Interventie welbevinden

Inleiding

Mijn naam is Daphne Wittenberg. In 2015 ben ik afgestudeerd als Toegepast Psycholoog aan de Hanze Hogeschool in Groningen. Voor mijn afstudeerscriptie heb ik in opdracht van Centre of Expertise Healthy Ageing een interventie ontwikkeld voor de POH-GGZ (Praktijkondersteuner Huisarts – Geestelijke Gezondheidszorg) om handvaten te bieden bij de begeleiding van mensen met lichte psychische problematiek. Sinds 1 januari 2014 is de psychologische zorg namelijk onderverdeeld in (1) GGZ-huisartsenzorg, (2) de generalistische basis GGZ en (3) de specialistische GGZ.Tijdens mijn specialisatie Gezondheid kwam ik in aanraking met de Positieve Psychologie. Een visie die mij heel erg aansprak en waar ik een groot voorstander van ben. De Positieve Psychologie richt zich namelijk op iemands krachten in plaats van klachten. Positieve Psychologie streeft (zoals ik dat zelf zie en ervaar) naar de acceptatie van het leven zoals het is en hoe jij met al je mooie en minder mooie eigenschappen het beste uit jezelf en het leven kan halen.

De interventie die ik destijds heb ontwikkeld, heeft dan ook een krachtgerichte benadering en is gericht op het bevorderen van iemands welbevinden. Omdat het handboek en de onderbouwing van mijn scriptie erg specifiek geschreven is en de omvang erg groot, heb ik een korte versie gemaakt van mijn handboek en de achtergrond er van, zodat het ook leesbaar is voor een leek. Mocht je toch meer willen weten over het handboek en/of mijn afstudeerscriptie, kan je mij altijd contacten.
Voor je ligt de handleiding voor de interventie welbevinden. Dit handboek is bedoeld om de POH-GGZ handvaten te bieden bij de begeleiding van cliënten met lichte psychische problematiek. Deze handleiding is gericht op 5 sessies van 20 minuten. Deze handleiding kan naar eigen inzicht gebruikt worden, afhankelijk van eigen wensen en de specifieke cliënt.

Theoretische achtergrond

Waarom welbevinden en wat houdt welbevinden eigenlijk in?
Binnen de GGZ en andere (zorg)instanties wordt er veel gewerkt vanuit het probleemoplossende model: er is iets misgegaan en dat moet worden rechtgezet (Bannink, 2014). Hierdoor houden traditionele hulpverleners zich vooral bezig met problemen, beperkingen en tekortkomingen van cliënten. De diagnostiek is vaak negatief; er wordt niet of nauwelijks gekeken naar vaardigheden en hulpbronnen terwijl juist die vaardigheden, sterktes en hulpbronnen het belangrijkst zijn bij het bewerkstelligen van verandering (Bannink, 2014).

De insteek van de interventie welbevinden is daarom gericht op iemands krachten in plaats van iemands klachten. Hierbij geldt dat het niet gaat om het verwijderen van een probleem, maar er wordt naar een uitkomst gezocht die er eerder nog niet was (en zelfs niets met het probleem te maken hoeft te hebben). Bij het zoeken naar een uitkomst verandert de focus van probleemanalyse naar uitkomstanalyse of doelanalyse (Bannink, 2014). Wanneer sterktes geactiveerd en geïntegreerd worden met nieuwe ervaringen, inzichten en vaardigheden, biedt dit de mogelijkheid om pijn en lijden te reduceren, conflicten op te lossen, en effectiever om te gaan met stressvolle gebeurtenissen. Het resultaat is meer welbevinden, een toegenomen kwaliteit van leven en een beter sociaal functioneren (Bannink, 2014).

Wat houdt welbevinden nu eigenlijk in? Vanuit de positieve psychologie wordt welbevinden beschouwd als een multidimensionaal construct, waarbij emotioneel, psychologisch en sociaal welbevinden essentieel zijn. De drie basiscomponenten van welbevinden zijn: plezier ervaren, ervaren van persoonlijke groei en ervaren van maatschappelijke betrokkenheid (Bohlmeijer et al., 2013).
Welbevinden stelt ons in staat om te gaan met snelle veranderingen in onze samenleving en met toenemende eisen ten aanzien van productiviteit. Daarnaast stelt het ons in staat om beter om te gaan met dagelijkse stressoren en levensgebeurtenissen (Bohlmeijer, et al., 2013).

Visie achter de interventie welbevinden
De visie achter de interventie welbevinden is een combinatie van elementen uit de positieve psychologie en oplossingsgerichte therapie. Om een duidelijker beeld te geven van wat deze twee visies inhouden, zal dit nader worden toegelicht:

Positieve psychologie
Positieve psychologie is een stroming binnen de psychologie die uitgaat van de sterke kanten van de mens en de veronderstelling dat geluk niet het gevolg is van alleen de juiste genen of toeval, maar te vinden is door het identificeren en gebruikmaken van de sterke kanten die iemand al bezit (Bannink, 2009).

Oplossingsgerichte therapie
Oplossingsgerichte therapie is een therapeutische benadering gebaseerd op het bouwen aan oplossingen in plaats van het oplossen van problemen. Deze benadering kijkt naar hulpbronnen en naar de dingen waarop cliënten hopen, in plaats van naar huidige problemen en hun oorzaken (Bannink, 2014). Deze therapievorm betreft een gestructureerd proces met een focus op verandering, waarbij er wel erkenning is voor problemen, maar deze niet worden geanalyseerd. Oplossingsgerichte therapie betreft een nuttige interactie met de therapeut waarin cliënten veranderen; ze krijgen meer hoop, meer creatieve ideeën, voelen zich competenter en hebben meer zicht op de eigen mogelijkheden (Bannink, 2014).

Om een duidelijk beeld te krijgen waar oplossingsgerichte therapie voor staat heeft De Shazer (1985) enkele stellingen geformuleerd:
– Het ontwikkelen van een oplossing hoeft niets te maken te hebben met het probleem. Analyse van het probleem is niet nodig om tot oplossingen te komen; analyse van uitzonderingen op het probleem is dat juist wel.
– Cliënten zijn de experts. Zij bepalen hun doel en de weg ernaartoe.
– Wat niet stuk is, moet je niet maken. Handen af van wat positief is in de beleving van cliënten.
– Als iets (beter) werkt, ga er dan mee door, ook al is het iets anders dan wat verwacht werd.
– Als iets niet werkt, doe iets anders. Meer van hetzelfde leidt tot niets.

Overeenkomsten positieve psychologie en oplossingsgerichte therapie

Er is niet voor niets gekozen om de positieve psychologie en de oplossingsgerichte therapie samen te voegen in één interventie om het welbevinden te bevorderen. Zo hebben de twee stromingen namelijk meerdere overeenkomsten, wat maakt dat de combinatie goed werkt. Hier volgt een samenvatting van de belangrijkste overeenkomsten die zijn gevonden door Bannink en Jackson (2011):
– Beide maken deel uit van een beweging waarin verandering op een positieve manier wordt benaderd.
– In de medische context delen beide een focus op gezondheid in plaats van een focus op ziekte.
– De focus ligt niet op de ongewenste situatie die cliënten niet willen, maar op de gewenste situatie die cliënten wel willen.
– Beide onderzoeken sterktes en hulpbronnen.
– Beide hebben tot doel om te ontdekken en te bevorderen hoe individuen, gezinnen en maatschappij floreren.
– Beide zoeken in het verleden naar oplossingen die hebben gewerkt en eerdere successen.
– Beide zoeken geen pathologie, noch proberen ze deze te creëren.
– Beide gebruiken geen uitgebreide diagnostiek van problemen.
– Beide hebben hun filosofische wortels in de constructivistische traditie.
– Beide zijn nog relatief onbekend met elkaar.

Krachtgericht Coachen
Destijds was er nog geen gesprekstechniek of coachingsbenadering die specifiek de visie van de Positieve Psychologie hanteerde. Vandaar dat toen voor de combinatie van Oplossingsgerichte Therapie en Positieve Psychologie is gekozen. Tegenwoordig is er nu wel een coachingsbenadering die volledig aansluit op de Positieve Psychologie namelijk: krachtgericht coachen.

Thema’s

Binnen de positieve psychologie worden er verschillende thema’s gehanteerd of zoals Frederike Bannink het mooi benoemd: ‘de familieleden van de Positieve psychologie-familie’ (Bannink, 2009).
Een aantal ‘familieleden’ zijn onder andere: Optimisme, Hoop, Vertrouwen in eigen effectiviteit, Positieve Emoties, Dankbaarheid, Veerkracht etc. En zo zijn er nog wel een aantal meer.
Het handboek is onderverdeeld in verschillende sessies die op zichzelf ingaan op specifieke ‘familieleden’ van de Positieve Psychologie. De sessies bij elkaar maakt de interventie welbevinden.

Transdiagnostische inzet
Omdat de verscheidenheid aan klachten erg groot is binnen de POH-GGZ praktijk, is de behoefte groot aan een interventie die transdiagnostisch inzetbaar is. Het begrip ‘transdiagnostisch’ betekent ‘een rol spelend bij verschillende psychologische/psychiatrische aandoeningen’ (Van Heycop ten Ham et al., 2014). Aan psychische stoornissen liggen vaak gemeenschappelijke kwetsbaarheids- of risicofactoren ten grondslag. ). Een transdiagnostisch perspectief is een visie op psychopathologie die ervan uitgaat dat dezelfde onderliggende genetische, neurobiologische en psychologische mechanismen kunnen leiden tot verschillende stoornissen (Van Heycop ten Ham et al., 2014). Gemeenschappelijke factoren zijn ook terug te vinden in de effecten van behandeling, want één type interventie kan uiteenlopende klachten verminderen (Van Heycop ten Ham et al., 2014).
De thema’s die dus naar voren komen binnen de gemaakte interventie, zijn dan ook met name gekozen vanwege hun transdiagnostische inzet. Ik zeg daarentegen niet dat de thema’s die niet binnen deze interventie naar voren komen, niet transdiagnostisch inzetbaar zijn.

Verschillende sessies
De interventie is ingedeeld in 5 sessies, waarbij elke sessies een bepaald thema of thema’s heeft, maar wel op elkaar aansluiten. Desalniettemin kunnen de oefeningen die aan bod komen binnen het handboek ook apart van elkaar gebruikt worden. Een aantal oefeningen zal ik als voorbeeld plaatsen, waar je eventueel zelf mee aan de slag kunt gaan.

Sessie 1 Introductie

Sessie 1 richt zich met name op het kennismaken met de cliënt en heeft op zichzelf nog niet echt een bepaald thema die centraal staat. Wel komt de oplossingsgerichte benadering heel duidelijk in deze sessie naar voren en worden er handvaten gegeven aan de behandelaar hoe zij op een oplossingsgerichte manier, verheldering kunnen krijgen in wat de cliënt gewenst te bereiken.
Een voorbeeld hiervan is door gebruik te maken van schaalvragen. Hieronder een klein stukje uit het handboek:

Schaalvragen
Eén van de meest bekende en krachtige oplossingsgerichte technieken is de zogenaamde schaalvraag (Visser & Butter, 2008). Op de schaal kunnen de veranderingen die de cliënt doormaakt worden aangegeven, zodat hij zijn vorderingen kan zien en kan nagaan hoe ver hij nog van zijn doel is verwijderd (Berg & Szabó, 2005).

In sessie 1 maakt de cliënt ook kennis met de 3 positieve dingen op 1 dag oefening. Deze oefening is een constante oefening die gedurende de gehele interventie geacht wordt om te doen. Het mooie aan deze oefening is dat hij klein is, maar wel degelijk je kijk op dingen kan veranderen. Deze oefening doe ik zelf ook thuis en geef ik binnen mijn werk ook mee aan een aantal cliënten van mij. Persoonlijk heb ik zelf door de oefening geleerd om de kleine positieve dingen weer te zien en deze te waarderen. Na verloop van tijd ga je door de oefening ook positiever kijken naar dingen en let je meer op dingen die goed gaan. Voorbeeld uit het handboek:

3 positieve dingen op een dag
Aan het einde van de sessie is het belangrijk om de cliënt te introduceren met de belangrijke en constante oefening binnen de interventie welbevinden; de 3 positieve dingen op een dag oefening. Bij deze oefening wordt de cliënt geacht om elke dag 3 positieve dingen in te vullen in de E-health module. De positieve dingen kunnen van alles zijn en is per persoon verschillend. Zo kan het gaan om een compliment dat je van iemand hebt gekregen, het was die dag mooi weer en daar heb je van genoten of je hebt hardgelopen en hebt hier voldoening uitgehaald. Het kunnen kleine dingen zijn, maar ook grote dingen.
Om de cliënt hiermee te introduceren zou je zelf met drie voorbeelden kunnen komen.

Sessie 2 Sterkekantenbenadering en doelen opstellen
Sessie 2 staat in het teken van de sterkekantenbenadering en doelen opstellen. De visie van de positieve psychologie gaat uit vanuit iemands sterke kanten en deze inzetten om te groeien en te streven naar meer welbevinden (Bannink, 2009). De sterkekantenbenadering kan daarom ook niet ontbreken in de interventie welbevinden. Sterke kanten worden onderzocht en er wordt gefocust op de sterke kanten waar de cliënt plezier aan beleefd en energie uit haalt. Dit is belangrijk, omdat mensen vaak ook goed zijn in andere dingen, maar dat gewoonweg niet leuk vinden. Daar moet dan ook niet de focus op liggen. Volgens Linley (2010) is van belang dat mensen onderkennen bij welke activiteiten ze plezier, passie en interesse ervaren, en daarbij aan te geven welke vaardigheden ze op dat moment gebruiken

In sessie 1 is er al een beetje geïnventariseerd van wat de cliënt wil bereiken en welke kant hij of zij op wil gaan. De volgende stap is om concrete doelen op te stellen. Uit onderzoek blijkt dat het nemen van kleine stapjes in plaats van grote stappen in één keer zorgt voor grote veranderingen voor de korte termijn. Zo is het bijvoorbeeld verstandig om grote doelen op te splitsen in kleinere subdoelen. De voordelen van het nemen van kleine stapjes zijn: de drempel is laag, er valt weinig te verliezen, de kans op succes is groter en er kan een sneeuwbaleffect ontstaan van steeds grotere veranderingen (Bannink, 2014). Daarnaast is het belangrijk bij het opstellen van doelen dat deze moeilijk genoeg zijn om als uitdagend ervaren te worden, maar makkelijk genoeg zijn om gehaald te worden, dit zijn de zogenaamde stretch goals (Bannink, 2014). Stretch goals moedigen cliënten aan om niet alleen hun problemen op te lossen, maar ook om als persoon te groeien (Bannink, 2014).

Sessie 3 stimuleren van gedragsverandering
In sessie 3 staat het stimuleren gedragsverandering centraal. De cliënt heeft in de vorige sessie doelen opgesteld waar hij of zij aan wilt werken. Wanneer iemand een doel heeft opgesteld waar hij naartoe wilt werken, is hij eigenlijk bezig met gedragsverandering; hij wilt namelijk iets veranderen in zijn leven om zich beter te voelen. Nu komt er veel kijken bij gedragsverandering en het is lastig om gedragsverandering tot stand te brengen. Er zijn verschillende manieren die kunnen helpen aan het bereiken van het doel van de cliënt en zodoende hun gedrag te veranderen. Deze sessie wordt daar dan ook uitgebreid aan besteed. Nu heeft iedere cliënt weer een ander specifiek doel en wat voor de één werkt, werkt weer niet voor de ander. Er worden dus verschillende interventies bij deze sessie aangereikt, zodat je als begeleider zelf kunt kijken welke interventie(s) kunnen werken voor de cliënt.

Gedragsverandering bevorderen
Gedragsverandering is een complex iets en is lastig om ook daadwerkelijk te bewerkstelligen. Veel gedrag is namelijk gewoontegedrag en wanneer iets via de automatische piloot gaat, is het lastig deze automatismen te doorbreken. Volgens Appelo gaat het niet zozeer om het afleren van oud gedrag, maar vooral om het vervangen van oude gewoontes door nieuwe, gezonde en welzijn bevorderende gewoontes. Daarna is het een kwestie van discipline, reflectie en er tijd aan besteden (Appelo, 2011).

De cliënt moet overgaan op actie en aan zijn doel werken. Wat dat betreft is veranderen van gewoontes hetzelfde als conditie op peil en spieren sterk houden. Het is een kwestie van herhaling en volhouden. Als iemand daar geen tijd voor plant, zal er ook geen gedragsverandering plaatsvinden (Appelo, 2011). Ander methodes die iemand kunnen helpen bij het volhouden van gedragsverandering is het regelmatig stil staan bij het feit waarom hij het doet, hoe ver hij al is en waarom hij niet meer terug wilt naar je oude gewoontes (Appelo, 2011).

Een ander belangrijk element voor gedragsverandering is zingeving. Zolang de oude gewoontes niet echt slecht voelen of nog tot directe behoeftebevrediging leiden, zal het moeilijk worden om te veranderen (Appelo, 2011). Weten waar je het voor doet, is daarom van belang. Een effectieve manier hiervoor is zelfspraak of zelfinstructies te gebruiken, het is aangetoond dat iemand hierdoor ook daadwerkelijk meer de gewenste kant op beweegt (Lange et al., 1998). Voorbeelden hiervan zijn: ‘Ik wil niet ziek worden, daarom pak ik mijn leefstijl aan’ of ‘We willen vaker gelukkig zijn, daarom werken we aan onze relatie.’

Een oefening die binnen deze sessie onder andere aan bod komt is de Topsituatie:

De volgende oefening komt uit het boek Het gelaagde brein van Martin Appelo, 2011.
Bijna iedereen heeft in zijn leven wel een moment meegemaakt waarin het helemaal goed was. Dit wordt ook wel een topsituatie genoemd (Appelo, 1999, 2007). Een topsituatie is een moment waarvan je zegt: ‘Daar doe ik het voor’ of ‘Dit is het mooiste moment van mijn leven’. Allerlei soorten situaties komen hiervoor in aanmerking. Een schitterend uitzicht tijdens een vakantie, een diploma halen, slapen in een boomhut, je trouwdag, het winnende punt scoren, bij opa op schoot, rustig zitten in een kerkje, een opdracht succesvol afronden, dobberen op het water, je kind in je armen houden, ’s morgens wakker worden met je geliefde en de zon die in de kamer schijnt, vliegeren met je kinderen, of een moment waarop je diep geraakt werd door wat iemand deed of zei. Het doet er niet toe en het hoeft geen groots gebeuren te zijn. Kijk terug op je leven en probeer je een situatie te herinneren met de gevoelswaarde die past bij veiligheid, balans, het leven aankunnen of weten waar je het voor doet. Noteer een topsituatie voor jezelf. Deze situatie staat symbool voor innerlijke steun en zal je in de volgende sessie mee aan de slag gaan.

Sessie 4 Positieve Focus
In deze sessie staat de positieve focus centraal. Zo wordt er onder andere teruggeblikt op de drie positieve dingen op een dag oefening. Deze oefening is bedacht door één van de grondleggers van de positieve psychologie, namelijk Martin Seligman (2005). Uit de eerste studie naar Online Positief Psychologische Interventies van Seligman et al. (2005) traden bij deze oefening de sterkste effecten op. Dit resulteerde in positieve effecten op de mate van het ervaren van welbevinden als de mate van depressieve symptomen (Seligman et al., 2005).

Binnen de sessie komt ook de oefening Het positieve ABC aan bod. Persoonlijk ook één van mijn favorieten en die ik ook geregeld toepas op mijn eigen cliënten. Ook leuk om zelf uit te proberen en jezelf uit te dagen om hem helemaal zelf in te vullen:

Het positieve ABC
Deze oefening is met name handig om te doen als er een flip-over of whiteboard aanwezig is; zo kun je samen met de cliënt een ABC op het bord schrijven en op het einde evalueren.
Bij deze oefening is het namelijk de bedoeling dat de cliënt bij elke letter van het alfabet een positief woord bedenkt. Een positief woord kan in dit geval van alles zijn zolang het voor de cliënt als positief wordt gezien of van veel waarde is. Zo kan bijvoorbeeld de naam van een belangrijk iemand ook worden genoemd of een bepaalde sport die de cliënt graag beoefent en veel voldoening uithaalt. De cliënt mag ook meerdere woorden opschrijven bij een bepaalde letter. Om een beeld te geven is hier een voorbeeld:
–> Aardig
–> Blij, betekenisvol
–> Compliment, cadeaus
–> Dankbaar
–> Enthousiast
–> Feest, Fruit
–> Geliefd, geloven
–> Hardlopen

Als de cliënt niet bij elke letter een woord kan verzinnen, is dat niet erg. Het is begrijpelijk dat ze bij XYZ moeilijk iets kunnen verzinnen. Wanneer de cliënt klaar is of aardig wat woorden heeft verzameld, kun je samen met de cliënt het gaan evalueren. Zo kun je bijvoorbeeld vragen welke woorden het belangrijkste voor hem zijn en hier bijvoorbeeld een top 5 van te maken. Ook kun je op bepaalde woorden dieper ingaan en vragen waarom dat zo belangrijk voor hem of haar is en of hij/zij hier wat uithaalt. Je kunt ook vragen of er dingen naar boven zijn gekomen die belangrijk zijn voor de cliënt waar hij nog niet eerder bij stil heeft gestaan of even was vergeten en je kunt vragen wat de cliënt over het algemeen van de oefening vond.

Een ander element binnen de positieve psychologie die de positieve focus verruimd is dankbaarheid. Dankbaarheid kan worden gezien als deel van een bredere leeforiëntatie gericht op het opmerken en waarderen van het positieve in de wereld (Wood et al., 2010). Er zijn verschillende verklaringen waarom dankbaarheid kan bijdragen aan positieve emoties (Sheldon & Lyobomirsky, 2006): het ervaren van dankbaarheid leidt tot het opnieuw beleven van positieve ervaringen, het positief waarderen van levensomstandigheden is een adaptieve copingstijl die mensen helpt om moeilijke ervaringen positief te interpreteren en tot slot bevordert het prosociaal gedrag, zoals geven en iets voor een andere mensen doen.

Binnen deze sessie wordt dan ook stilgestaan bij dankbaarheid en zal de cliënt gevraagd worden om een top 5 te maken van dingen waar hij dankbaar voor is.

Sessie 5 Zelfcompassie
Compassie komt van de Latijnse woorden com (met) en pati (lijden) en betekent letterlijk ‘lijden met’. Compassie kan op diverse manieren worden gedefinieerd. De dalai lama (1995) definieert compassie als het openstaan voor het lijden van anderen en de wens om dit te verlichten. Compassie verwijst naar het vermogen om je te laten raken door het lijden van anderen, betrokken te zijn bij de ander en de wens om dit lijden waar mogelijk te verlichten. We laten onze weerstand tegen emotioneel ongemak los en openen ons hart voor de pijn van de ander (Goetz et al., 2010).

Als we met teleurstellingen worden geconfronteerd is er vaak geen ruimte om stil te staan bij ons eigen lijden. We gaan meteen op zoek naar oplossingen en gunnen onszelf geen moment van rust. We bekritiseren onszelf genadeloos en verliezen uit het oog dat falen menselijk is. We voelen ons alleen en minimaliseren of vergroten de ernst van ons probleem. Zonder dat we het zelf beseffen verergeren we ons lijden. Zelfcompassie is een heilzame manier van omgaan met onszelf als we lijden.

Met name ontwikkeld voor cliënten die kampen met grote schaamtegevoelens en zelfkritiek: zij vinden het ervaren van positieve en accepterende emoties (aanvaarden van compassie van anderen en zelfcompassie) vaak moeilijk. Omdat schaamte en zelfkritiek symptomen zijn die bij verschillende stoornissen voorkomen, maakt het dat zelfcompassie een transdiagnostische factor is. Dit houdt in dat zelfcompassie een helpende hand kan bieden voor verschillende cliënten met verschillende psychische klachten.

Onderzoek laat zien dat zelfcompassie bijdraagt aan gevoelens van welbevinden, geluk, optimisme, dankbaarheid, wijsheid, nieuwsgierigheid, sociale verbondenheid en het nemen van initiatief (Breen et al., 2010; Neff, 2003; Neff et al., 2008; Neff et al., 2007) en kunnen mensen zich gemakkelijker aanpassen, wetende dat deze problemen niet anders zijn dan de problemen van andere mensen. Met andere woorden, zelfcompassie vergroot de veerkracht en verzacht de impact van negatieve gebeurtenissen (Van Heycop et al., 2014).

Een oefening die wordt meegegeven voor deze sessie is onder andere de volgende:

Wakker vriendelijkheid in jezelf aan
Schrijf in vijf minuten situaties op waarin je de afgelopen week vriendelijk was tegen jezelf en/of anderen. Het kunnen kleine of grote dingen zijn, alledaagse dingen of uitzonderlijke situaties. Denk bijvoorbeeld aan: je collega vragen hoe het met hem of haar gaat, een compliment geven aan een kind, een ouder iemand helpen met oversteken, opstaan voor iemand in het openbaar vervoer, innerlijk jezelf positief toespreken, een gift doneren voor een goed doel, een zieke collega naar huis brengen, een ouder van een kind met leerproblemen geruststellen, uitgebreid stoeien met de hond of een bos bloemen meebrengen voor je partner.

Reflecteer wat deze situaties met jezelf en anderen deden. Wat was de reactie van de ander, hoe voelde je jezelf? Reflecteer op de goedheid in jezelf. Wat zeggen deze situaties over jou als persoon?

Bijlage 1: Bronvermelding

Appelo, M. (2011). Het gelaagde brein. Amsterdam: Boom.
Bannink, F.P. (2009). Positieve psychologie in de praktijk. Amsterdam: Hogrefe Uitgevers.
Bannink, F.P. (2010a). 1001 Solution-focused questions. Handbook for solution-focused interviewing. New York: Norton.
Bannink, F.P. (2010b). Handbook of solution-focused conflict management. Cambridge MA: Hogrefe Publishers.
Bannink, F.P. (2012). Practicing Positive CBT. Oxford: Wiley.
Pagina | 10

Bannink, F.P. (2013). Oplossingsgerichte vragen. Handboek oplossingsgerichte gespreksvoering, 3e gewijzigde druk. Amsterdam: Pearson.
Bannink, F. (2014). Positieve cognitieve gedragstherapie. Amsterdam: Pearson Assessment and Information B.V.
Bannink, F.P. & Jackson, P.Z. (2011). Positive Psychology and Solution Focus – looking at similarities and differences. InterAction. The Journal of Solution Focus in Organisations, 3, 1, 8-20.
Beijebach, M., Rodriguez Sanches. M.S., Arribas de Miguel, J., Herrero de Vega, M., Hernandez, C. & Rodrigues-Morejon, A. (2000). Outcome of solution-focused therapy at a university family therapy center. Journal of Systemic Therapies, 19, 116-128.
Berg, I. K., & Szabó, P. (2005). Oplossingsgericht coachen. Zaltbommel: Uitgeverij Thema voor het Nederlandse taalgebied.
Daila Lama (1995). The power of compassion. New Delhi: Harper Collins.
De Shazer, S. (1985). Keys to solution in brief therapy. New York: Norton.
Gilbert, P. (2010). Compassion Focused Therapy. The CBT distinctive features series. New York: Routlegde.
Goetz, J.L., Keltner, D. & Simon-Thomas, E. (2010). Compassion: An evolutionary analysis and empirical review. Psychological Bulletin, 136, 351-374.
Grotberg, E.H. (2003). Resilience for today: gaining strength from adversity. Westport, CT:Praeger.
Harris, R. (2010). Acceptatie en Commitmenttherapie in de praktijk. Amsterdam: Hogrefe Uitgevers BV.
Hayes, S.C., Strosahl, K.D. & Wilson, K.G. (2003). Acceptance and Commitment Therapy: An experiential approach to behavior change. New York: Guilford.
Snyder, C.R. (2002). Hope Theory: Rainbows in mind. Psychological Inquiry, 13, 249-275.
Van Heycop ten Ham, B., Hulsbergen, M., & Bohlmeijer, E. (2014). Transdiagnostische factoren. Amsterdam: Boom.
Visser & Butter (2008): De effectiviteit van oplossingsgericht werken en cliëntgeleide contractering bij coaching en advisering: lessen uit de psychotherapie.
Walter, J.L. & Peller, J.E. (1992). Becoming solution-focused in brief therapy. New York: Brunner/Mazel.
Watzlawick, P., Weakland, J.H. & Fisch, R. (1974). Change: principles of problem formation and problem resolution. New York: Norton.

Gerelateerde artikelen:

Deze site plaatst cookies. Als je doorgaat met je bezoek aan dsmmeisjes.nl ga je akkoord met ons cookiebeleid.