Hoe slechter soms beter is

Trigger warning – Deze blog gaat in op automutilatie

Een vriendin van me zei heel lief dat ik heel hard bezig ben en enorme stappen aan het zetten ben. “I know, you probably can’t see it, but chick, you’re growing!!!” Ik zie het geloof ik half, anderen zien het volgens mij voor geen meter. Maar die zien dan ook alleen maar de buitenkant.

Ja, de buitenkant is op dit moment slechter dan grofweg twee jaar geleden. Ik heb vaker een leuke crisis, er zijn nog wel eens wat angstaanvallen, soms gedachten aan suïcide, automutilatie, vaak allemaal tegelijk. Soms zijn er dagen dat ik aan het dissocieren ben.

Twee jaar geleden had ik een baan, deed ik van alles en nog wat, het zag er eigenlijk allemaal aan de buitenkant prima uit. Maar ondertussen was ik langzaam mezelf over de kop aan het werken, was ik constant onzeker en deed ik heel hard mijn best om dat allemaal weg te duwen. Het mocht niet, het kon niet, mijn leven was toen toch prima?

Nee, het was niet prima. Alles maar wegduwen en niet naar mezelf luisteren, koste me heel wat energie. Niet voelen, niet moeten voelen, alles moest weg. Soms kwam er dan iets naar boven, wat ik meteen weer de kop indrukte. Ondertussen veranderde mijn gedrag wel. Ik werd scherper, cynischer, er kwamen meer en meer onhandige dingen mijn mond uit en ik kon steeds minder hebben.

Zonder dat ik het doorhad, ging ik voor de tweede keer regelrecht naar een burn-out of gigantische depressie. Wat het ook was, ik kon weinig, wilde niets en had op een gegeven moment meer dan tien angstaanvallen per dag. Mijn lijf en geest waren wederom helemaal op en ik had toch echt gedacht dat ik na burn-out nummer één meer dan voldoende had geleerd om een nieuwe crash te voorkomen. Maar niet dus.

Dan nu. Afgelopen zomer een halve depressie. Een tijdlang niet durven eten, omdat ik als de dood was om aan te komen. Uiteindelijk ging het niet over eten – gestoord eetgedrag gaat nooit over eten – maar om angst. Angst voor EMDR, maar vooral angst om die EMDR te saboteren, waardoor het dan dus volledig mislukt.

Verder voel ik. Constant en overal. Echte emoties, boosheid, verdriet, maar ook plezier. Van alles eigenlijk en dat voelt best rot. Soms voel ik zo veel, dat ik er letterlijk gek van word. Maar ondertussen leer ik ook steeds beter om dat gevoel er te laten zijn. Om gedachten die me gek maken, te laten zijn voor wat het is: namelijk gedachten. Niets meer niets minder.

Ik hoef niets te doen met die gedachten. Ik hoef er niet tegen te vechten, ik hoef niets tegen te spreken, het enige wat ik moet doen, is zorgen dat ik er eigenlijk niet naar luister. Ze gaan dan namelijk weer weg. Soms in een paar minuten, soms in een paar uur, soms duurt het een paar dagen, maar ze gaan weer weg. Als het een paar dagen duurt, dan maak ik meestal mezelf helemaal gek en ga ik stomme dingen doen.

Ja, ik doe soms nog stomme dingen. Ja, ik automutileer soms. Heb een eetbui. Dissocieer. Maar ondertussen voel ik ook, doe steeds minder om al dat gevoel weg te duwen – buiten dus de slip ups. Ik word egoïstischer op een goede manier. Ik durf makkelijker nee te zeggen tegen dingen en grenzen aan te geven.

Dus ja, aan de buitenkant ziet het er soms minder goed uit. Littekens op mijn hand, mijn huis is een bende, maar aan de binnenkant zijn er dingen in een vrij snel tempo aan het veranderen. Eng, maar ook precies de bedoeling. Soms ziet beter worden uit alsof het slechter gaat. Maar heb even geduld, dan zie jij het ook.

2 Comments

  1. Dat klinkt eigenlijk echt supersterk en alsof je in een soort sneltrein zit qua veranderingen. Wat goed van je (en word er een beetje jaloers van dat je zo snel al verschil merkt, maar geeft ook soort van hoop 🙂 )

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.