DaretoSeeMe en dsmmeisjes logo

Wat is Posttraumatische Stress Stoornis (PTSS)

De manier waarop iemand reageert op een schokkende gebeurtenis is heel verschillend. Je leven staat vaak op zijn kop. Je slaapt slechter, je kan je slechter concentreren, je bent prikkelbaar en hebt nachtmerries. Daarnaast kan je last krijgen van angst en somberheid en (werk)relaties kunnen onder druk komen te staan.

Dit zijn normale reacties op schokkende gebeurtenissen. Je wereld is niet langer veilig en voorspelbaar. Je wordt geconfronteerd met je eigen kwetsbaarheid en zo kan je het gevoel van veiligheid en controle verliezen. Klachten na een traumatische gebeurtenis gaan bij een groot deel van de mensen geleidelijk over. Zij verwerken het trauma en pakken hun leven weer op. Sommige mensen ontwikkelen echter Posttraumatische Stress Stoornis (PTSS).

Wat is PTSS?

Posttraumatische Stress Stoornis (PTSS) is de verzamelnaam voor een groep klachten die kunnen ontstaan na het meemaken van een schokkende, traumatische gebeurtenis.

Dat kan een eenmalige gebeurtenis zijn, een herhaling of een opeenstapeling van gebeurtenissen, lang geleden of recent. Niet iedereen die iets schokkends meemaakt, krijgt te maken met een PTSS.

Wanneer je een PTSS hebt, heb je het trauma niet verwerkt. Je houdt klachten of krijgt jaren later ineens klachten. Bij ongeveer 20% van de mensen met een trauma is dit het geval.

Als je het trauma niet verwerkt kan een posttraumatische stressstoornis erg lang doorwerken. Zo had 15 tot 25% van de mensen die door ervaringen in de Tweede Wereldoorlog een PTTS kregen er na vijftig jaar nog last van.

Bekijk de mogelijke oorzaken voor het ontwikkelen van PTSS.

Mogelijke symptomen van PTSS

– Herbelevingen (nachtmerries/flashbacks)
– Vermijding van herinneringen of emotionele uitschakeling hiervan
– Hyperalertheid
– Prikkelbaarheid/Woedeuitbarstingen
– Roekeloos of zelfdestructief gedrag
– Concentratieproblemen
– Slaapstoornissen
– Extreme spanning als gevolg van bepaalde prikkels
– Overdreven negatieve overtuigingen of verwachtingen over zichzelf, anderen of de wereld
– Onvermogen om een belangrijk aspect van de traumatische gebeurtenis te herinneren
– Hevige schrikreacties
– Negatieve gemoedstoestand (BV: angst, boosheid, schuldgevoelens of/en schaamte)
– Verminderde interesse voor deelname aan belangrijke activiteiten
– Gevoelens van onthechting of vervreemding van anderen
– Onvermogen om positieve emoties te ervaren

Bovenstaande symptomen hoeven niet allemaal voor te komen. De zich voordoende symptomen variëren per persoon.

Wat is het verschil tussen PTSS en andere psychische stoornissen?

Het verschil tussen PTSS en andere psychische stoornissen is dat een PTSS altijd een direct gevolg is van een trauma. Bij andere stoornissen kunnen negatieve gebeurtenissen in iemands leven ook een rol spelen, maar is de stoornis niet een direct gevolg van een trauma. Ook vermijd je bij PTSS niet het trauma zelf, maar de herinnering eraan. Dit doe je door bijvoorbeeld plekken te vermijden die je aan het trauma doen herinneren of (on)bewust herinneringen weg te drukken.

Wat is complexe PTSS (C-PTSS)?

Het kan ook zijn dat je een complexe PTSS ontwikkelt. Deze stoornis kan voorkomen wanneer je vroeg je in leven een traumatische gebeurtenis meemaakt. Ook kan deze ontstaan wanneer je vaak en/of langdurig schokkende gebeurtenissen meemaakt.

C-PTSS ontstaat vaak door vroegkinderlijke ernstige en/of herhaaldelijke traumatisering, waardoor de persoonlijkheidsontwikkeling ernstige schade heeft opgelopen. Naast alle symptomen die bij PTSS aanwezig zijn, is er bij C-PTSS vaak ook sprake van onderstaande symptomen:
– Negatief zelfbeeld
– Moeite hebben met het reguleren van emoties
– Moeite met het vertrouwen van andere mensen
– Dissociaties

Net zoals bij PTSS ontwikkelt niet iedereen die als kind ernstige trauma’s heeft meegemaakt C-PTSS. Of je wel of niet een stoornis ontwikkelt vanuit traumatische ervaringen ligt aan meerdere factoren, zoals de kwetsbaarheid voor het ontwikkelen van een psychisch probleem. Dit wordt gedeeltelijk erfelijk bepaalt, maar heeft ook te maken met psychische en sociale factoren.


Hoe staat PTSS in de DSM-5?

In de DSM-5 is de stoornis opgenomen in het hoofdstuk Trauma- en stressorgerelateerde stoornissen, als volgt:

Er moet sprake zijn van een trauma, dit houdt in:
A. Blootstelling aan een feitelijke of dreigende dood, ernstige verwonding of seksueel geweld op een (of meer) van de volgende manieren:
Zelf ondergaan van de psychotraumatische gebeurtenis(sen).
Persoonlijk getuige zijn geweest van de gebeurtenis(sen) terwijl deze anderen overkwam(en).
Vernemen dat de psychotraumatische gebeurtenis(sen) een naast familielid of goede vriend(in) is (zijn) overkomen. Bij een feitelijke of dreigende dood van een familielid of virend(in), moet(en de gebeurtenis(sen) gewelddadig van karakter zijn of een ongeval betreffen.
Ondergaan van herhaaldelijke of extreme blootstelling aan de afschuwwekkende details van de psychotraumatische gebeurtenis(sen) zoals bij hulpverleners die stoffelijke resten moeten verzamelen; politieagenten die herhaaldelijk worden geconfronteerd met de details van kindermisbruik).

