meisje met glazen bol

Hulpverleners hebben geen glazen bol

Weet je wat ik nou zo jammer vind? Dat hulpverleners geen toverstafje hebben of een glazen bol. Dat ik, in crisis of als ik het heel erg zwaar heb en het allemaal niet meer overzie, op een knopje druk of gewoon naar hen bel en dat zij dan precies weten wat ik nodig heb. Dat het verdriet oplost, dat de pijn er niet meer is, dat de donkere wolken in mijn hoofd steeds minder worden.

Maar ik ben er achtergekomen dat crisisdiensthulpverleners ook gewone mensen zijn. Dat ze niet meer kunnen doen dan mijn behandelaar of mijn verpleegkundige van de Psychiatrische Intensieve Thuiszorg. Dat zij ook aan regels gebonden zijn en dat ook zij mij alleen kunnen steunen. Dat zij geen mooie toverspreuk hebben met glitters en muziek en dat de fanfare door de tuin loopt omdat ik me eindelijk weer goed voel. Dat ik de wereld weer aankan, dat ik weer naar buiten durf, de supermarkt in en dat ik weer op de fiets naar vrienden kan.

Helaas bestaat zoiets niet en moet ik het toch veelal met mijn eigen kracht doen. En die krachten, daar heb ik juist mijn twijfels aan. Ik moet al zo lang vechten, al bijna twee en een half jaar. Ik zie de uitweg niet meer, ik zie de toekomst niet meer, het is gewoon op. En niet dat mijn hulpverleners niet hun best doen, want dat zie ik en dat merk ik, maar het ligt dit keer écht aan mij. Het is niet dat ik niet meer wil, maar het is dat ik niet meer kan. Zo voelt het en zo gaat het en een ander kan daar niet tussenkomen.

Ik weet dat dat jammer is en ik voel dat het jammer is, maar ik weet niet meer wat ik moet doen. Ik kan elke avond de crisisdienst bellen en om hulp vragen. Maar, daar gaan we weer: er is geen toverstokje en er is geen glazen bol. Er is iemand aan de andere kant van de lijn die mij heel graag wil helpen, maar ook vaak met zijn handen in het haar zit. Want waarom bel je eigenlijk? Wat kan ik voor je betekenen? En die vragen kan ik eigenlijk niet beantwoorden. Ik voel alleen maar ontiegelijk veel pijn en verdriet en ik wil dat het weggaat. En dat zeg ik dan ook. Ik krijg dan terug dat ze dat helaas niets kunnen wegnemen, maar dat we wel samen kunnen kijken hoe we de avond doorkomen. En dat doen we dan ook. We maken een plannetje. Warm douchen, een lekker warm kopje thee, een leuke serie kijken en op tijd naar bed met de juiste medicijnen. En morgen is een nieuwe dag en wellicht is morgen mooier dan vandaag.