Kampioen Vrede

Als kind was ik al Kampioen Vrede. Ik bood mijn excuses aan, ook al was iets niet mijn schuld. Vroeg de juf wie iets gedaan had en ik had eraan bijgedragen, dan schoot mijn hand in de lucht. Toen de hele klas partij koos tegen één jongen, ging ik met gespreide armen voor hem staan. Ik sloeg nooit terug, ook al was ik woedend. Ik schreeuwde niet, ik liep een rondje om tot rust te komen en praatte het dan rustig uit. De keren dat ik wel schreeuwde en sloeg herinner ik me nog haarfijn. Ik voelde me schuldig en slecht dat ik aan dat oergevoel had toegegeven.
Waarom schreeuwen als je ook kan praten? Wie luistert er nou naar iemand die schreeuwt? Ik in ieder geval niet.

Maar nu heb ik spijt. Spijt dat ik nooit heb geschreeuwd. Spijt dat ik nooit ongelooflijk hard heb geslagen, gebeten en gekrabd. Ik had zó in mijn recht gestaan soms als ik het wel gedaan had. Er zijn zoveel momenten geweest waarop ik trilde van woede, maar met een uitgestreken gezicht een gesprek kon voeren met de persoon tegen wie mijn woede gericht was. De enige naar wie ik mijn woede maar al te vaak heb geuit ben ik zelf. Mijzelf heb ik wel geslagen, gekrabd en verrot gescholden.
Ik heb mijn boosheid nooit geuit omdat ik het iets dierlijks vond. Ik vond het walgelijk hoe mensen zich zo konden laten gaan. Ik wilde niet zo zijn. Ik vond het een teken van zwakte en onmacht.

Nu wenste ik dat ik het gewoon had laten gaan. Niet voor anderen, niet om contact te maken. Maar puur voor mezelf. Zodat al die woede in mij ruimte had gekregen en niet was gaan lopen etteren vanbinnen. Woede redeneer je namelijk niet weg, die stel je slechts uit.En al die uitgestelde woede staat nu voor mijn neus en die schreeuw ik er soms uit in mijn dromen. Dan krijs ik de longen uit mijn lijf, om wakker te worden en te wensen dat ik dat in het echt ook kon.
Maar op een dag zal ik de bom in mij tot ontploffing brengen. Dan zal de wereld trillen op haar grondvesten, want dan laat ik die redelijkheid, die zelfcontrole voor wat het is. Want het heeft me nergens gebracht. Het heeft me niet aimabeler gemaakt of geliefder. Ik vreesde dat schreeuwen mij zou verwijderen van mensen. Maar nu besef ik dat ik juist afstand heb geschapen door me niet te uiten. Door niet te schreeuwen hadden juist mijn geliefden geen idee wat er in mij om ging.

Daarom ga ik proberen mijn boosheid meer te voelen en te laten zien. Ik wil die afstand namelijk niet meer. Agressief en licht ontvlambaar zal ik wel nooit worden, maar er mag best wel wat meer felheid in mijn leven. En als ik tegen je schreeuw of boos op je ben, kan je er donder op zeggen dat ik onwijs veel van je houd. Ik word namelijk pas woedend als iets me ten diepste raakt en dat kunnen alleen de mensen die het meest dichtbij staan.
En als ik dan tegen je geschreeuwd heb, wil ik daarna rustig met je praten. Want rustig praten en luisteren, dat vind ik toch nog steeds het fijnste. Hoe lekker schreeuwen ook blijkt te zijn.

Lees ook:

  • Zoals ik dat altijd heb gedaan

    Een gesprek met mijn psycholoog heeft me aan het denken gezet. Ze vertelde me dat ik over bepaalde dingen nogal overtuigd kan zijn. Zó overtuigd, dat ik eigenlijk niet meer verder wil kijken dan dat wat ik zo zeker weet.…