troostende meisjes

Je bent niet alleen

In deze blog gaat het over suïcidaliteit. Heb jij last van suïcidale gedachten en wil je daar met iemand over praten? Neem contact op met 113 Zelfmoordpreventie.

Het was een warme dag in juli. Ik was net een paar weken thuis na een opname van zes weken in een ggz-kliniek. Ik werd daar opgenomen met een ernstige depressie en suïcidale gedachten. Na die zes weken leek het redelijk goed te gaan. De medicatie sloeg aan. Ik begon langzaam mijn draai weer een beetje te vinden thuis. Dat laatste is nog niet zo eenvoudig als moeder van drie jonge kinderen. Op die bewuste warme dag bracht ik de kinderen naar mijn ouders. Ik voelde me niet geweldig, maar ik had de dag erna een afspraak met mijn therapeut. Het idee dat ik even mijn hart kon luchten was een houvast, iets om naar uit te kijken want wie weet zou het daarna wel ietsje beter gaan. De telefoon ging. Het was de telefoniste van de ggz-instelling waar ik in behandeling ben. De afspraak werd afgezegd en maar liefst vier weken later opnieuw gepland. Achteraf had ik direct om een andere therapeut moeten vragen, maar op dat moment voelde ik de grond onder mijn voeten wegzakken en hing ik de telefoon op.

Het ging ontzettend snel. Van ‘niet zo geweldig’ viel ik in een enorm gat. Bijna meteen kwamen gedachten aan zelfbeschadiging en niet meer willen leven omhoog. Die gedachten heb ik redelijk vaak, maar meestal blijft het bij gedachten en gaan ze ook weer weg. Deze keer niet. In een waas trok ik de koelkast open en haalde daar al mijn medicatie uit. Ik nam het allemaal in. Vrijwel meteen raakte ik in paniek en belde ik mijn vriend. Terwijl ik uitlegde wat er was gebeurd, zo goed en kwaad als ik kon, hoorde ik paniek en boosheid in zijn stem. Ik herinner me de golf van schuldgevoel nog als de dag van gisteren. Mijn vriend zei me op de bank te gaan zitten en te wachten tot hij thuis kwam. Ondertussen zou hij ook 112 bellen. Ik werd inmiddels al een beetje draaierig en kroop huilend op de bank. Mijn vriend kwam tegelijk met de ambulancebroeder. Wat er verder gebeurde kan ik me niet goed herinneren. Uiteindelijk ben ik per ambulance naar het ziekenhuis gebracht en kwam ik op de IC terecht.

Ik heb daar niet lang gelegen. Het overweldigende schuldgevoel dat ik had maakte dat ik zo snel mogelijk naar huis wilde. Het was een fout geweest, ik wilde het graag goed maken. Zonder toestemming van de arts ben ik vertrokken.Eenmaal thuis wilde ik het zo graag achter me laten. Ik leefde nog. Het was een fout. Vanaf nu zou alles beter gaan. Maar iedereen begrijpt waarschijnlijk wel dat die vlieger niet opgaat na zo’n heftige gebeurtenis.

Twee dagen later ben ik alsnog opgenomen in de kliniek waaruit ik net ontslagen was. Weer schaamte. Weer schuldgevoel. En die schaamte en schuld zijn er nog steeds. Het is inmiddels iets meer dan een half jaar geleden en nog steeds krijg ik een knoop in mijn buik als ik erover na denk. Erover praten lukt steeds beter, maar er zijn maar weinig mensen die het echt begrijpen. En dat begrijp ik dan weer. Ik ben immers moeder van drie mooie, lieve, geweldige kinderen. Ik heb een vriend waar ik op kan bouwen, die naast me blijft staan als ik het hem bijna onmogelijk maak. Waarom zou ik dan uit het leven willen stappen?

Daarop heb ik geen eenvoudig antwoord. Ik kan alleen zeggen dat de demonen in mijn hoofd, zoals ik ze noem, af en toe de overhand nemen. Ze fluisteren me toe dat ik het niet waard ben. Dat zelfs mijn kinderen beter af zouden zijn zonder mij. Ze beginnen zachtjes met fluisteren. Negeren lukt dan nog. Maar ze geven niet op. Langzaam maar zeker gaat het over in oorverdovend geschreeuw en dan is het vechten met alles wat ik in me heb om er niet aan toe te geven. Want ik vecht. Ik wil niet dood. Ik wil niet dat mijn kinderen opgroeien met een moeder die ervoor koos niet bij ze te zijn. Ik wil leven. Ik wil, samen met mijn vriend, onze kinderen zien opgroeien. Belangrijke gebeurtenissen met ze meemaken. Ze op hun bek zien gaan om ze te kunnen troosten. Ik wil ze zien groeien en daar retetrots op zijn. Ik wil mezelf zien groeien met mijn vriend aan m’n zij.

Zelfdoding is zo’n taboe. Mensen schrikken ervan en hebben vaak meteen een oordeel. En dat is jammer. Want erover praten helpt. Hoe meer we erover kunnen praten, hoe vaker zelfdoding voorkomen kan worden. Wees open en luister. En voor de mensen die tegen dezelfde demonen vechten als ik; praat. Je bent niet alleen.

boekentip bij deze blog