Ik krijg mijn gedachten niet op papier

Ik moet iets bekennen en ik schaam me. Overal zie ik mensen fantastische dagboeken maken, bezig zijn met andere kunstvormen of verhalen verzinnen zonder dat ooit iemand het leest of ziet. Maar ik krijg het niet voor elkaar. Als ik iets maak, moet het gezien of gelezen worden en het liefste krijg ik ook nog stapels complimentjes. 

Zonder die dingen, voelt het als een soort van verloren iets. Een stuk tekst schrijven zonder lezer en – vooral – zonder interactie met die lezer, voelt het als het wegsterven van eigen gedachten of een roep in de woestijn. Niet gezien, niet gehoord, alleen. Alleen met mijn eigen gedachten die dan alle kans krijgen om kanten op te gaan waar ik ze niet wil hebben. 

Ik schaam me hiervoor. Ik mag die ander niet nodig hebben van mezelf om iets te schrijven of maken. Ik moet van mezelf dingen maken waarbij de extra waardering niet nodig is. Ik mag de waardering niet vragen of opzoeken. Dat is aandacht vragen, egocentrisme, narcisme. In mijn strenge hoofd mag dat niet. Een plek zoeken waar ik tekst kan publiceren lost al die problemen op. Want ik schrijf voor een medium, zoals nu voor dsmmeisjes, en dan kunnen mensen zelf kiezen of ze het lezen of niet. Er dan weer zelf over twitteren, durf ik niet zo goed, want dat is aandacht vragen voor iets wat ik heb gemaakt en dat is het dan dus niet waard, aldus mijn hoofd. 

Ik vind het vooral wonderlijk dat mijn hoofd zo blijft werken. Ik wórd gezien. Ik wórd opgemerkt en er wordt naar me geluisterd. Toch is iets alleen voor mezelf schrijven iets wat ik niet durf. Waarom? Geen flauw idee. Als ik iets voor mezelf schrijf dan voelt dat als een geheim wat veilig in mijn hoofd zit, openbaar maken. Dan is het écht en niet meer slechts een gedachte en ook niet meer geheim. Dan kan ik er om beoordeeld worden. Beoordeeld worden is vreselijk. Nee, dan maar iets meer gestileerde teksten die wel voor publicatie zijn. Weet ik iets beter wat er gaat gebeuren.

Soms zeggen mensen ook wel eens dat het misschien handig is om gedachten op papier te zetten als mijn hoofd vastloopt. Doe ik vervolgens nooit, tenzij ik het naar Peut mail en ik dus zeker weet dat er antwoord komt. Zonder die zekerheid doe ik het niet. Misschien wel omdat ik zo arrogant ben om te denken dat ik het zelf wel kan oplossen en opschrijven niet nodig is. Pas als ik er écht niet meer uitkom, stuur ik Peut een mail. Of meer een half boekwerk. 

Inmiddels heb ik in gedachten talloze artikelen, verhalen, blogs, columns en misschien wel boeken geschreven. Het blijven ongeschreven verhalen in mijn hoofd, ze komen en gaan. Soms maak ik nog een klein opzetje, soms ook niet, soms begin ik zelfs aan een paar zinnen, maar meestal blijft het bij plannen in mijn hoofd. 

Zo zijn inmiddels al verdwenen: de thriller over een meisje dat weg is gerend nadat ze de perfecte moord heeft gepleegd, het kinderboek ‘De verhalen van Anne’, het essay over gebruik van muziek in journalistieke producties, het essay waarin ik van de huidige maatschappij een casusconceptualisatie maak volgens de schematherapiemethode, de serie over hoe een werkgever een inclusieve werkplek kan maken, het boek over cluster C-problematiek in de praktijk, het verhaal over oma – het boek dat als enige echt niet meer gemaakt kan worden, omdat de verhalen niet meer bestaan -, het kookboek, het opiniërende artikel over misdiagnostiek binnen de ggz… etc. 

Dit stukje tekst had ik ook al een aantal keer gemaakt. In gedachten dan. En nu op digitaal papier, zodat anderen het ook kunnen lezen.

Lees ook:

Kijk voor tips om om te gaan met psychische klachten ook eens op psyche.tips

lees meer