NB Criterium A4 is niet van toepassing op blootstelling via elektronische media, televisie, films of foto’s, tenzij deze blootstelling werkgerelateerd is.


B. De aanwezigheid van een (of meer) van de volgende intrusieve symptomen die samenhangen met de psychotraumatische gebeurtenis(sen) en die zijn begonnen nadat de psychotraumatische gebeurtenis(sen) heeft (hebben) plaatsgevonden:
Recidiverende, onvrijwillige en intrusieve pijnlijke herinneringen aan de gebeurtenis.
NB: Bij kinderen die ouder zijn dan 6 jaar kan er sprake zijn repetitief spel waarin thema’s of aspecten van de psychotraumatische gebeurtenis(sen) tot uiting worden gebracht.
Recidiverende onaangename dromen waarin de inhoud en/of het affect van de droom samenhangt met de psychotraumatische gebeurtenis(sen). 
NB: Bij kinderen kan er sprake zijn van beangstigende dromen zonder herkenbare inhoud.
Dissociatieve reacties (zoals flashbacks) waarbij de betrokkene het gevoel heeft of handelt alsof de psychotraumatische gebeurtenis(sen) opnieuw plaatsvindt(en). (Dergelijke reacties kunnen zich op een continuum bevinden, waarbij de extreemste uiting de vorm kan hebben van een volledig gebrek aan besef van de actuele omgeving). 
NB: Bij kinderen kan het voorkomen dat ze de psychotraumatische gebeurtenis(sen) naspelen.
Intense of landurige psychische lijdensdruk bij blootstelling aan interne of externe prikkels die een aspect van de psychotraumatische gebeurtenis(sen) symboliseren of erop lijken.
Duidelijke fysiologische reacties op interne of externe prikkels die een aspect van de psychotraumatische gebeurtenis(sen) symboliseren of erop lijken.

C. Persisterende vermijding van prikkels die geassocieerd worden met de psychotraumatische gebeurtenis(sen) die begon nadat de psychotraumatische gebeurtenis(sen) heeft (hebben) plaatsgevonden, zoals blijkt uit één van de beide volgende kenmerken:
Vermijding of pogingen tot vermijding van pijnlijke herinneringen, gedachten of gevoelens over, of sterk samenhangend met de psychotraumatische gebeurtenis(sen).
Vermijding of pogingen tot vermijding van externe aspecten die aan de psychotraumatische gebeurtenis(sen) herinneren (mensen, plaatsen, gesprekken, activiteiten, voorwerpen, situaties) die pijnlijke herinneringen, gedachten of gevoelens oproepen over, of sterk samenhangend met, de psychotraumatische gebeurtenis(sen).

D. Negatieve veranderingen in cognities en stemming, gerelateerd aan de psychotraumatische gebeurtenis(sen), die zijn begonnen of verergerd nadat de psychotraumatische gebeurtenis(sen) heeft (hebben) plaatsgevonden, zoals blijkt uit twee (of meer) van de volgende kenmerken:
onvermogen om zich een belangrijk aspect van  de psychotraumatische gebeurtenis(sen) te herinneren (gewoonlijk door dissociatieve amnesie en niet door andere factoren, zoals hoofdletsel, of alcohol- of drugsgebruik).
Persisterende en overdreven negatieve overtuigingen of verwachtingen over zichzelf, anderen of de wereld (bijvoorbeeld “Ik ben slecht”, ” Je kunt niemand vertrouwen”, ” De wereld is door en door gevaarlijk”, “Mijn hele zenuwstelsel is voor altijd verwoest”).
Persisterende, vertekende cognities over de oorzaak of gevolgen van de psychotraumatische gebeurtenis(sen), die ertoe leiden dat de betrokkene zichzelf of anderen er de schuld van geeft.
Persisterende negatieve gemoedstoestand (bijvoorbeeld angst, afschuw, boosheid, schuldgevoelens of schaamte).
Duidelijk verminderde belangstelling voor, of deelname aan belangrijke activiteiten.
Gevoelens van onthechting of vervreemding van anderen.
Perststerend onvermogen om positieve emoties te ervaren (zoals onvermogen om geluk, voldoending of liefdevolle gevoelens te ervaren).

E. Duidelijke veranderingen in arousal en reactiviteit, gerelateerd aan de psychotraumatische gebeurtenis(sen), die zijn begonnen of verslechterd nadat de psychotraumatische gebeurtenis(sen) heeft (hebben) plaatsgevonden, zoals blijkt uit twee (of meer) van de volgende kenmerken:
Prikkelbaar gedrag en woede-uitbarstingen (met weinig of geen aanleiding), gewoonlijk tot uiting komend in verbale of fysieke agressie jegens mensen of voorwerpen.
Roekeloos of zelfdestructief gedrag.
Hypervigilantie.
Overdreven schrikreacties.
Concentratieproblemen.
Verstoring van de slaap (zoals moeite met in- of doorslapen of onrustige slaap).

F. Duur van de stoornis (criteria B, C, D en E) is langer dan één maand.

G. De stoornis veroorzaakt klinisch significante lijdensdruk of beperkingen in het sociaal of beroepsmatig functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen.

H. De stoornis kan niet worden toegeschreven aan de fysiologische effecten van een middel (zoals medicatie, alcohol) of aan een somatische aandoening.

Bekijk de laatste blogs over PTSS:

Gerelateerde artikelen: