Hoe en waarom?

Ik ben gaan bloggen. Of het voor de lezers aantrekkelijk is weet ik niet. Ik heb er totaal geen ervaring mee, maar ik wilde de sores over mijn diagnoses delen en deze website voelt daarom voor mij als een warm bad. Hier wil ik graag een bijdrage aan leveren. Het geeft me een gevoel dat ik herken vanuit deeltijdtherapie. Delen helpt.

Vaak kan ik ook wel vrij goed delen en ben ik open. Over ADD delen was geen probleem. Maar die borderline, waarom is die nou toch zo lastig? Normaal flap ik er toch ook maar altijd uit wat me dwars zit? Ik vindt dat ik het bespreekbaar moet kunnen maken. Dat ik mee moet voelen met iedereen die ermee te kampen heeft. Vooral met degenen die het label onder ogen zien en ermee aan de slag gaan, zoals ik dat zelf ook doe. Ik wil dat het er mag zijn. Niet dat ik mezelf daar altijd de tijd voor heb gegund. Maar goed, nu doe ik het anders en probeer ik het te doseren. Eerst familie en vrienden, daarna openbaar onder een pseudoniem en later zien we wel weer verder. Dan zie ik wel weer waar ik vervolgens aan toe ben.

Ik blijf een grote hindernis zien, want als het er voor mij mag zijn, is het er voor mijn kinderen ook. En natuurlijk is het er sowieso voor ze. Ze hebben onvoorspelbare ouders. Een papa binnen het autistisch spectrum en mama met ADD en een persoonlijkheidsstoornis. Daar zouden we over moeten kunnen praten als ze er aan toe zijn. Wanneer is dat? De oudste is zes. Hij begrijpt al zo veel en het leven is al zo ingewikkeld. Hij weet dat het niet zijn schuld is als één van ons raar reageert. Dat vertellen we hem wel, in de hoop dat het verschil maakt. Maar wanneer komt het punt dat we hem gaan uitleggen op welke manier wij anders zijn dan anderen? En dat zowel hij als wij, tegelijkertijd óók heel normaal zijn? Dat we ons best doen in het leven en dat we daar misschien wat harder voor moeten werken dan gemiddeld, maar dat dat hem niet “raar” maakt?

En straks zijn zusje. Drie jaar is ze. Ze lijkt zo dapper, maar ik zie haar alles opzuigen als een spons. Alles naar zich toe trekken en het haar eigen maken. Of zie ik mezelf? Projecteer ik te veel van mezelf op onze kinderen? Ik maak mezelf een beetje gek met die gedachten, maar ik wil het zo graag goed doen! En ik weet hoe snel het mis kan gaan. Hoe moeilijk het is. Ik weet hoe mijn ouders hun best hebben gedaan en ik voel me bijna schuldig over hoe ik terecht ben gekomen. Maar ook dat mag ik niet van mezelf, want dan doe ik mijn interne kleine meisje tekort.

Ik heb zoveel moeite te geloven dat ik dit rommelige leven leid. En aan de andere kant denk ik, er gaat eigenlijk ook een heleboel wél goed (en het is heel wat dat ik dit benoem). Ik heb domme dingen gedaan, maar nu heb ik een redelijk normaal gezinsleven, op het vermogen om te werken en mijn huishouden zelfstandig onderhouden (zonder een stok achter de deur) na. Ik mag niet klagen.

Is het dan echt allemaal te wijten aan dat ene trauma? Als de hond toentertijd niet geprobeerd had mijn gezicht er af te scheuren, zou ik dan “normaal” zijn, voor zover “normaal” bestaat?  Natuurlijk zijn er daarnaast nog bijkomende factoren. Erfelijke aanleg bijvoorbeeld, gevoeligheid. Of stop ik nu weer van alles weg? Uiteraard heeft het een diepe impact gehad, een onbegrepen PTSS. Dieren waren alles voor mij, mijn kracht, waarin ik blind vertrouwen kon. Dat klopte na het trauma allemaal niet meer. Ze bleken gevaarlijk. Ze triggerden paniek terwijl ik van binnenuit wel wist dat het echt niet altijd gevaarlijk was. Dat waren ze daarvóór nog nooit geweest. Eerder puur en veilig. Ik groeide op op een boerderij, waar er overal dieren waren. En hoe veel ik ook naar hen verlangde, negeerde ik ze. Zelfs onze eigen hond, want honden waren onvoorspelbaar. Ze rukten je gezicht er af. Of ik die van hen?

De hond die mij gebeten had kreeg een spuitje. Zonder mij was dat niet gebeurd. In mijn dromen verscheurde ik konijntjes en katten. Dat stopte ik weg, dat mocht niemand weten. Waarschijnlijk had ik er ook geen woorden voor. Vier jaar oud en dromen in horror, dat rijmt natuurlijk niet met elkaar. Later vond ik horrorfilms ontzettend interessant. Waarschijnlijk omdat ik me er minder bizar door voelde. Ik heb tot twee jaar geleden bijna altijd in horror gedroomd. Dat is opgehouden nadat ik bij deeltijdtherapie voor het eerst kwaad werd op de hond van vroeger.

Maar goed, ik dwaal af. Ik ben onder andere gaan bloggen om dit soort gedachten een plek te geven. Zonder ze op te sluiten in een dagboek, waar ze nooit meer gelezen zullen worden en niemand er iets aan heeft. Ik zal proberen mijn volgende verhaal bij één thema te houden. Of niet, want dit past toch ook wel heel erg bij mij en mijn labels.

