Ik zit klem

Er zit een klein meisje in me dat snakt naar troost, verbinding, warmte, een knuffel, enzovoorts. Een meisje dat verdrietig is dat haar volwassen versie dat allemaal nog steeds niet kan ontvangen. Er zit een klein meisje in me dat bang is, omdat de hele wereld nu op z’n kop staat. Een meisje dat zich voelt alsof ze rondzwemt in de grotemensenwereld en het haar boven het hoofd groeit. Een meisje dat niet weet wat ze moet denken en geloven nu er allemaal tegenstrijdige berichten tot haar komen. Een meisje dat niemand durft te vertrouwen en niemand dichtbij durft te laten komen.

Echter, kan ik mezelf niet dichtbij mezelf laten komen. Ik werd erop gewezen door Mirare dat m’n emoties hoog zitten. En toen ik erover na ging denken, realiseerde ik me dat ik inderdaad voel dat er veel emoties zitten en dat die hoog zitten, maar ik kan ze niet echt voelen. Ik weet dat ik me eenzaam, verdrietig en bang voel. Ik kom niet bij dat meisje in mij, dat van alles voelt. Ik kan haar niet toelaten. Mijn hoofd heeft dat meisje geblokkeerd. Ik mag niet dichtbij haar komen.

Tegelijkertijd mogen anderen ook niet dichtbij dat meisje komen. Ik voel me eenzaam, maar houd iedereen op afstand. Ik wil dat mensen dichterbij me komen, maar ik kan ze niet toelaten. Dat vergroot dan weer de eenzaamheid. En dat is een cirkel waar ik steeds weer in terecht kom. 

Fysiek contact met anderen is al beperkt door alle maatregelen, dus ik ben veel afhankelijk van contact via (beeld)bellen en whatsappen. Nou voel ik weinig echte verbinding als ik met iemand aan het whatsappen ben. Dus moet ik het hebben van (beeld)bellen. En ik probeer echt veel contactmomenten in te plannen, omdat ik weet dat ik me anders sowieso eenzaam voel.

Maar als ik dan aan het (beeld)bellen ben, kan ik de ander nog steeds heel moeilijk dichtbij laten. Als de ander doorvraagt en vraagt naar de echte dingen die ertoe doen, dan klap ik dicht of reageer ik bozig. Of ik slik met moeite een bozige, afwerende of cynische reactie in. Het lukt me vaak niet om tot contact en verbinding te komen. Ik zit klem. 

Ik zit klem in m’n eigen dynamiek: ik voel van alles en wil daar graag verbinding over met anderen, maar ik kan mensen niet dichtbij genoeg laten om die verbinding te voelen. Ik kan het kleine meisje niet laten zien.

Dit is waar ik telkens weer tegenaan loop. Niet alleen kan ik zelf niet voor het meisje zorgen, maar ook anderen kunnen er niet voor zorgen. Ik kan zelf niet voor het meisje in mezelf zorgen, omdat ik er niet bij kom. Het meisje zit achter allemaal muren weggestopt. Anderen kunnen niet voor haar zorgen, omdat ik ze niet toe kan laten achter de muren. Klem.

Herken je dit klem zitten?

Ook zin gekregen om te schrijven? Stuur een blog in naar dsmmeisjes!