Het gaat voorbij

Ik word wakker. Benauwd, zwetend, trillend en bang. “Het is niet goed” is het eerste wat ik denk. De beelden uit mijn nachtmerrie duwen me verder het verleden in. Ik probeer orde te krijgen in de draaikolk in mijn hoofd. De juiste, helpende gedachten te zien en ze vast te pakken, maar het wil niet. Ik word meegesleurd en voel hoe ‘toen’ weer even ‘nu’ wordt. Hoe ik opgeslokt word door de beelden en het gevoel van het verleden. Daarna verandert het trillen en de angst voor even in een verdoofd gevoel. In een stilte die me benauwt. En voor even drijf ik weg in het onaangename gevoel van die stilte.

Kijken, voelen, horen, waarnemen en erbij blijven. Maar hoe? Hoe blijf je bij iets wat je kapot maakt? Hoe blijf je bij iets, waarvan je alleen nog weg wil? Ademhalen, kijken. De stilte wordt steeds groter en uiteindelijk wordt het zó groot dat de ruimte kleiner word. En dan is het er weer, die angst. Zo ga ik heen en weer. Ik kan alleen maar proberen terug te komen naar het heden en hopen dat het overgaat. Kijken. De wekker zegt dat het inmiddels vier uur ‘s nachts is. “Het gaat voorbij.” Dat is mijn mantra. Ik ben zo moe. Ik zet een luisterboek aan. Ik luister naar de klanken van de voorleesstem, maar hoor niet wat er wordt gezegd.

Uiteindelijk val ik weer in slaap, maar wanneer ik wakker word, komt alles van die nacht als een boemerang weer terug. Ik weet niet hoe ik me staande moet houden als dit te lang duurt. “Het gaat voorbij, het wordt beter.” Gedurende de dag probeer ik grip te krijgen op de dag, op het heden. Maar steeds weer lijkt het weg te glippen. Mijn therapeute zegt dat ik naar buiten moet. Even wandelen.
“Het gaat voorbij. Kijken, luisteren en voelen. Wind door mijn haren, mijn voeten op de grond. Terug naar het nu…” Waarom is voelen zo vreselijk moeilijk? Alles in mij wil niet meer voelen, even niet meer zijn. Gewoon omdat het even te veel pijn doet.

In de loop van de dag lukt het me om steeds meer stukjes nu vast te pakken, en me voor even daaraan vast te houden. Het lukt me om tegen mezelf te zeggen dat het wel weer goed komt. Dat ik niet fysiek kapot hoef om de mentale pijn te compenseren of te overtreffen, al voelt het alsof er binnen in mij iemand andere dingen schreeuwt. “Het gaat voorbij”, vertel ik ook maar aan haar, want ik wil mezelf zó graag heel houden. Ik wil hier zó graag uitkomen met een iets kleinere kater dan vroeger. De dag gaat voorbij. Ik houd me vast aan dat het morgen misschien weer anders is.

Terwijl ik dit schrijf, is het de volgende dag. En ja, ik kan zeggen dat het weer iets beter gaat, dat het weer dragelijk is. En dat ik (zoals wel vaker) een kater heb zonder alcohol gebruikt te hebben, omdat het hele gebeuren me heeft ontregeld en heeft uitgeput. Maar ik ben ook opgelucht dat ik mezelf heel heb gehouden en het dus inderdaad, voor nu, weer even voorbij is.

Lees ook:

  • meisje dat slaapt

    Nare dromen komen bijna elke nacht. Als ik geluk heb, laat mijn onderbewustzijn me slapen zonder wakker te worden. Maar meestal heb ik na een nachtmerrie een duidelijke herinnering van wat ik gedroomd heb. En vandaag was het een bijzonder…

Kijk voor tips om om te gaan met psychische klachten ook eens op psyche.tips

lees meer