Hoe gaat het met je?

Een tijdje geleden stelde mijn psycholoog mij de vraag ‘Hoe gaat het met je?’ Ik heb die vraag toen min of meer beantwoord en hem afgeleid met een ander onderwerp. Toch blijft die vraag me de afgelopen weken bezig houden; hoe gaat het echt met mij? Ik merk dat ik liever niet stil sta bij deze vraag, het roept heel veel emotie op. Maar de vraag laat zich niet langer negeren en ik voel dat ik hem wel moet beantwoorden om rust te krijgen in mijn hoofd. 

Fysiek gaat het wel redelijk, al heb ik het over het emotie-eten maar even niet. Sociaal en emotioneel gaat het stukken minder goed dan ik wil erkennen voor mezelf. Het is zwaar, loodzwaar, het voelt als of ik tientallen extra kilo’s extra meesjouw. Het is een combinatie van factoren waardoor ik nu voel hoe zwaar het emotioneel is. Het hele coronagebeuren en het onderwerp waar ik met mijn psycholoog mee bezig ben (gelukkig nog wel face-to-face), maken dat ik de vraag ‘hoe gaat het met je?’ liever negeer.

Ik weet niet goed wat ik moet zeggen om te beschrijven wat ik allemaal voel. Corona maakt dat ik me in een soort vacuüm voel zitten. Ik voel me eenzaam en vaak letterlijk en figuurlijk alleen staan. Ik mis het contact met mensen, ik mis het ze te ‘voelen’. Ik mis het persoonlijke contact, veel gaat per telefoon of app, maar dan mis ik zoveel wat ik in gewoon contact wel ervaar. Gesprekken met de psychiatrisch verpleegkundige en dominee zijn niet meer onder vier ogen maar per telefoon.

Iets in mij schreeuwt ‘nee, dit is niet genoeg, dit voldoet niet!’ Ik voel me als Thomas die zijn handen in de wonden van Jezus wilde leggen na zijn opstanding. Ik moet ‘voelen’, het moet gewoon, ik heb het ‘voelen’ van mensen nodig. Ik voel me langzaam leegbloeden en er is niemand die de wonden van gemis, leegte, verdriet, eenzaamheid, angst, onzekerheid, onrust en verlangen ziet of komt stelpen. Ik voel zoveel en het verdriet en gemis gaat zo intens diep. Het is niet te beschrijven hoe diep deze pijn van gemis gaat en hoe intens groot het verlangen naar een beetje ‘normaal’ contact en een aanraking is. 

Er is al jaren een gapend gat in mijn hart, het gat van gemis van hechting. Ik ben opgegroeid zonder warmte, liefde, zonder troostende woorden, zonder knuffels of een aai over mijn bol. Als ik als klein meisje viel (wat nog wel eens gebeurde) zei mijn moeder altijd “niet huilen, er is een standbeeld opgericht voor hen die vielen”, of het was “hier is een snoepje” als pleister op de wond (daar is het emotie-eten begonnen). Nooit was er troost door een kusje of een knuffel. Daardoor ben ik me ongemakkelijk gaan voelen bij fysieke aanrakingen, dat kende ik niet. Hoe ga je om met troost, met een knuffel, met vriendschap? Ik heb het niet geleerd.

Het gat van gemis van liefde, contact en hechting ben ik de afgelopen jaren aan het vullen door me te hechten aan mensen. Ik heb voorzichtig mensen toegelaten tot mijn binnenste, met kwetsbare dunne draadjes heb ik ze in mijn hart gehecht. En dat is doodeng! Het voelt als of die dunne draadjes nu stuk voor stuk weer worden doorgeknipt. Het voelt alsof dat gat weer groter aan het worden is, het voelt alsof deze mensen langzaam weer uit mijn leven verdwijnen. Dat wil ik niet, ik mis ze, ik mis het echte contact, ik mis het voelen van de verbinding.

Het voelt alsof dat gat in mijn hart nu langzaam een kloof aan het worden is die veel groter is dan de anderhalve meter die we bij elkaar uit de buurt moeten blijven. Het voelt alsof deze kloof dieper gaat dan het gat wat er in mijn jeugd is ontstaan. Het doet meer pijn dan het gat van vroeger. Dat gat kende ik zo goed en die pijn verdroeg ik al jaren. Deze pijn, dit verdriet en gemis is zo intens fel en gaat zo enorm diep dat ik niet weet hoe ik het op papier moet overbrengen.

Dan is er nog het onderwerp ‘mannen’ waar ik me met mijn psycholoog al een aantal weken doorheen worstel. Ik ben opgevoed door een behoudende moeder en mijn vader is overleden toen ik 12 was. Ik heb weinig herinneringen aan hem, kan me geen voorstelling maken van wat voor soort man of vader hij was. Mijn moeder voedde me op met woorden als “pas op, voor mannen, ze willen maar één ding van je”, “pas op, wordt geen afgelikte boterham, geef mannen geen aanleiding tot ongewenst gedrag.” Mannen waren gevaarlijk, zo heb ik dat geleerd, maar toch verlangde ik als puber naar een vriendje. Dat voelde zo fout, hoe kon ik nu verlangen naar iets wat zo fout was voor mij?

Praten over gevoelens en emoties deden wij bij ons thuis niet. Seksuele voorlichting en praten over de veranderingen van je lijf als je van meisje vrouw werd was er ook niet bij. Ergens voelde het verkeerd om puber te worden, om als meisje vrouw te worden. Alsof ik mijn moeder iets aandeed door te veranderen, alsof ik de veranderingen van mijn lijf kon tegenhouden. Die combinatie maakte het onderwerp ‘mannen’ en een relatie wel erg beladen, niet gek dat ik nooit een relatie heb gehad. Het verlangen was er wel, maar de angst was te groot. Dit onderwerp raakt aan wie ben ik u eigenlijk? Wie ben ik als vrouw? Wat mag ik nu eigenlijk wel en niet voelen? Een thema wat zoveel wakker maakt aan diepe verlangens en onrust dat het bijna ondragelijk is, naast wat ik voel nu met corona. Het maakt de eenzaamheid en het gemis van contact nog zó veel groter. 

Het verlangen, de hunkering is zo enorm groot. Naar een beetje troost, die arm om mijn schouder en iemand die zegt: “Ik ben er voor je! Corona of niet, of je nu bang of niet bang bent voor mannen, het maakt mij niet uit. Ik laat het gat in jouw hart geen onoverbrugbare kloof tussen ons worden. Ik laat niemand die draadjes die mij in jouw hart hebben gehecht doorknippen, ik laat je je niet in de steek. Ik zal er voor je zijn! Ik geef je die knuffel, de troost waar je al jaren naar verlangt, je vindt het misschien eng en we doen het voorzichtig, maar weet dat mijn armen er zijn om jou te troosten en te steunen.” Dat iemand eens te horen en zien zeggen en dan voelen: dit is echt, dit is gemeend.

Dat is wat ik ten diepste voel, een hunkering die al jaren verstopt zit onder een grote laag angst en onzekerheid. Dit is mijn antwoord op de vraag van mijn psycholoog, ‘hoe gaat het met je?’ Ik vind het moeilijk en emotioneel zwaar om overeind te blijven staan in deze turbulente tijd! 

Lees ook:

  • handen

    Ik ben opgegroeid zonder warmte, liefde, zonder knuffels of een aai over mijn bol. Fysieke aanrakingen vond ik altijd ongemakkelijk, dat kende ik niet. Ik wist me nooit een houding te geven. Altijd was er de angst dat ik zou…

Kijk voor tips om om te gaan met psychische klachten ook eens op psyche.tips

lees meer