Id ego superego

Sigmund Freud: Wat zijn de Id, Ego en Superego?

Volgens Sigmund Freud is de menselijke persoonlijkheid complex en heeft het meer dan één component. In zijn beroemde psychoanalytische persoonlijkheidstheorie bestaat persoonlijkheid uit drie elementen. Deze drie elementen van persoonlijkheid – bekend als de id, het ego en het superego- werken samen om complex menselijk gedrag te creëren.

Elk onderdeel voegt niet alleen zijn eigen unieke bijdrage toe aan persoonlijkheid, maar alle drie de elementen interacteren op manieren die een krachtige invloed hebben op elk individu. Elk van deze drie elementen van persoonlijkheid komt op verschillende momenten in het leven naar voren.

Volgens de theorie van Freud zijn bepaalde aspecten van je persoonlijkheid ouder en kunnen ze je onder druk zetten om op je meest elementaire verlangens te reageren. Andere delen van je persoonlijkheid zijn aan het werk om deze neigingen tegen te gaan en je aan te passen aan de eisen van de werkelijkheid.

De id

De id is de enige component van persoonlijkheid die aanwezig is vanaf de geboorte. Dit aspect van persoonlijkheid is volledig onbewust en omvat het instinctieve en primitieve gedrag. Volgens Freud is de id de bron van alle psychische energie, waardoor het de primaire component van de persoonlijkheid is. De id wordt gedreven door het genotsprincipe, dat streeft naar onmiddellijke bevrediging van alle verlangens, wensen en behoeften. Als deze behoeften niet onmiddellijk worden bevredigd, is het resultaat een angst of spanning van de staat. Een toename van honger of dorst moet bijvoorbeeld leiden tot een onmiddellijke poging om te eten of drinken.

Het id is al vroeg in het leven erg belangrijk, omdat het ervoor zorgt dat aan de behoeften van een kind wordt voldaan. Als de zuigeling hongerig of ongemakkelijk is, zal hij of zij huilen totdat aan de eisen van het id is voldaan. Omdat jonge zuigelingen volledig door het id worden bestuurd, is er geen reden om met hen te redeneren. Stel je voor dat je een baby probeert te overtuigen om te wachten tot de middag om zijn maaltijd te eten. Dat gaat niet want de id eist onmiddellijke bevrediging, en omdat de andere componenten van persoonlijkheid nog niet aanwezig zijn, zal het kind huilen totdat deze behoeften vervuld zijn.

Onmiddellijk in behoeften voorzien is bij volwassenen niet altijd realistisch of zelfs mogelijk. Dit soort gedrag zou zowel ontwrichtend als sociaal onaanvaardbaar zijn. Volgens Freud probeert het id de spanning op te lossen door een mentaal beeld te schetsen van het gewenste object als een manier om aan de behoefte te voldoen.

Hoewel mensen uiteindelijk leren om de id te beheersen, blijft dit deel van de persoonlijkheid detzelfde oerkracht gedurende het hele leven. Het is de ontwikkeling van het ego en de superego die mensen in staat stelt om de basisinstincten van de id te beheersen en te handelen op een manier die zowel realistisch als sociaal aanvaardbaar is.

Het Ego

Het ego is de component van persoonlijkheid die verantwoordelijk is voor het omgaan met de werkelijkheid. Volgens Freud ontwikkelt het ego zich vanuit de id en zorgt het ervoor dat de impulsen van de id op een in de echte wereld aanvaardbare manier tot uitdrukking kunnen worden gebracht. Het ego functioneert zowel in de bewuste, pre-bewuste en onbewuste geest.

Het ego werkt vanuit het realiteitsprincipe, dat ernaar streeft om op realistische en sociaal gepaste wijze aan de verlangens van het id te voldoen. Het realiteitsprincipe weegt de kosten en baten van een actie af voordat wordt besloten om te handelen op impulsen of deze te laten varen. In veel gevallen kunnen de impulsen van de id worden bevredigd door een proces van vertraagde bevrediging – het ego zal uiteindelijk het gedrag toelaten, maar alleen op de juiste tijd en plaats.

Freud vergeleek het id met een paard en het ego met de ruiter van het paard. Het paard zorgt voor kracht en beweging, maar de ruiter zorgt voor de richting en begeleiding. Zonder zijn ruiter kan het paard gewoon ronddwalen waar het maar wil en doen wat het maar wil. De ruiter geeft aanwijzingen en commando’s om het paard te begeleiden in de richting die hij of zij wil gaan.

Het ego ontlaadt ook spanning die ontstaat door onvervulde impulsen via het secundaire proces, waarbij het ego in de echte wereld een object probeert te vinden dat past bij het mentale beeld dat door het primaire proces van de id wordt gecreëerd.

