Hokjes en muren

 

Paradox:

Contact willen hebben, maar kom vooral niet dichtbij. De hoeveelheid triggers bij hechting zijn mij te groot. Toch wil ik zo graag binden. Maar ik wil ook afstoten. Een zwart-witte strijd is het.

 

‘Gelukkig heb ik jullie’; hoor ik mezelf zeggen, terwijl ik op de wc zit in de pauze van een concert. Een beroep doen op je delen is wat mij betreft het toppunt van eenzaamheid, het geeft namelijk de andere mensen op, en bovendien: de wens om te integreren.

 

Integreren is een woord dat binnen het DIS-lexicon betekent: één worden met al je delen. De muurtjes opheffen. Bij mij wekt het momenteel een grote afkeer op. Daar is alweer een paradox: in de buitenwereld heb ik een hekel aan hokjes. Het is ofwel niet passend bij mij (ik heb zowel mannelijke als vrouwelijke delen), ofwel ik vind het de echte inhoudelijke betekenis ontkrachten, zoals in bijvoorbeeld het hokjes-fenomeen muziekstijlen.

 

In mijn hoofd wil ik graag wel de hokjes behouden. Ik wil jullie allemaal leren kennen, maar ik verzoek jullie allemaal om op jullie eigen territorium te blijven. Samenwerken zie ik wel zitten: dat tijd kwijtraken, het overzicht verliezen, alles als chaos ervaren: dat mag er van mij wel af. En ik wil ook graag voor de kinderen zorgen. Ik voel jullie, kinderen, en ik voel ook dat jullie dichter willen komen. Maar ik wil en kan het niet, dat is mij te pijnlijk nu.

Kleintjes: Vertel me wat er is gebeurd, en ik zal het vertalen voor degene die het wil horen. Ik wil jullie helpen, maar ik heb daar tijd voor nodig.

 

Ik betrap mezelf op jullie nodig te hebben. Dat is fout: kinderen kunnen geen taak hebben, nodig zijn. Zonder jullie ben ik alleen. Zonder jullie hebben we geen plezier in de kleine dingen, eten we geen snoepjes, koop ik geen leuke spullen voor onszelf, dragen we geen vrolijke rokjes (want dat vinden the guys dus echt helemaal niets).

 

Misschien is het OK dat jullie plezier en lichtheid schenken. Het is niet OK dat jullie ons minder eenzaam maken en alle pijn dragen. Geef me de pijn alsjeblieft. Laat me deze voelen en onder woorden kunnen brengen. Laat mij boos zijn voor een keer, op de juiste mensen.

 

Oja, lieve kinderen. Ik wilde jullie nog wat vertellen. Ik wil jullie troosten, iets uitleggen over de grote mensenwereld. De mensen om ons heen veranderen. Soms zien we mensen niet voor een paar weken. En ze groeien ook. Niet meer in lengte, maar ze veranderen in contact, zoals je hebt gemerkt. Ze weten niet dat jullie klein zijn, omdat ons lichaam altijd groot is. Ze voelen jullie soms wel, maar ze snappen niet dat jullie ook echt, echt klein zijn. Ze snappen niet dat jullie hun vergeten als ze een maand weg zijn. Dat jullie wel kunnen voelen, maar nog heel primaire gevoelens hebben waardoor jullie inlevingsvermogen soms beperkt is. Dat jullie steeds verdrietig worden als ze aardig doen, maar dan niet 24 uur per dag voor jullie zorgen. Dat moeten wij namelijk doen.

 

Ik wil leren met jullie praten.

 

In ons hoofd is W. soms bij jullie om met jullie te spelen. Die ene lieve mevrouw, waarvan ik de naam niet weet, is dag en nacht bij jullie. Ze zit in een kamertje naast de slaapzaal. Zien jullie het? Ja, he. Tegenover jullie deur, in de gang, daar zit zij. Ze zit in een schommelstoel. En ze is heel lief. Ze zorgt voor jullie. Kruip bij haar op schoot, als het je teveel word in de buitenwereld.

 

Stel je voor dat wij integreren, lieve delen. Die lieve vrouw in die schommelstoel schommelt en zit. Ik weet nog niet eens hoe ze heet. Ik wil haar voelen, ik wil haar een knuffel geven.Ik wil jullie leren kennen en leren voelen. Ik wil nog los zijn, zodat ik van binnen wel contact voel. Daarna zien we wel verder.

 

Ik wil zo graag binden. Maar ik wil ook afstoten. Een zwart-witte strijd is het. Klik om te Tweeten

 

 

2 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.