Keerzijde

Ik ben al vijf dagen aan het twijfelen. Zal ik iets schrijven? Ik wil zo graag dat mensen me vooral zien als een intelligent, lief, grappig, snel, stuiterend ding. Niet als een vrouw met een DSM-beschrijving. En dus verberg ik het ‘t liefst. Als ik dan wél wat vertel krijg ik meestal “maar je lacht zoveel!” “maar je hebt enorm goede humor!” “maar je bent zo intelligent!” “maar stemmingswisselingen, ik vind je er helemaal het type niet voor!” terug.

Dat komt goed uit, want dat vind ik al jaren ook niet. Dat ik dagen heb waarbij alles doodeng is, dat ik denk dat iedereen ‘weg’ is, dat ik mislukt ben, dat ik te boos ben op mezelf om er überhaupt woorden aan te geven, doe ik af met “ik heb een mediterraan temperamentje.”

Als ik nieuwe mensen ontmoet, stop ik de inhoud van mijn donkere hoofd graag weg. Ik kan het zelf in toom houden, dus waarom zouden anderen er last van moeten hebben?

Maar dan komt de altijd gestelde vraag: “wat doe je voor werk?” Ik weet vaak niet wat ik moet antwoorden. Dus gooi ik het bijna altijd op mijn zichtbare chronische ziekte die veel tijd kost. Want lichamelijke mankementen worden meestal wel begrepen. Dat is tenminste aanwijsbaar.

“Ik manage mijn chronische ziekte. Ik doe aan zelfmanagement.” Wat ik er nooit bij vertel is het onderschrift, in veel te kleine lettertjes.

En ik manage mijn hoofd. Op een slechte dag heb ik al mijn corrigerend vermogen nodig om boven water te blijven. Om de donkerte te bevechten. Om te bedenken dat mijn universitaire hersenen geen universiteit nodig hebben om zichzelf te bewijzen. Dat geluk veel belangrijker is dan een maatschappelijke status. Dat een ‘geslaagd’ leven hebben ook maar een relatief begrip is. Dat werken helemaal niet zo belangrijk is. En dat niet werken geen negatieve karaktertrek is.

Ik ben zo bang dat mijn intelligente, lieve, grappige, snelle kant wordt weggedrukt als ik toegeef dat er inktzwarte dagen zijn. Of twee. Of drie achter elkaar.  Ik vind het zwak van mezelf. Gezeik. Ik ga toch niet op de grond liggen jammeren? Ik vind het leven veel te leuk. Daarbij: als ik het kan bedenken, kan ik het ook afdenken. Met mijn universitaire ratio. Ik moet het weg kunnen denken, Ik moet mezelf weer rechtop kunnen krijgen. Ik moet dit zwakke deel weg kunnen drukken. Ik moet, ik moet, ik moet.

En daarbij komt het stigma. En de kwetsbaarheid. Zouden mensen me ineens zien als die vrouw met dat moeilijke hoofd? Ik wil namelijk niet dat men rekening met me houdt, of fluwelen handschoenen aantrekt. Ik wil dat er gitzwarte humor gehanteerd wordt. En laten we naar het strand gaan. Naar de duinen. Laten we lachen tot we huilen, en vice versa. En ik hoop dat men onthoudt dat ik meer ben dan mijn zwarte dagen.

 

 

3 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.