paardenbloem met pluisjes

Hoop doet leven

Tot een tijd geleden durfde ik maandenlang het huis niet meer uit. Mijn buurvrouw deed de boodschappen voor mij en hulpverlening kwam aan huis langs. Dit allemaal door een voorval met de ambulance. Ik was bang om weer in een conversie-aanval te geraken en zodoende in een ambulance bij te komen. Ik sloot mij af van de wereld, was bang voor de mensen en hoe ze zouden reageren.

Van mijzelf uit heb ik een sterke drang te grote stappen tegelijk te willen zetten. Als ik iets moest kunnen, dan moest dat ook gelijk. Maar met deze angsten ging dat niet. Ik heb eraan moeten werken om niet al te grote stappen in één keer te zetten. Sterker nog, ik moest veel kleine stappen zetten om te komen waar ik nu sta.

Mijn angst om naar buiten te gaan heb ik zoals gezegd met vele kleine stappen onder handen genomen. Door eerst naar buiten te gaan met de mensen die ik echt vertrouwde en waarvan ik wist dat ze konden voorkomen dat de ambulance werd gebeld heb ik mijn eerste stap terug in de maatschappij gezet. Het waren kleine momenten in het begin van maximaal vijf minuten lopen. En zeker, ik had nog conversie-aanvallen, maar het voelde al minder heftig door de wetenschap dat er vertrouwde mensen in de buurt waren.

Dit zijn we steeds verder uit gaan breiden. ‘We’ is in deze de personen die ik volledig vertrouw en de hulpverlening. Wat niet altijd makkelijk ging. Vooral met de hulpverlening niet. Mijn nieuwe behandelaar kende ik net en vertrouwde ik eigenlijk nog niet, maar toch moest ik ook met haar naar buiten. Ik moest uit mijn veilige bubbel komen en weer gaan leven. Wel heeft deze behandelaar mij constant gemotiveerd en gestimuleerd om naar buiten te gaan. Al ging het soms net te snel voor mij. Dan had ik de ene na de andere conversie-aanval. Mijn knieën hebben wekenlang blauw gezien. En lopen deed daardoor ook nog eens zeer. Maar ik moest naar buiten.

Begin april zou ik voor het eerst weer naar school gaan. Zo’n grote afstand had ik nog niet eerder afgelegd en om mij te ondersteunen is mijn behandelaar met mij mee gegaan. Waar ik haar enorm dankbaar voor ben. De dagen daarna moest ik het stuk naar het station hier in mijn woonplaats en het stuk van het station naar de hogeschool alleen lopen. Dat heeft me heel veel spanning, paniekaanvallen en tranen gekost, maar onder telefonische begeleiding van de hulpverlening heb ik toch doorgezet.

Tot op heden heb ik nog steeds last van conversie-aanvallen, maar ik heb al veel minder angst. Mede dankzij de crisiskaart die ik altijd bij me draag. Hier staat duidelijk in waar ik last van heb, wat mensen kunnen doen en wat ze vooral niet moeten doen. Dit kleine kaartje geeft zoveel rust en vertrouwen. En samen met alles waar ik in de afgelopen maanden doorheen ben gegaan durf ik nu eindelijk alleen naar buiten. Zonder met iemand te bellen, zonder al te veel paniek en met de hoop dat ik nog veel verder ga komen. Want hoewel het al heel wat lijkt, ik ben er nog niet. Maar dat komt wel weer. Daar vertrouw ik op.