Hoe ontstaat narcisme

Overzicht van vermoedelijke oorzaken van Narcisme (NPS)

Er is geen eenduidige oorzaak gevonden waarom iemand een narcistische persoonlijkheidsstoornis (NPS) ontwikkelt. Bijna altijd gaat het om een combinatie van factoren. Elke factor speelt een eigen rol bij het ontstaan van de stoornis. De factoren zijn, net als bij de andere stoornissen in cluster B, aangeboren persoonlijkheidseigenschappen, tekenende jeugdervaringen en de hechting aan ouders of verzorgers.

Psychologische factoren

Traumatische jeugd

Sommige onderzoekers denken dat NPS zich ontwikkelt als gevolg van verwaarlozing of mishandeling tijdens de kindertijd. Als een kind van zijn ouders leert dat kwetsbaarheid onacceptabel is, kan hij zijn gevoel van empathie voor andere mensen verliezen.

Onderzoek heeft aangetoond dat misbruik of ernstige verwaarlozing in de kindertijd kan leiden tot een persoonlijkheidsstoornis. Mensen met gedocumenteerde achtergrond van kindermishandeling hebben vier keer meer kans om te worden gediagnosticeerd met een persoonlijkheidsstoornis, waaronder NPS.

Onderzoekers zijn voorzichtig over de interpretatie van dit soort studies omdat de correlatie niet hoeft te wijzen op oorzaak-en-gevolg. Niet alle narcistische mensen hebben bloot gestaan aan een vroege traumatisering en veel mensen die wel in hun jeugd getraumatiseerd zijn ontwikkelen geen NPS.

Verwende jeugd

Andere onderzoekers denken dat de kans op NPS groter is bij mensen met een opvoeding waarin ze veel verwend worden. Kinderen die altijd in de watten worden gelegd krijgen nooit zelf verantwoordelijkheid en worden nooit aangemoedigd om hun vaardigheden te ontwikkelen. Hierdoor krijgt het kind het gevoel alsof anderen alles voor hem moeten verzorgen. Als ze dat niet doen, voelen ze zich kwetsbaar en onkundig.

Kinderen die altijd behandeld worden alsof ze heel bijzonder zijn, zullen uiteindelijk ook het idee krijgen dat ze heel bijzonder zijn. Dit zijn vaak kinderen die thuis nauwelijks regels kregen. Als ze toch een regel kregen, konden ze die zonder al teveel consequenties breken.

Ouders met NPS

Als ouders zelf narcistische persoonlijkheidstrekken hebben, kunnen ze dit overgeven op hun kinderen. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer ouders heel veel van hun kinderen verwachten. Er wordt het kind aangeleerd dat liefde alleen volgt op prestaties. Pas wanneer het kind een uitmuntende prestatie levert, krijgt het liefde van de ouders. Dat leert het kind dat succesvol zijn de enige manier is om geliefd te worden.

Risicofactoren

Risicofactoren voor het ontwikkelen van een narcistische persoonlijkheidsstoornis zijn:

  • Ouderlijke bespotting van angsten en behoeften uitgedrukt tijdens de kindertijd
  • Gebrek aan ouderlijke affectie in de kindertijd
  • Ernstige verwaarlozing en emotioneel misbruik in de kindertijd
  • Onvoorspelbare of onbetrouwbare zorg van ouders
  • Manipulerend gedrag van ouders
  • Overmatige bewondering, nooit getemperd met realistische feedback
  • Overmatig lof voor goed gedrag of overmatige kritiek op slecht gedrag in de kindertijd
  • Vanaf jongs af aan geprezen voor een uitzonderlijke vaardigheid of talent door volwassenen

Biologische factoren

Genetische aanleg

Voor het ontwikkelen van narcisme moet ook een bepaalde genetische aanleg aanwezig zijn. Een onderzoeksinstituut in Noorwegen heeft in 2015 met behulp van tweelingstudies grootschalig onderzoek gedaan naar het verband tussen genen en persoonlijkheidsstoornissen. Identieke tweelingen die bij de geboorte gescheiden zijn en in verschillende huishoudens worden opgevoed werden daarbij vergeleken met twee-eiige tweelingen. Identieke tweelingen delen identieke genen, en daarom kunnen alle gelijkenissen in persoonlijkheidskenmerken worden toegeschreven aan de genetica. Uit die studies bleek dat de typerende persoonlijkheidskenmerken van narcisme voor zeker vijftig procent door genetische factoren zijn bepaald. Uit dezelfde studies bleek hoe complex de interactie tussen genen en omgeving is; de genen kwamen alleen tot expressie in vergelijkbare jeugdomstandigheden.