Stel je voor dat je bijvoorbeeld in een lange vergadering op het werk zit. Je wordt steeds hongeriger naarmate de meeting voortsleept. Terwijl de id je zou dwingen om van je stoel omhoog te springen voor een hapje, zorgt het ego dat je stil blijft zitten en wacht tot de vergadering af is gelopen. In plaats van te handelen op de oerdriften van de id, besteedt je de rest van de bijeenkomst aan het je voorstellen een broodje kaas te eten. Zodra de vergadering voorbij is, kun je een broodje halen en op een realistische en gepaste manier voldoen aan de eisen van de id.

Het Superego

De laatste component van de persoonlijkheid die zich ontwikkelt is het superego. Het superego is het aspect van persoonlijkheid met al onze geïnternaliseerde morele normen en idealen die we van ouders en de samenleving krijgen. Het superego biedt richtlijnen voor het maken van oordelen.

Volgens Freud ontstaat het superego rond je vijfde. Er zijn twee delen van de superego: Het ego-ideaal omvat de regels en normen voor goed gedrag. Gedragingen die zijn goedgekeurd door ouderlijke en andere autoriteiten. Het gehoorzamen aan deze regels leidt tot een gevoel van trots, waarde en prestatie.

Het geweten bevat informatie over zaken die door ouders en samenleving als slecht worden ervaren. Deze gedragingen zijn vaak verboden en leiden tot slechte gevolgen, straffen of schuldgevoelens en wroeging.

Het superego werkt om ons gedrag te perfectioneren en beschaafd te maken. Het helpt alle onaanvaardbare neigingen van de id te onderdrukken en worstelt om het ego te laten handelen op grond van idealistische normen in plaats van op realistische principes. Het superego is aanwezig in het bewuste, pre-bewuste en onbewuste.

De interactie van de Id, Ego en Superego

Wanneer we het hebben over de id, het ego en het superego, is het belangrijk om te onthouden dat dit niet drie totaal gescheiden entiteiten zijn met duidelijk afgebakende grenzen. Deze aspecten van persoonlijkheid zijn dynamisch en altijd allemaal in interactie binnen een persoon om de algemene persoonlijkheid en het gedrag van een individu te beïnvloeden.

Met zoveel concurrerende krachten is het gemakkelijk om te zien hoe conflicten kunnen ontstaan tussen id, ego en superego. Freud gebruikte de term egokracht om te verwijzen naar het vermogen van het ego om ondanks deze worsteling te functioneren. Een persoon met een goede egokracht is in staat om de druk effectief te beheersen, terwijl iemand met te veel of te weinig egokracht te onwrikbaar of te ontwrichtend kan worden.

Wat is een onevenwichtigheid?

Volgens Freud is de sleutel tot een gezonde persoonlijkheid een balans tussen id, ego en superego. Als het ego in staat is om adequaat te bemiddelen tussen de eisen van de werkelijkheid, de id en het superego, ontstaat er een gezonde en goed afgestemde persoonlijkheid. Freud geloofde dat een onevenwichtigheid tussen de elementen zou leiden tot een mal-adaptieve persoonlijkheid.

Een individu met een al te overheersende id, bijvoorbeeld, kan impulsief, oncontroleerbaar of zelfs crimineel worden. Deze persoon handelt op zijn of haar meest elementaire aansporingen zonder zorgen of dat gedrag gepast, aanvaardbaar of legaal is.

Een overdreven dominant superego daarentegen zou kunnen leiden tot een persoonlijkheid die uiterst moralistisch en mogelijk oordelend is. Deze persoon is niet in staat om iets te accepteren dat hij of zij als “slecht” of “immoreel” beschouwt.

Een al te dominant ego kan ook problemen opleveren. Een persoon kan zo verbonden zijn aan de werkelijkheid, regels en gepastheid dat hij of zij niet in staat is om zich op enigerlei wijze spontaan of onverwacht gedrag te vertonen. Dit individu kan heel concreet en rigide lijken, niet in staat om verandering te accepteren.


Sigmund Freud: Wat is de psychoseksuele ontwikkeling?
Hoewel weinig mensen vandaag de dag sterke voorstanders zijn van Freuds theorie van psychoseksuele ontwikkeling, heeft zijn werk een belangrijke bijdrage geleverd aan ons begrip van menselijke ontwikkeling.

Gerelateerde artikelen:

Deze site plaatst cookies. Als je doorgaat met je bezoek aan dsmmeisjes.nl ga je akkoord met ons cookiebeleid.