Ik was erbij

Ik was er weer bij. Aan een netjes gedekte tafel in een in bloei staande tuin met een gezin dat praat over de normale dingen in het leven. Ik zeg “Ik was erbij”, omdat dat is hoe het vaak letterlijk voelt, terwijl ik hier en daar een glimlach toewerp, omdat het vrijwel alles is wat ik aan het gesprek heb toe te voegen.

Er wordt gesproken over huizen, relaties, familie en dat soort zaken. Omdat ik mee wil doen in het gesprek, bedenk ik me of ik er ook iets over te zeggen heb. Mijn hoofd graaft in het verleden om iets passends te vinden bij het onderwerp in kwestie, maar ik vind alleen maar rotzooi. Af en toe een glimlach en wat zinnen als “Oh, leuk ja” of “Ja, inderdaad” is alles wat ik in de groep weet te gooien. Ik hoop telkens weer dat het genoeg is. Genoeg… om mij niet ‘te stil’ of ‘anders’ te vinden.

Na anderhalf uur, hou ik het niet langer vol. Ik ben moe van mijn herinneringen die zo ongeveer met elke uitgesproken zin vanuit het gezelschap naar boven worden gerukt, waarna ik mijn best doe ze weer te onderdrukken, en ik ondertussen probeer zo aanwezig mogelijk te blijven. Om 22:00 uur worstel ik mijn antidepressiva uit mijn broekzak, klik ik ze uit het folie onder de mooi gedekte tafel en op het moment dat er niemand kijkt, drink ik ze weg met een alcohol-vrij biertje.

Als we naar huis gaan ben ik zó moe, dat ik niets anders meer wil horen dan mijn muziek. De muziek die zo feilloos bij me aansluit. God, wat heb ik daar behoefte aan. Het liefst kruip ik er in, omdat ik me daardoor zo begrepen voel. Het troost me, maar de weg naar huis is kort. Er is maar ruimte voor anderhalf liedje. Ik luister de helft van een nummer en klik daarna een andere aan. Ik wil zo veel mogelijk van wat mij begrijpt in een paar minuten tijd.

Eenmaal thuis loop ik linea recta naar de bank en verstop mijn hoofd in een kussen op de bank. Ik ben ka-pot. Mijn vriendin vraagt me of het misschien toch wel even fijn was om eruit te zijn. “Jawel” antwoord ik op haar vraag. Ik lieg niet. Het was fijn om erbij te zijn, maar ook ontzettend moeilijk.

Ik dacht aan het mailtje dat ik eerder deze week naar mijn psycholoog verstuurde. Er stond iets in in de trant van “Ik heb moeite met normale gesprekken. Ik voel me altijd vervreemd. Ik denk áltijd aan vroeger. Het voelt als alles wat ik heb om op terug te blikken.” en iets met “Ik wil normaal zijn.” Ik voel een brok in mijn keel en besluit dat het tijd is om een einde te maken aan deze dag. Ik ga eerder naar bed dan mijn vriendin, maar ben nog wakker als ze bovenkomt. Geïrriteerd door een herbeleving smijt ik de deken opzij en ga ik nog naar beneden om een oxazepam te pakken. “Ik háát PTSS is het laatste wat ik op die dag nog te zeggen heb.

3 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.