Serotonine en stressregulatie

Volgens een studie in het “International Journal of Neuropsychopharmacology” (2007) kan een specifiek gen genaamd tryptofaanhydroxylase-2 betrokken zijn bij de ontwikkeling van onder anderen de borderline persoonlijkheidsstoornis en de narcistische persoonlijkheidsstoornis. Tryptofanhydroxylase-2 helpt de productie van serotonine te regelen, een belangrijke hersenstof die betrokken is bij stemmingsregulering. Tijdens stress zorgt deze stof ervoor dat de paniek niet te zeer toeslaat zodat iemand weloverwogen kan handelen. Eerder zijn duidelijke verbanden aangetoond tussen stoornissen in de regulatie van emoties en impulsen, en afwijkingen in het serotoninesysteem in de hersenen.

Narcisme en het brein

In het onderzoek dat in het Journal of Psychiatric Research werd gepubliceerd, gebruikte een team van Duitse onderzoekers mri-scans om de hersenstructuur van 34 mensen te onderzoeken. De helft van deze vrijwilligers had de diagnose narcistische persoonlijkheidsstoornis. Ze bekeken de cerebrale cortex, de buitenste hersenlaag die functies reguleert als zelfbewustzijn, zelfbeschikking en zelfbeheersing. Een bepaald deel van de cerebrale cortex is geassocieerd met empathie. De onderzoekers concludeerden dat mensen met NPS een ongebruikelijk ‘dunne’ cerebrale cortex hebben in de regio die verantwoordelijk is voor de empathie. Zij concluderen dat de mate van NPS bij de patiënten overeenkomt met hoe dun de cortex op deze plek was.

In een studie dat in 2010 in het tijdschrift PLOS ONE verscheen stonden de resultaten van een onderzoek van de Universiteit van Zuid-Californië. Zij gebruikten mri om de de niveaus van hersenactiviteit in een groep proefpersonen te onderzoeken tijdens de uitvoering van specifieke taken, en de rusttijd tussen deze taken. De proefpersonen hadden geen narcistische persoonlijkheidsstoornis of andere psychische aandoeningen, maar vertoonden volgens de standaard psychologische test in verschillende mate narcistische trekken. De onderzoekers concludeerden dat de aanwezigheid van narcistische eigenschappen gekoppeld is aan een ongebruikelijk niveau van activiteit tijdens rusttijden in een deel van de hersencortex die verantwoordelijk is voor zelfgericht of zelfabsorbeerd denken.

Mensen met meer narcistische eigenschappen vertoonden meer activiteit in deze hersenregio. Ook was er bij mensen met meer narcistische trekken een verhoogde activiteit in een ander deel van de hersencortex die impulsief gedrag beheert. Deze verhoging van de activiteit vermindert de impulscontrole.

Lees ook: Waarom een narcist geen slecht mens is: mythes over antisociale persoonlijkheidsstoornissen ontkracht

Bekijk de laatste blogs over Narcisme:

Over dit artikel
Overzicht van vermoedelijke oorzaken van Narcisme (NPS)
Titel
Overzicht van vermoedelijke oorzaken van Narcisme (NPS)
Beschrijving
De oorzaken van ontwikkelen van narcisme zijn aangeboren persoonlijkheidseigenschappen, tekenende jeugdervaringen en de hechting aan ouders of verzorgers.
Schrijver
Verschenen op
dsmmeisjes
Logo

Gerelateerde artikelen:

Deze site plaatst cookies. Als je doorgaat met je bezoek aan dsmmeisjes.nl ga je akkoord met ons cookiebeleid.