Hoe ga je (als autist) om met voedselaversies?

Ik ben mijn hele leven een moeilijke eter geweest. Het was vaak een strijd aan de eettafel, hoewel mijn moeder echt met engelengeduld probeerde me toch te laten eten. Ik haalde de frutseltjes uit de spaghetti: geen paprika, geen ui, geen prei; uren was ik ermee bezig. Alles met champignons kon mijn moeder al helemaal vergeten. Ik weigerde broccoli, maar lustte wel bloemkool. De ene dag at ik wel bitterballen en de volgende dag opeens niet. Mandarijn oké, maar wel eerst een uur lang die vieze witte draadjes verwijderen. Er was de dag dat ik plots geen hagelslag meer lustte op brood. Toen wist ik nog niet dat ik autisme had en dat veel autistische mensen last hebben van dit soort klachten.

Voedselaversie is een intense afkeer van bepaald eten. Het is absoluut niet ‘ik heb er geen zin in’. In mijn geval is het ook bijna nooit ‘ik lust het gewoon niet’, want heel vaak heb ik hetgeen waar ik een aversie voor heb de week ervoor nog gegeten. Het is intenser dan dat: het idee dat ik een bepaald gerecht of ingrediënt moet eten maakt me onwijs misselijk, bang en paniekerig. Bij mij ontstaat een aversie meestal als ik erg overprikkeld ben. De gedachte aan bepaalde structuren en smaken maken me dan zo ellendig dat ik het niet kan eten. Soms zijn mijn aversies voorspelbaar. Een restje Indiase curry met kokosmelk wordt absoluut een drama op een overprikkelde dag. Ook pesto is dan niet te doen: de korrelige structuur, de kruidigheid ervan. Soms komt een aversie ook heel plotseling. Deze week lukte avocado me opeens niet meer. Ik heb denk ik vijf jaar met plezier avocado’s gegeten. Ik wil graag iets delen over hoe ik omga met mijn aversies, al zijn ze zeer persoonlijk. Misschien help ik er één persoon mee. Overigens ben ik al jaren vegetariër, dus ik kan weinig tot niets zeggen over aversies tegen vlees en vis. 

Alles is beter met aardappel 

Voor mij werd het leven een heel stuk makkelijker toen ik uitvond wat ik nodig heb als ik heel erg overprikkeld ben. Het was echt een kwestie van uitproberen, maar blijkbaar is het voor mij aardappel. Aan het begin kon ik op mijn slechte dagen alleen aardappel eten. Ik heb altijd een zak in huis en eet ze uit de oven, met de schil eraan en een beetje olijfolie en zout maar nooit met kruiden. Het is lekker koolhydraterig (zie ook volgende alinea), heel neutraal en ik kan goed tegen de structuur. Als aardappels snijden teveel voor me is, heb ik een voorgesneden pak in de vriezer. Tegenwoordig zijn aardappelen ook vaak een oplossing voor mijn oneetbare restjes. Curry te kruidig? Met aardappelen erin kan ik het wel eten. Italiaanse soep is veel eetbaarder met een paar stukjes aardappel erin. Toch zijn er nog steeds veel dagen waarop ik mijn vertrouwde ovenaardappels eet. Vind je holy grail. Het is even zoeken, maar het maakt alles makkelijker. Misschien zijn het ook voor jou aardappelen. 

Koolhydraat op koolhydraat 

Toen ik erachter kwam dat aardappelen me helpen als ik overprikkeld ben, ging ik nadenken: wat is het aan aardappelen dat het makkelijker voor me maakt? Deels het feit dat ze zo neutraal zijn, en deels het feit dat de structuur goed eetbaar is voor mij. Ik ging vragen stellen. Wat nou als ik aardappelen vervang door ander koolhydraatrijk voedsel? Die tactiek bleek te werken. Op mijn allerslechtste dagen, als ik toch geen zin heb in mijn vertrouwde aardappelen, eet ik meerdere koolhydraten op elkaar. Dat maakt het veel makkelijker voor mij. Ik eet bijvoorbeeld tortillas met tomatenrijst. Of ik eet Indiase aardappelcurry met rijst én naan, drie koolhydraten in één. Soms maak ik Italiaanse broodsalade (panzanella) en gooi ik daar nog pasta doorheen. Op drukke of verdrietige dagen plan ik koolhydraatrijk eten. Dagen waarop ik kruidenrijke maaltijden wil maken, houd ik wat leeg. Zo kan ik meer verschillende dingen eten zonder eraan onderdoor te gaan. 

Dit is voor mijn gevoel de truc: vind wat werkt voor jou, denk er hard over na, en maak er gebruik van. Als drie soorten koolhydraten in één gerecht het voor jou mogelijk maken om die avond wel te eten, eet het. Het is beter dan niets. Wees niet te streng, maar trots op wat wel lukt. Wees trots op hoe je jezelf begrijpt. Zie hoe het steeds iets beter gaat: van enkel aardappelen uit de oven naar een curry die eerder niet eetbaar was. 

Een paar extra opmerkingen 

Eetplanningen helpen, omdat ik me dan mentaal kan voorbereiden op wat ik ga eten die dag. En de lijstjes die ik voor mijn eetplanningen maak helpen me ook enorm in de supermarkt, aangezien boodschappen doen vaak ook een enorme uitdaging is. Als niks anders lukt, eet ik soms dingen van vroeger: Unox tomatensoep (ik vis de balletjes eruit – je moet wat), een wit bolletje met boter, een beschuitje met hagelslag. En een goede tip die kreeg van andere autistische mensen: als echt fruit lastig is door te veel wisseling in structuur of een te heftige smaak dan kunnen fruithapjes (ja die voor baby’s) een oplossing bieden omdat ze erg consistent zijn. 

Hoe niet?

Het is niet makkelijk om je weg te vinden qua eten, ik weet er alles van. Ik heb zo vaak uren in de keuken gestaan (ik hou van koken!) om vervolgen mijn eten niet te kunnen eten omdat ik aversies kreeg van de inspanning van het koken. En als ouder moet het intens frustrerend zijn om een kind te hebben dat zo moeilijk eet. Toch wil ik graag nogmaals melden dat autistische kinderen dwingen om bepaalde structuren te eten (zoals in sommige therapieën wordt gedaan) niet de oplossing is, tenzij de gezondheid van een kind echt in het geding is. Soms lukt het gewoon niet. Soms is de enige oplossing een aardappel uit de oven en weet je, soms werkt dat niet eens. Dan slik ik een vitaminepil en hoop ik op een betere dag. Het is wat het is. 

Lees ook:

  • meisje met bloemetjes

    Ik weet alweer zes jaar dat ik autisme heb. Ik ging samen met mijn ouders op gesprek omdat ik moeite had met samenwerken. Vanaf dat moment voelde ik me een mislukt stukje afval. Ik voelde me het meisje dat niet…