Honger

Trek. Zin in eten. Behoefte. Eetlust. Verlangen. Wikipedia heeft het over een biologisch signaal van je lijf dat er een glucosedaling in de lever is. En veel mensen denken er niet eens over na. Ze voelen de behoefte, lopen naar de koelkast, smeren een boterhammetje en werken dat naar binnen, al dan niet terwijl ze iets anders nuttigs doen.

Zo niet ik. Voor mij is honger al jaren iets om te negeren, of liever nog, te omarmen. ‘My stomach is not grumbling, it’s applauding me’ was jarenlang mijn lijfspreuk. Honger was mijn vriend. Ik was dol op het gevoel van een rommelende maag. Het was een teken dat ik echt keigoed bezig was. Net als spierpijn. Ik zag ze als signalen van mijn lichaam dat ik hard aan het werk was om potverdomme eindelijk eens een keer dun te worden. Of als goedmakertje voor die monsterlijke eetbui die ik niet helemaal uitgekotst had gekregen.

Tja. Officieel weet ik inmiddels beter. Officieus zit ik geregeld om half elf achter mijn computer te luisteren naar het gegrom van mijn maag. Geef me eten! Stop iets in me! Vervolgens voegt het gegrom in mijn hoofd zich erbij. Niet doen! Honger is goed! Je valt vast af! Hou je lippen op elkaar! Dat was dus gisteren het geval. Het was nog twee uur tot de lunch en mijn eetstoornis ging, na het gegrom, over op gevlei: kom op, die twee uurtjes, dat kun je best. Er is geen man overboord als je pas bij de lunch wat eet. Je hebt veel en veel langer zonder voedsel gedaan. En het kan toch geen kwaad als je er misschien ook een beetje van afvalt? Je hikt rond de honderd kilo. Kan minder. Mag minder. Moet minder.

En dat was het moment dat ik mijn telefoon pakte om een berichtje te plaatsen in een liefdevol appgroepje. Of ze me even konden vertellen dat ik wat moest eten, want dat ik er in mijn eentje niet uitkwam. Zat ik me vervolgens weer schuldig te voelen dat ik hen lastigviel met zoiets basaals wat ik toch echt echt echt wel zelf zou moeten kunnen. Maar ze waren heel liefdevol en bemoedigend. En het hielp.

Op sommige dagen weet ik niet zeker of ik dat hele beter worden wel durf. Maar ik ben wel op een punt dat ik denk: dit gaat zo niet. Ik word niet gelukkig als ik zo doorga. Ik word misschien niet eens dertig als ik zo doorga. En hoewel ik dat op sommige dagen eerder een voordeel dan een nadeel vind, weet ik wel dat ik dat niet kan doen. Dus ik stond op en ik at. En de eetgestoorde gedachten waren niet van de lucht. Wat doe je nou! Je hebt vanavond een barbecue! Dat moet je nu al compenseren! Heel veel compenseren! Met iedere hap sloeg mijn hoofd verder op hol. Maar ik weet dat ik de juiste keus gemaakt heb.

Dus toen ik vanochtend in precies dezelfde situatie terecht kwam, pakte ik de appel die op mijn bureau lag en zette mijn tanden erin. Zonder iemand te appen, al had ik het zo nog een keer gedaan. Even mijn eetstoornis laten zien wie hier nu eigenlijk de baas is.

2 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.