meisjes

Ik heb CPTSS

Verlamd van angst ga ik door het leven. Een meisje dat ondertussen een volwassen vrouw geworden is. Maar zo voel ik me niet. Ik voel me een meisje dat op zoek is naar liefde en bescherming. Naar bevestiging van mijn bestaan. Ik wil vastgehouden worden en nooit meer losgelaten.

Dat meisje durft niet volwassen te zijn en verantwoordelijk te zijn voor zichzelf. Daarom heeft ze hoge muren om haar hart gebouwd ter bescherming tegen pijn en verdriet. Want ze wil niet weer gekwetst of in de steek gelaten worden. Om dit te voorkomen houdt ze mensen op afstand. Verlangens naar nabijheid en intimiteit zijn gevaarlijk. Want als ze dichterbij komen gaan ze ontdekken hoe verschrikkelijk ze is. Dat ze inderdaad niet de moeite waard is om van gehouden te worden. Met als gevolg dat ze haar weer gaan gebruiken of misbruiken.

Het kleine meisje zorgt ervoor dat de volwassen vrouw die ik ben zich nergens veilig voelt. Ze zorgt ervoor dat ik me schaam voor mijn gevoelens en gedachten. Het kleine meisje wil het liefst uit het leven stappen, terwijl ik als volwassen vrouw het leven wil omarmen. Mijn verlangens en dromen de ruimte wil geven. Wil lachen, huilen, boos zijn zonder bang te zijn voor de gevolgen. Een autonome vrouw wil zijn en contact wil maken. Contact met mijn gevoel wil hebben en met de mensen om mij heen. 

Ik wil leven voor mijzelf en niet voor mijn ouders of ter vervanging van mijn overleden broer. Ik wil thuiskomen in mijn lichaam en me niet langer zo vervreemd en verdoofd voelen. Ik wil me niet langer vies voelen of mijn vrouwelijke lichaam haten omdat het allerlei signalen afgeeft. 


Bovenstaande schreef ik acht jaar geleden aan mijn vorige psychologe. De eerste die mijn gevoelens en angsten echt serieus nam. Dat mijn hersenen de meeste herinneringen uit mijn jeugd vergeten was, kwam door dissociatie. Dat ik me een klein meisje voelde en vaak nog voel komt omdat er echt een meisje in mijn binnenwereld is. Méér dan een. Die meisjes dragen mijn pijn en verdriet. Pijn en verdriet waar ik ontzettend bang voor ben en die mij belemmeren om te leven. Maar ik heb niet gefaald. Ik heb gedaan wat ik kon om te overleven en beschermen. 

De huisarts zei destijds bij de zoveelste doorverwijzing naar de ggz dat mijn leven niet uit de startblokken kwam. Jaren werd gezegd dat ik niet zo bang moest zijn. Maar er was een geldige reden. Ik heb CPTSS. Nu mag ik samen met mijn nieuwe psychologen leren hoe ik hiermee om moet gaan.

Mijn naam is Annemarie en ik ben deel van het geheel.