Hoe kan ik boos zijn op mijn ouders?

“Schrijf een brief aan je ouders, maar verstuur deze dan niet,” zegt mijn psychiater. Ik weet dat dit een methode is die vaak goed werkt. Maar toch hik ik er tegenaan. Als ik mijn woede kanaliseer in een brief, betekent het dat ik mijn boosheid daadwerkelijk adresseer. Eigenlijk zeg ik, min of meer: “Door jullie voel ik mij nu zo kut. Het is jullie schuld.” En dat vind ik ontzettend moeilijk. Want ik wil niemand de schuld geven. Ik wil alleen zelf verantwoordelijk zijn.

De schuldvraag is misschien niet relevant. Schuld impliceert ook dat iemand je expres leed heeft berokkend. Terwijl dit maar zelden het geval is. Ik geloof niet dat er veel mensen zijn die bewust een ander pijn willen doen. Maar het feit is wel dat ik pijn voel. En angst en woede. En dat in elke therapiesessie de bron hiervan bij mijn ouders blijkt te liggen. Dus zou ik hen schuld kunnen toedichten. Bij wijze van spreken met een stempel van de therapeut erachter. Gelegaliseerde schuld.

Als ik erover nadenk heb ik inderdaad het recht. Er zijn genoeg gebeurtenissen, die ik hier niet nader zal toelichten, waarvan je mond zou openvallen. Iedereen zegt: “Je hebt er alle reden toe, word nou in godsnaam gewoon eens boos!” Maar toch vind ik dat zo ingewikkeld. Ik zie dan hun gezichten voor me. Hun leuke kanten, de humor die er was, de kwetsbaarheden. Ik zie twee mensen van wie ik zielsveel houd. Die me ook getroost hebben toen ik bang was in de nacht of van de trap viel. Hoe kan ik boos worden op deze twee mensen, van wie ik de menselijkheid zo goed peilen kan?

En toch is het nodig. De boosheid, de angst, het is er wel. Het uit zich niet in slaande deuren en gevloek, maar verstopt zich diep in mij. Daar gist het, net zo lang tot ik me helemaal leeg voel of juist gevuld met zwaarte. Alles is overdekt met een laagje onverwerkte, ongevoelde emotie. Het maakt dat ik spaak loop. Niet verder kan. Emotie verdwijnt niet zomaar. Het gaat stapelen, opkroppen, dwarsliggen.

Soms knalt het er wel eens uit, maar altijd bij de verkeerde mensen. Andere lieve mensen die toevallig te dichtbij komen. Mijn ‘nabijheidsalarm’ gaat af. Het maakt me uitermate alert. Ik zoek net zo lang naar haarscheurtjes tot ik ze gevonden heb en kan zeggen: “Zie je wel, jij bent onveilig!” Ik trek me dan terug in mezelf, of gedraag me zo onaangenaam mogelijk in de hoop dat de ander denkt “Ik ga zelf wel weg”. Vervolgens ben ik weer alleen, wat niet leuk is, maar wel veilig. Mensen die dichtbij komen doen pijn. Het lijkt wel een ongeschreven wet.

Ik weet dat het helen van dit mechanisme júist ligt in het contact. Op deze manier saboteer ik dus mijn eigen genezingsproces. Als ik mensen niet dichtbij laat, zal ik nooit leren hoe ik op een gezonde manier contact kan hebben. Door me af te sluiten of weg te duwen houd ik in zekere zin ‘de stoornis’ zelf in stand. En dat is zo ontzettend frustrerend. Want ik wil, net als ieder ander, niets liever dan geliefd zijn en me veilig voelen. Ik heb dat nodig om me gelukkig te voelen, om te overleven. Tegelijkertijd is er niks gevaarlijker dan dat. Het maakt dat ik me letterlijk koortsig en misselijk voel als iemand erg lief is voor me, of andersom. Ik heb geleerd dat mensen kunnen omslaan als een blad aan een boom. Het ene moment enorm lief, het andere moment levensgevaarlijk. Onvoorspelbaar. Niet te vertrouwen.

En dan kom ik toch weer terug bij mijn ouders. Want zíj waren zo. Ik was een klein meisje en dit was de manier van intiem contact waar ik aan leerde wennen en waar ik de basis voor al mijn latere pogingen tot vriendschap en liefde zou leggen. Hier is fundamenteel iets fout gaan. Of dit nou opzettelijk is gebeurd of niet: Het heeft mij onherroepelijk beschadigd. Het maakt me tot op de dag van vandaag kwetsbaar en het zadelt me op met moeilijkheden. Dingen waar ik mee probeer te dealen, want ik ben geen wegloper. Maar toch.

En nu even heel eerlijk: Het maakt me ontzettend kwaad en verdrietig en angstig dat misschien wel het mooiste in het leven, de liefde, omringd is geraakt met zoveel valkuilen en bermbommen. Dat liefhebben zoveel zeer doet. Om wat ik leerde, om wat ik zag en meemaakte en zich opsloeg in mijn zich ontwikkelende brein. Om wat bijna niet meer uit te gummen lijkt uit die hersenen.

Ik ben verantwoordelijk voor mijn leven. Ik zal mij verantwoordelijk gedragen voor de dingen die op mijn pad komen. Maar papa en mama, ik ben boos op jullie, of dat nou rechtvaardig is of niet. Ik ben boos en verdrietig omdat ik nog elke dag struikel over de stenen die jullie onbewust op mijn pad hebben gelegd.

En om het feit dat ik me zo verschrikkelijk schuldig voel. Mezelf zo haat door mijn onvrede richting jullie. Ik ben jullie kind en ik voel zo onvoorwaardelijk veel liefde. Hoe kan ik dat rijmen met de verstikkende teleurstelling, woede, verdriet, angst die ik ook voel?

Lees ook:

  • shower shower head water drop of water 161502

    Ik ben boos op de wereld, bang, eenzaam, verdrietig, boos op mezelf en dat allemaal tegelijk en dwars door elkaar. Ik wil huilen, schoppen, slaan, dingen tegen de muur gooien, het uitschreeuwen, in iemands armen kruipen en getroost worden maar…

Meer informatie over borderline

E-book over borderline:

borderline mini header

In deze dsmmini komen mensen met borderline, naasten en hulpverleners aan het woord. Hoe zien en ervaren zij borderline persoonlijkheidsstoornis?
Je leest het in de ervaringsverhalen, interviews, artikelen, quotes en Q&A’s.
Voor iedereen die, op wat voor manier dan ook, te maken heeft met borderline en op zoek is naar herkenning of nieuwe inzichten.

Dit e-book is een PDF, je kunt hem lezen op je computer of telefoon zonder e-reader!

Kijk voor tips om om te gaan met psychische klachten ook eens op psyche.tips

lees meer