Rennendmeisje

“Je moet het leven wel een kans geven”

“Waarom straf je jezelf zo,” vraagt ze, “je vindt altijd een manier om je zelf te straffen. Je doet expres dingen waarvan je weet dat je het nog niet kan. En als het dan niet lukt, haat je jezelf nog meer dan ervoor en wordt het de keer erna nog moeilijker om iets te vinden wat wél bij je past.”

Ze is verdrietig. Niet omdat ik naar ben tegen haar, maar omdat ik het ben tegen mezelf. Ze houdt van me. Ze ziet potentie in me en gelooft dat er iets is wat ik wél kan en wat me wél blij maakt en wat ik daardoor wél kan volhouden.

Ik zie het alleen zelf niet. Daarom spreek ik haar tegen. “Ik kan niks,” zeg ik, “maar ik vind dat ik het moet kunnen. In mijn hoofd zit een beeld van mij die werkelijk alle dingen gewoon dóet. Dat beeld streef ik na. Ik weet ook wel dat ik het niet zo werkt, maar ik vind dat ik het móet. Daarom probeer ik het toch.”

“Waarom streef je continu dingen na waarvan je weet dat ze niet goed voor je zijn. Alles moet bij jou altijd meteen vandaag al gelukt zijn en je stort je overal rücksichtslos in. Waarom wacht je niet tot er iets langs komt wat wél bij je past?” Ik ben stil. Ik weet dat ze gelijk heeft en dat ik iedere keer moedwillig een pad op ren waarvan ik wéét dat ik er ga vallen over een te groot rotsblok. En toch blijf ik het doen. Wil ik mezelf soms doen struikelen?

“Voel je je pas waardevol als je iets doet wat je eigenlijk niet volhoudt?” Au. Die voel ik. Ik denk aan de momenten waarop ik mezelf even niet haatte. Dat waren momenten waarop ik mezelf zo erg had afgemat dat eigenlijk niet meer voelde, ook niet meer wat ik eigenlijk wél wil of volhoud. Ik rende alleen maar als een kip zonder kop achter dat eindeloos onhaalbare in mijn hoofd aan.

Iets wat voor mij haalbaar is, voelt niet goed genoeg. Ik weet dat er dingen zijn die ik kan, goed zelfs, ik denk niet eens dat mijn zelfbeeld zo slecht is. Het probleem is alleen dat ik pas vrede met mezelf heb als ik gebukt ga onder mijn eigen imaginaire stokslagen. Dan pas ben ik ver genoeg gegaan.

Ze kijkt me aan, de tranen staan in haar ogen. “Ik kan niet eindeloos mijn vertrouwen in je blijven gooien als je het continu tegenspreekt, ik ben moe,” zegt ze. Ik snap haar wel. Een bodemloze put kun je niet dempen. Misschien wordt het tijd dat ik er zelf een bodem inleg. Een bodem gebaseerd op een heel klein beetje vertrouwen, in mezelf en in het leven. “Je moet het leven wel een kans geven,” zegt ze met zachte stem. Ik ga het proberen.

Lees ook:

  • Meisje kijkt naar de zee

    Hallo allemaal, ik ben Tessa, sommigen zullen mij vast herkennen van mijn blog op instagram. Ik heb sinds mijn zeventiende levensjaar de diagnose McDD. Het vermoeden van autisme was al op jonge leeftijd uitgesproken, maar…

  • Kiezen voor het leven

    Kiezen voor het leven, het klinkt zo eenvoudig. Alsof je even bedenkt wat je nog moet halen in de supermarkt, of wat je nog even in huis moet doen voordat je to-do-list afgewerkt is. De…

  • Opnieuw leren leven

    Soms weet ik niet meer of ik al zo was, of dat ik zo geworden ben. Zo verlegen, zo gevoelig voor prikkels, zo angstig, zo mensenschuw. Zat het altijd al in me en was het…

4 reacties

  1. Zo, die is herkenbaar!
    Steeds weer doorgaan met wat je eigenlijk niet (aan)kan, en nooit tevreden zijn met wat je wél kan. En daar vervolgens heel gefrustreerd over jezelf van worden.
    Inzicht is de eerste stap. Denk dat stap 2 nog bedacht moet worden 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ik wil linken naar een blog van mijn eigen website:

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Deze site plaatst cookies. Als je doorgaat met je bezoek aan dsmmeisjes.nl ga je akkoord met ons cookiebeleid.