Het leven ná psychische klachten

Mijn naam is June en ik wil graag schrijven over het leven ná psychische klachten. Al twijfel ik wel eens of er wel een duidelijk ‘tijdens’ en ‘na’ is. Ik heb zelf in ieder geval niet ervaren dat er een duidelijk onderscheid is tussen die twee. Iets met grijstinten. Op een dag besef je dat je jezelf niet meer ziet als ‘psychisch ziek’. 

Is alles dan koek en ei? Ook niet. Zijn alle symptomen van je stoornis weg? Ook niet. Het voelt alleen minder overweldigend, minder uit proportie, meer als gevoelens die van mij zijn. Er is schijnbaar een dunne lijn tussen iets zien als symptomen van een stoornis of gewoon je eigen gevoel. Het was denk ik al die tijd wel mijn gevoel, maar dan gewoon extreem uitvergroot. Misschien is dat wat psychisch ziek zijn voor mij was. 

Al moet ik zeggen dat er ook symptomen echt volledig verdwenen zijn. Ik had bijvoorbeeld behoorlijke borderlinetrekken. Het kon bij vlagen echt zwart voor mijn ogen worden. Zo’n bui waarin je gevoel het volledig van je overneemt. Waarin er alleen maar pijn is en blinde paniek. Waarin je bijna dierlijk instinctief reageert. Vaak om iets heel kleins. Mijn geliefde die een verkeerde beweging maakte of verdrietig was. Door mij, dacht ik dan altijd en dat kon dan zo’n slippery slope zijn richting ‘ik wil dood’. Mensen met borderline(-trekken) begrijpen vast wat ik bedoel. 

Ik weet dus nog hoe het voelde en ik weet ook nog wat de triggers waren, maar het hele heftige, extreme gevoel blijft nu uit. Ik voel vaag iets prikken en het voelt semi-ongemakkelijk en er is gek genoeg ook nog iets in mij dat weet dat ik hier vroeger over uit mijn plaat zou zijn gegaan, maar het gebeurt gewoon niet meer. 

Misschien is dat wel een duidelijk voorbeeld van dat extreem vage ‘mentaliseren’, waarvan ze zeggen dat mensen met borderline het niet zo goed kunnen. Mentaliseren zou ik eigenlijk omschrijven als het kunnen lezen en begrijpen van de ondertiteling van het gedrag van de ander en van jezelf. Ik kan ineens weer zien dat het heus niet aan mij ligt dat mijn geliefde chagrijnig is maar aan stress die helemaal niet van mij afkomstig is. Dat het niet aan mij is om het op te lossen en dat ik ook niet dood hoef als ik mijn geliefde niet altijd 100% tevreden kan stemmen. Het klinkt zo simpel, maar dit leren was echt hogere wiskunde voor mij. Als je die ondertiteling niet hebt, die je gevoelens als het ware sust of verklaart… Dat is nogal wat, kan ik je vertellen.

Er is dus een rustige, beschouwend deel in mijn hoofd bijgekomen dat alles wat ik meemaak voorziet van realistische context, waardoor ik minder snel overstuur raak door van alles. In therapie leer je die stem eigenlijk faciliteren. Dat kost in het begin zo ontzettend veel moeite en het voelt ook heel tegennatuurlijk, maar het grappige is dat ik er nu niet echt actief moeite meer voor hoef te doen. Hij is er gewoon.

Als ik zo even teruglees wat ik al opgeschreven heb, klinkt het zo gezond… Bijna jaloersmakend misschien, ik weet het niet. Ik was vast jaloers geweest op deze toekomstige zelf toen ik nog vol in de shit zat. Toch weet ik nog heel goed waar ik vandaan kwam, al moet ik mezelf daar soms wel actief aan herinneren. Wat ik soms expres doe, omdat ik voor mezelf niet wil bagatelliseren wat ik heb meegemaakt. En ook om te beseffen dat het niet vanzelfsprekend is dat ik me zo voel als nu. 

Ik ga er ook niet vanuit dat het altijd zo blijft. Ik heb vaker gedacht ‘yes, ik ben beter… en doorrr’ maar dat denk je altijd vlak voor je weer op je snufferd gaat, heb ik gemerkt. Ik probeer blij te zijn met de mentale staat van zijn die ik nu heb bereikt, maar dus ook bezig te blijven met waar ik vandaan kom en dat er ook momenten zijn dat je weer een heel venijnige tik krijgt van iets wat je toch nog niet goed ‘opgelost’ had of iets wat toch weer even de kop opsteekt. 

Het blijft opletten geblazen, dat merk ik wel. Ik heb die stoornissen – of de uitvergroting van mijn gedachten en gevoelens – enigszins kunnen beteugelen, maar ik weet hoe het kán zijn en dat dat terug kan komen. Gek genoeg ben ik daar niet echt bang voor, omdat ik ook wéét dat ik veel heb geleerd in de afgelopen jaren. Die kennis gaat nooit meer weg. 

Ik merk soms in mezelf de neiging om me te willen distantiëren van het psychisch ziek zijn. Het is ook zo pijnlijk om je zo slecht te voelen, waardoor ik die hele hele hele nare periode wil afsluiten en eigenlijk ook meteen dat hele onderwerp uit mijn gedachten wil bannen. Ik probeer het toch te blijven zien voor het was en soms nog is: een ontzagwekkend grote, heftige ervaring. Die ik soms gek genoeg ook een beetje wil koesteren. Eigenlijk uit respect voor mezelf. Ik ben daar namelijk helemaal doorheen gegaan. Ik verdien het ook om die periode te verwerken en om het niet kleiner te maken dan het was. Het was heel groot. En ik wil het niet kleiner maken dan het is.

Ook niet voor de mensen die er nog midden in zitten.Want wat jullie meemaken is ontzagwekkend groot, ik weet het. Ik, en eigenlijk niemand, mag dat minimaliseren omdat we het niet (meer) voelen. Ik weet nog hoe het was en heb mega respect voor elke dag, elk uur en elke seconde waarin je ermee leeft en waarin je misschien wel heel diep in jezelf duikt om te leren begrijpen hoe je eruit komt. Ik weet dat het einde soms niet in zicht lijkt, maar gun jezelf het voordeel van de twijfel. Wie weet kom je eruit. Dat kan echt lukken, ook met zware problematiek! Het klinkt raar om over jezelf te zeggen, maar ik ben daar een voorbeeld van.

Heb je na het lezen van deze blog een vraag voor June? Laat ‘m achter in de comments hieronder. Vrijdag komt er een Q&A met June online op Facebook & Instagram.

Lees ook:

  • meisje op boomstam

    Ik heb last van een ernstig recidiverende depressieve stoornis die voortkomt vanuit onderliggende persoonlijkheidsproblematiek. Dat wil zeggen dat ik veel depressieve episodes heb gehad, die ook regelmatig weer terugkeerden. Bij mij staan de depressies niet op zichzelf, ze komen voort…