Hyperbewustzijn

Je herkent het misschien wel. Je zit in de bibliotheek te studeren, en ineens denk je: ik voel me zo vreselijk moe. Mijn arm doet zeer. Mijn concentratie is niet goed. Ik leer te langzaam. Of je maakt buiten een wandeling en bedenkt je ineens dat je een zere rug hebt, je de enige bent met een groene jas, of dat je schoenen afgetrapt zijn. Al die gedachten had je vooraf niet. Ze leken ineens op te ploppen.

Deze sterk aanwezige zelfevaluatie noemt mijn psycholoog mijn hyperbewustzijn. Mijn hyperbewustzijn is vooral gericht op mijn eigen lichaam. Door dit hyperbewustzijn ben ik me meer bewust van de (volgens mij) tekortkomingen van mijn lichaam. Zodra dit bewustzijn aan is, voel ik me uitgeput, heb ik steeds buikpijn, vaak nekpijn en voelen mijn benen zwaar.

De functie

Dit hyperbewustzijn heeft me vroeger geholpen, omdat ik voor mezelf moest zorgen. Ik moest dus zelf mijn gezondheid goed in de gaten houden omdat niemand anders dat voor me deed. Nu ik in een veilige omgeving ben, is het hyperbewustzijn niet weg. Het is alleen niet meer functioneel. Mijn volwassen zelf kan namelijk hulp vragen als ik me minder goed voel. Mensen om me heen kunnen lief voor me zijn als ik me niet lekker zou voelen.

Naast de denkfout dat dit hyperbewustzijn nog steeds heel de tijd aan moet staan en het liefst perfect afgesteld, zodat bij pijn of angst ik dat direct zou moeten elimineren, heeft het ook te maken met mijn kritische kant. Mijn kritische kant wil namelijk niet dat ik ook maar iets onvolmaakts aan mijn lichaam heb. Het ziet pijn en vermoeidheid als bedreigingen van mijn ideaalbeeld (altijd gezond en nooit vervelende emoties hebben).

Steeds aanstaan

Omdat de constante zelfevaluatie veel energie kost, is het ook niet gek dat ik vaak heel moe ben. De lichamelijke klachten zijn dus eerder een gevolg van het constant “aanstaan” en staan daar niet los van. De zelfcontrole die ik nastreef en die op zo’n moment alleen veilig lijkt, is een illusie. Want als mens zijn we constant onderhevig aan verschillende situaties die we niet in de hand kunnen houden. Het meeste in mijn wereld staat los van mijn invloedsfeer

Toen ik er mee bezig ging om minder hyperfocus te hebben, merkte ik juist dat deze meer werd. Ik ging namelijk extra letten op wanneer ik aan het focussen was… Onverbeterlijk. 😉 Als je dit herkent weet je vast dat het andersom mag. Dus als ik merk dat ik weer een sterke focus heb op mezelf en vooral mijn lichaam, probeer ik tegen mezelf te zeggen: dit hoort nu eenmaal bij mij. Het is niet nodig dat ik er zo op let, maar het zij zo. Als ik dat niet zou doen, ga ik al snel weer een gevecht aan tegen mijn hyperbewustzijn.

Wat er mag zijn stopt met vechten

Het is zoals met veel in mijn leven. Als het er mag zijn, is het minder storend. Als mijn lichaam mijn vriend kan worden, is het minder bedreigend. Als mijn karakter voor mij genoeg is, dan hoeft het niet persé steeds bekritiseerd te worden.

Ik wens jou, maar ook mezelf, meer ontspanning en minder constante zelfcontrole toe. Want ook de kanten die we vervelend en niet mooi vinden, mogen er zijn. Ik geloof als we dat kunnen geloven, dat we juist dan bevrijd zullen zijn. Dat kan best een gevecht zijn. O, nee… 😉

2 Comments

    1. Warrior

      Hoi Rivka,
      Dank je voor je reactie! Ik denk inderdaad ook vaak dat ik de enige ben die dit heeft, maar zie steeds vaker dat verschillende mensen er in meer of mindere mate last van hebben. Ik kan je het boek: “Uit je hoofd in je leven” sterk aanraden!
      Als je het er eens over wilt hebben, of naar herkenning zoekt; mail me gerust.
      Liefs, Warrior

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ik toon graag een persoonlijke blog onder mijn reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.