“Het spijt me”

Met mijn ogen tot spleetjes geknepen kijk ik naar de toekomst. Ik kijk of ik jou daar zie. Of we samen zullen zijn en of ik me dan veilig zal voelen. Of je misschien iets zegt dat me raakt op een goede manier. Op zo’n manier dat ik verder kan, met jou in mijn leven in plaats van aan de zijlijn.

Ik denk vaak aan je. Als ik iets hoor wat jij ook mooi zou vinden. Als ik iets lees wat ik met je had willen bespreken. Ik kijk naar mijn kale vloer, weet zeker dat jij er laminaat had willen leggen. Iets heel praktisch, iets heel stoms dat ik niet kan, maar jij met liefde gedaan zou hebben. Praktische liefde, daar ben je goed in.

Ik probeer ook lief te hebben. Niet alleen praktisch, al is dat iets wat ook ik erg goed kan. Ik kom met vitaminepillen als je ziek bent, zalf als je eczeem hebt, je favoriete thee voor je zere keel. Ik speur de winkel voor je af op zoek naar het beste middel om je pijn te verlichten. Ben je op zoek naar een oplossing voor een probleem, dan verzin ik die graag. Als je het even niet meer weet, voorzie ik graag van advies.

Maar ik probeer ook lief te hebben op een bredere manier. Iemand echt te zien, echt trots te zijn, goed te luisteren. Niet alles wat belangrijk is wordt gezegd. Soms moet je door de woorden heen durven luisteren, subtiele signalen oppikken. Ik probeer me erin te bekwamen. Ik probeer een goede vriendin te zijn, iemand op wie je zo af en toe kunt leunen. Iemand bij wie je je veilig kunt voelen.

Alleen vind ik dat zo moeilijk. Ik probeer te geven, maar weet soms niet hoe. Ik probeer te putten uit ervaring, uit dingen die ik zelf ontving. Maar zie steeds meer dat dat mandje in mijn hoofd, waarin ik onvoorwaardelijke liefde en trots had willen bewaren, schrikbarend leeg is. Hoe kan ik iets geven, wat ik zelf nooit kreeg?

Ik weet niet goed hoe het werkt, liefhebben of liefgehad worden. Ik probeer de kunst af te kijken bij anderen. Lees boeken, voer gesprekken, luister, kijk, vraag. Ik analyseer, ik probeer intuïtief aan te voelen. Net zoals ik leerde van anderen dat je mensen soms aan moet spreken met U. Of dat je met mes en vork moet eten en dat je dan het mes rechts houdt en de vork links. Dingen die me thuis niet verteld werden, maar ik mezelf leerde door anderen na te doen.

Soms sla ik de plank volledig mis. Dan voelt mijn geliefde zich eenzaam, ondanks mij aan de zijde. Dan ben ik niet in staat voldoende ruimte te bieden, de juiste dingen te zeggen, of gewoon eens even mijn mond te houden. Dan haat ik mezelf en voel ik me schuldig. Dan kruipt de walging over mezelf door mijn aderen en gun ik mij niets meer dan een eenzaam leven onder een brug. Ik voel me dan totaal ongeschikt voor de liefde.

Maar ineens was daar ook erbarmen naar mezelf. Want ik dacht: Hoe kan ik verwachten dat ik ineens kan fietsen zonder dat iemand me het leerde? Hoe kan ik schrijven zonder weet van het alfabet? Hoe kan ik leren lopen zonder dat iemand mijn hand vasthield? Hetzelfde geldt voor onvoorwaardelijk liefhebben. Voor een relatie aangaan, voor er voor iemand kunnen zijn, voor trots voelen en uiten, voor het mogen ervaren van emoties. Als niemand het me ooit voor heeft gedaan, hoe kan ik dan weten hoe het moet?

Ik probeer het te leren. Al kijkende, al ervarende, al doende. Maar soms val ik van de fiets, schrijf ik woorden verkeerd, val ik om. Blijkt mijn liefde nog niet onvoorwaardelijk genoeg. En dat spijt me. Dan voel ik spijt dat ik tekort schiet, dat ik niet kan geven wat iemand nodig heeft. Maar dan kom ik ook bij plaatsvervangende spijt, met terugwerkende kracht. Spijt voor mezelf. Spijt omdat jij mij niet kon geven wat ík nodig had. Spijt omdat je me zo weinig fundament hebt geboden om stevig op te kunnen staan.

Al doende leert men, zo ook ik. Ik zie mijzelf niet als een hopeloos persoon. Ik faal, ik doe dingen verkeerd, ben soms onhandig. Maar ik ben niet statisch. Ik kijk in spiegels die me worden geboden, trek dan dat gedeelte van het boetekleed aan dat me past. Bied mijn excuses aan, leer, ga weer door. Verlies mijn eigenwaarde ondertussen niet, want niks is volledig mijn fout. Ook dat is iets wat ik geleerd heb onderweg. Ik leerde het misschien niet van jou, maar ik leer wel. Het is daar nooit te laat voor.

Als ik jou ooit weer ontmoet, dan zul je zien dat ik niet stil heb gestaan. Dat ik me, ook zonder jou, ontwikkeld heb. Ik heb jou daarvoor niet nodig. Je hoeft me niet te redden, want dat heb ik zelf al gedaan. Als ik zo staar in de toekomst, dan hoop ik dus ook niet dat je het verleden goed maakt. Dat je inhaalt wat je tekortschoot. Dat vraag ik niet van je. Ik hoop alleen maar op die woorden die ik nu zelf steeds vaker leer te zeggen. De woorden die een verbinding kunnen herstellen, gesloten beschermingsmechanismes weer kunnen ontketenen:

“Het spijt me, ik ben trots op je en ik hou van je.”

Ik mis je zo. Maar kan nog geen opening in mezelf vinden om je weer binnen te laten. Maar met deze woorden zou je me daar zo mee helpen. Dan kunnen we misschien, ondanks alles, gewoon weer samen zijn. Het is nog niet te laat. Het is nooit te laat om elkaar weer terug te vinden.

5 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.