Het beste meisje van de klas

‘Dus misschien moet ik maar toegeven dat het niet zo goed gaat nu,’ besloot ik, na een korte monoloog van al mijn zorgen tegen mijn therapeut, en begon prompt te huilen. Ze is nieuw, mijn therapeut, of in ieder geval nieuw voor mij, dus ik moet nog een beetje aan haar wennen. Dit was de eerste keer dat ik mezelf toestond te huilen bij haar. Terwijl ik me een weg door haar tissuedoos heen snotterde, krabbelde ze iets op haar schrijfblok. ‘Waarom raakt dat je zo?’ vroeg ze.

Het is een cliché, dat mensen met een eetstoornis een obsessie hebben met perfectie, en het is echt niet bij alle mensen met een eetstoornis zo. Maar bij mij wel. Ik wil graag perfect zijn, of in ieder geval zo perfect mogelijk. Dat perfectie niet bestaat of in ieder geval sterk subjectief is (wat voor mij perfect is, hoeft dat voor jou niet te zijn), is me al een paar jaar duidelijk. Maar dat betekent niet dat ik minder wil geven dan 160%. Of ja, willen, het is allang geen kwestie van willen meer. Ik móet die 160% geven. Gewoon 100% is niet goed genoeg.

Ik schreef al ooit dat het vroeger met mij altijd goed ging. Als ik echt op mijn tandvlees liep, dan vulde ik dat aan met ‘druk’. Inmiddels ben ik weer op dat punt aangekomen, vrees ik. Met mij gaat het altijd goed en als ik echt op mijn tandvlees loop (zoals nu), dan zeg ik meestal ‘wisselend’. En dan breng ik het gesprek gauw weer op die ander. Laten we het in godsnaam niet over mij hebben. Ik wil over jou praten, zodat ik even niet aan mezelf hoef te denken.

Als ik een schrijffout maak op een velletje aantekeningen, pak ik een nieuw velletje en begin weer bij het begin. Liever extra werk dan iets door te moeten krassen. Dat maakt mijn fout zo zichtbaar en ik wil het liefst alles foutloos doen. Dit is natuurlijk onmogelijk, aangezien ik geen superwoman ben. Dus mijn fouten camoufleer ik zo goed mogelijk. Als een ander ze niet ziet, dan bestaan ze maar half. Maar ik zie ze altijd. En ik ben mijn eigen strengste criticus.

Ik wil het beste meisje van de klas zijn. Ik wil dat alles wat ik doe, lukt en van een niveau is dat je doet duizelen. Ik wil dat mijn docenten over mij zeggen ‘Die Marloes, die komt er wel.’ Ik wil dat mijn ouders zich geen zorgen over mij hoeven te maken, dat ze tegen hun vrienden zeggen ‘Ons Marloes die redt zichzelf prima en ze doet het zo goed met d’r studie enzo.’ Ik wil dat mijn therapeut me haar allerbeste cliënt vindt, dat ze nog nooit zó’n hardwerkende sterke persoon voor zich heeft gehad. Dat alles wat ik bij haar doe meteen lukt en vlekkeloos gaat. De meest perfecte cliënt aller tijden.

En daar gaat het mis. Ik zit niet bij mijn therapeut om goede sier te maken. Ik zit bij haar om aan mijn eetstoornis te werken. We zijn bezig met het opbouwen van mijn eetpatroon, en inmiddels zou ik vijf eetmomenten op een dag moeten hebben. Vandaag moest ik haar vertellen dat ik het dit weekend royaal verneukt hebt. Schoorvoetend biechtte ik dus op dat ik maaltijden heb overgeslagen, uitgekotst en zaterdagavond zo’n heftige woedeaanval gehad dat ik er zelf nog twee dagen van ondersteboven was.

Dat vond ze dan weer helemaal niet raar, die woedeaanval. ‘Als je zo hard werkt om alles goed te doen, dan blijft die spanning maar oplopen. En op een gegeven moment klap je dan.’ Nou, dat kun je wel zeggen. Lig ik daar met mijn goeie gedrag ineens mijn matras te meppen terwijl ik volledig geluidloos schreeuw om mijn huisgenoot met zijn vroege ochtenddienst niet wakker te maken. Zo beleefd ben ik dan ook wel weer. Zelfs in mijn woedeaanval moet ik zo perfect mogelijk zijn voor de wereld om me heen.

‘Waarom raakt het je zo om toe te geven dat het niet goed met je gaat?’ Omdat dan mijn zorgvuldig opgebouwde façade ineenstort. Ik heb mezelf weer toegestaan dat meisje te worden met wie het altijd goed gaat. Hardop zeggen dat dat niet zo is, laat me nog kapotter voelen dan ik al ben. Maar het moet. Ik kan niet beter worden als ik doorlopend aan het toneelspelen ben. Dus als mijn vader me aan de telefoon vraagt hoe het me me gaat, zeg ik eerlijk ‘Slecht.’ ‘Ik hoor het aan je stem,’ zegt hij. Misschien heb ik het al die jaren dan toch niet zo goed verborgen als ik zelf denk.

Hallo, ik ben Marloes, en het gaat niet goed met me. Shit.

5 Comments

  1. Lieke

    Wat heb je dat prachtig beschreven, het raakt mij. Perfectie streven is zo zwaar, en dat herken ik. Onwijs goed dat je aangeeft dat het niet zo goed met je gaat, je mag er zijn. Dikke knuffel, Lieke

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.