8 Comments

  1. Hoi, blijf vooral nliggen. Ik lees ze met plezier, we hebben dezelfde diagnoses en ik ben ook mama. Ik zie mij, in de opvoeding nog jiet echt als ‘anders’ omdat ik juist zo gefoccused ben op hrt ‘anders’ te doen dan hoe het bij mij ging. Het Is superconfrontetend, een kind. Liefs!

    1. Dat is een hele goede vraag. Ik heb er zo geen antwoord op, maar ik weet dat als ik begin te schrijven zich vaak vanzelf het antwoord vormt. Dus dat doe ik maar.
      Ptss zijn flitsen van de vacht, geur van bloed die me onwel maakt, bizarre nachtmerries, de spanning als ik een chow chow zie lopen en nog veel meer triggers die ik nog lang niet allemaal ken. Afstand nemen van mezelf. Borderline en vermijdend is voor mijn gevoel een gevolg van een oncontroleerbare mate van angst. Borderline was als jong volwassene voor mij intens en snel beleven en geen controle hebben over de reactie daarop. Nu heb ik die controle wel, maar voel ik een leegte. Alsof ik niet echt mezelf mag zijn. Alsof het niet klopt als ik mezelf ben. Alsof ik toneel speel als ik pure emoties ervaar… moeilijk uit te leggen.

  2. je had ook gereageerd op https://dsmmeisjes.nl/het-stiller-worden/

    En misschien gaat die blog voor mij over de vraag die ik stelde mbt het ‘verschil’ tussen je ervaring van ptss en borderline/vermijding. Herinneringen kunnen zoveel oproepen dat ik denk ook complexe ptss te hebben. Ik weet inmiddels dat deze persoonlijkheidsstoornissen en (complexe)ptss erg op elkaar kunnen lijken. of ergens las ik zelfs dat iemand met borderline eigenlijk ook altijd (complexe)ptss heeft, ofwel dat het eraan ten grondslag kan liggen.

    Maargoed, ik moet me niet blindstaren op labeltjes en dit ook met mijn therapeut bespreken. misschien wil ik gewoon een soort dubbele bevestiging dat het ‘traumatisch’ was, zodat ik mij niet aanstel.

    Ik denk dat het voor mijzelf misschien ook samenhangt met het zelfoordeel wat ik erover zou kunnen vellen. Borderline/vermijding zou ik namelijk aan mijzelf, karakter en persoonlijkheid toeschrijven. ptss is iets wat veel meer buiten mezelf geplaatst kan worden, een soort erkenning van ‘het was ook heel onveilig’ in plaats van ‘ik ben er gewoon gestoord mee omgegaan’….
    Ik lijk een soort waardeoordeel te plakken op ‘dat wat ik meegemaakt heb’ en dat dat ‘eigenlijk zo erg toch niet was?’

    dus vandaar de vraag. ik zal t laten weten als ik het mijn therapeut heb durven vragen. (hij is helemaal niet van de labeltjes- ik vraag daar soms naar om beter te kunnen communiceren)

    1. Haha, de meeste therapeuten zijn volgens mij niet van de labels. En dat is ook goed, ze hebben met mensen te maken en niet met hokjes. Maar voor mij persoonlijk helpt het me wel dingen te plaatsen. En idd… dat het er mag zijn, een soort erkenning voor je problematiek.
      De triggers die ik noem bij ptss heb ik altijd ontkend of effectief weggestopt. Het enige wat ik altijd bewust heb gehad is de angst die ik voelde als ik een Chow chow tegen kwam. Hoewel ik het toen nooit als angst betiteld zou hebben, maar afschuw. Ik besef eigelijk sinds kort pas dat ik niet nooit bang was, maar altijd. Vanaf de hondenbeet tot dat ik een jaar of 9 was heb ik paniekaanvallen bij dieren gehad. In de loop der jaren heb ik mezelf waarschijnlijk geleerd de paniek te verstoppen. Vanaf mijn 9e begon ik veel hoofdpijn te krijgen, na vele onderzoeken was de conclusie dat het een voorbode was van migraine. 2 jaar terug kwam ik uiteindelijk zelf tot de conclusie dat het een vervanging was van de paniek.
      Ik heb ook veel moeite gehad het gebeuren als trauma te erkennen. Pas toen mijn zoon de leeftijd kreeg die ik toen had, begon ik te beseffen wat voor afschuwelijks ik mee had gemaakt en dat hoe kwetsbaar ik toen was. Vervolgens kwam alles beetje bij beetje naar boven borrelen en dat is nog steeds gaande.

  3. Oei, ja, die spiegel in je kind Is confronterend. Ik heb afgelopen jaar ook veel angsten gehad via mijn zoontje. Dat was meer over emoties en stoeien enzo. Ik krijg steeds meer n beeld van mijn eerste 5 levensjaren. Daar hoorde ook een hond bij trouwens. Toen ik laatst een hele specifieke brul hoorde in het park schrok ik enorm. Het bleek een hazewindhond, zoals wij vroeger hadden. T blijft vreemd om soms zo ineens teruggeworpen te worden in de tijd. Ik moet vooral zelf gaan erkennen dat ik de dingen heb ervaren zoals ik ze gevoeld heb. Nu denk ik nog steeds dat dingen niet waar zijn. Wat weer vermijding Is I guess. t is zelfs de reden dat ik geen tweede kind durf te krijgen. Nou stap voor stap. Ik ga de vriendschapsverzoekknop weer ns opzoeken. Liefs!!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.