abuse and its relationship to severity
of borderline psychopathology and psychosocial impairment among borderline inpatients.
The Journal of Nervous and Mental Disease, 190, 381-387.
Gallop, R. & McLean, L.M. (2003). Implications of childhood sexual abuse for adult
borderline personality disorder and complex posttraumatic stress disorder. The American
Journal of Psychiatry, 160, 369-371.
Khalily, M. & Hallahan, B. (2011). A case study of a sexually abused girl at preschool
age. Journal Of Child Sexual Abuse: Research, Treatment, & Program Innovations For
Victims, Survivors, & Offenders, 20(3), 338-352. doi:10.1080/10538712.2011.571232
Kin, Y., Nair, V., Paris, J., Schwartz, G. & Zweig-Frank, H. (2003). Childhood sexual abuse
in relation to neurobiological challenge tests in patients with borderline personality
disorder and normal controls. Psychiatry Research, 141, 337-341.
Bailey, J. & Shriver, A. (1999). Does childhood sexual abuse cause borderline personality
disorder?. Journal Of Sex & Marital Therapy, 25(1), 45-57.
Minzenberg, M., Poole, J. & Vinogradov, S. (2008). A neurocognitive model of borderline
personality disorder: effects of childhood sexual abuse and relationship to adult social
attachment disturbance. Development And Psychopathology, 20(1), 341- 368.
doi:10.1017/S0954579408000163
Pietrek, C., Elbert, T., Weierstall, R., Müller, O. & Rockstroh, B. (2013). Childhood
adversities in relation to psychiatric disorders.Psychiatry Research, 206(1), 103-110.
doi:10.1016/j.psychres.2012.11.003
Schilling, L., Wingenfeld, K., Spitzer, C., Nagel, M. & Moritz, S. (2013). False memories and
memory confidence in borderline patients. Journal Of Behavior Therapy And
Experimental Psychiatry, 44(4), 376-380. doi:10.1016/j.jbtep.2013.03.007
Winsper, C. C., Zanarini, M. M. & Wolke, D. D. (2012). Prospective study of family
adversity and maladaptive parenting in childhood and borderline personality disorder
symptoms in a non-clinical population at 11 years. Psychological Medicine, 42(11),
2405-2420. doi:10.1017/S0033291712000542

 

Bekijk de laatste blogs over borderline:

Gerelateerde artikelen:

Deze site plaatst cookies. Als je doorgaat met je bezoek aan dsmmeisjes.nl ga je akkoord met ons cookiebeleid.