twee vrouwen tijdens therapie

Helpende therapiesessie

Enige tijd geleden had ik een beeldend therapeute. Haar handen waren bruiner dan haar gezicht, alsof die vaker de zon aanraken.  Naar die handen kijk ik vaak, omdat ik moeite heb met iemands blik. Wanneer het moment komt dat iemand mij écht ziet dan raak ik volledig in paniek. En verergert de paniek nog meer wanneer ik zelf een verlangen voel om terug te kijken. Dan schiet ik compleet uit de windows of tolerance. Nee, meervoud: windows. Dan zie ik een skyscraper boven mij uit torenen, met piepkleine raampjes en delen achter glas die niemand kan aanraken. 

De beruchte windows of tolerance speelt een grote rol in de beeldende sessies. Eigenlijk wil ik die frustrerende window uit het raam gooien. Wat grappig is, omdat een raam uit het raam gooien nogal ironisch klinkt. Dan stel ik me voor hoe mijn ziel aan diggelen ligt en hoe ik ramen ingooi om mijn ziel weerspiegeld te zien in elke glasscherf. Dan klopt het tenminste bij mijn DIS. Ik heb niet één ziel, maar zielen.

In deze blog zal ik de beeldend therapeute Baukje noemen, want ze komt oorspronkelijk uit het hoge noorden. Het kan daarom ook niet anders dan dat ze houdt van zeilen. Dat vertelt ze mij zittend op de grond terwijl haar rug onderuitgezakt tegen de muur aanleunt. Op dat moment weet ik niet dat ikzelf onder de tafel zit, omdat dit door dissociatie niet in mijn volledige bewustzijn komt. Mijn rug is gekromd, mijn knieën geknield, en mijn hoofd botst een beetje tegen het tafelblad aan, elke keer als ik van een geluid schrik. Gelukkig zegt Baukje wat het voor geluid is. 

Langere periodes op mijn knieën zitten was iets wat ik goed kende als straf in een ijskoude kelder. De betonnen vloer bevroor alle botten in mijn knieën, zeker ‘s winters. Aan kou ontkom je niet, zeker niet als de mensen die jou straffen harten van ijs hebben. 

Haar benen zien er ontspannen uit, ze zijn gestrekt, het ene been is over het andere geslagen. Met een roerstaafje roert ze door haar thee. Het woord ‘huiselijk’ komt even bij me op, al weet ik zelf niet wat dat is. Soms huppelt Baukje door het lokaal, wat jonge delen uitnodigt om als frivole veulentjes in beweging te komen, maar vandaag is het de dag er niet voor. 

Ze kijkt naar buiten, terwijl ik in deze positie alleen haar benen zie. Ze omschrijft namelijk de wind in de bomen en hoe deze bewuste dag ideaal zeilweer is. Zodat ik weet dat ze niet naar mij kijkt. Ze praat alsof er zeeën van tijd zijn. Er popt een klein en jong verlangen bij me op om samen met haar in een zeilbootje te kruipen en op zoek te gaan naar een hoopvolle horizon. Want in de zon zit geen duisternis. 

Iemand vanbinnen wil Baukje zeggen hoe we een origami-bootje willen vouwen van al het papier in het beeldend lokaal, om haar mee te nemen. Maar ik kan niets zeggen. Wanneer de stille angst alles omsluit, bevries ik en verdwijnt mijn stem. Tegelijk met mijn stem verdwijn ik als hoofddeel. Dan zweef ik met geluk nog bovenaan het plafond als een trage geest. Een kinddeel neemt het dan over, waar ik me altijd kapot voor schaam. Soms denk ik dat mijn lichaam bevriest omdat het nog in de ijskoude kelder zit. Het gelooft niet daar ooit weg te komen. Dit vermoeden heb ik nog nooit hardop durven uitspreken.

‘In dit lokaal mag alles.
‘Behalve jezelf pijn doen, mij pijn doen of met meubels gooien’, corrigeert Baukje zichzelf vlug.
Ik mag hier boos worden en ontelbare keren tegen de wc-deur aantrappen. Baukje stuurt dan een mailtje waar ik blijf. Op de één of andere manier werkt dat ontnuchterend. 

Vlak voordat ik op mijn knieën onder de tafel belandde, schopte ik keihard tegen de wc-deur aan om de boosheid kwijt te raken. Maar als ik boos word moet ik daarna mezelf altijd straffen. Wanneer mijn knieën naar de grond zakken hoor ik Baukje ver weg zeggen: ‘Je hoeft niet op de grond te zitten. Hier mag je gewoon op een stoel zitten.’

Niemand gelooft haar, maar ik luister altijd naar Baukjes toon. Die klinkt oprecht en zo dichtbij; dan weet ik haast zeker dat ik niet in het verleden zit. Een stem die zoveel meer zegt dan alleen woorden. Het overstemt de stemmen in mijn hoofd. Bij haar stem hoort ook dat het niet erg is dat we nu niet toekomen aan tekenen.

Nog steeds praat ze rustig, soms is ze stil en geeft mij even wat verwerkingstijd. Ze kijkt zonder mijn gezicht te zien. Bizar ingetuned op mij zodat ik haar er een paar keer van verdenk dat ze gedachten kan lezen. Zo kunstig geeft ze woorden aan het woordeloze.

Wanneer de tijd begint te dringen, al geeft ze nooit die indruk, probeert ze mijn hoofddeel erbij te betrekken. En ze doet iets wat hiervoor nooit iemand deed. Ze spreekt me aan met ‘jullie’; daarmee spreekt ze alle delen tegelijkertijd aan. 

De eerste keer was dat een enorme schok omdat ineens alle delen meeluisterden. Ze wil op zo’n moment oprecht met iedereen vanbinnen praten. Alsof elk deel er mag zijn. Het enge hiervan is dat dader-imiterende delen na heel veel geduld ook mondjesmaat met haar begonnen te praten. Dat hadden ze nog nooit gedaan. 

Soms denk ik dat therapeuten geen ruimte meer krijgen om écht geduldig contact te maken; alles moet nu snel qua behandeling. Dat is doodzonde, want hoe vaker Baukje met mij en mijn binnenwereld praatte, hoe beter ik leerde hoe dat bij mezelf toe te passen. Voordat ik dit echt goed kon ervaren en toelaten, waren we vier jaar verder. 

Ze is nu naar een nieuwe werkplek maar ik betrap mezelf er soms op dat ik haar zinnen en toon gebruik om delen gerust te stellen. Dan klinkt haar stem door in mijn hoofd en heel soms vervormt dat, en wordt het ineens mijn eigen stem. Daar ben ik haar en mezelf heel erg dankbaar voor.

Tips voor hulpverleners bij DIS/AGDS

  • Wees oprecht, dat klinkt door in je stem
  • Werk met de windows of tolerance en focus op het lichaam kalmeren
  • Gebruik ‘jullie’ als je denkt dat delen niet meedoen (check dit wel vooraf of iemand dat goed vindt)
  • Nodig een gezond volwassen deel uit zodat er weer eigen regie ontstaat maar push nooit
  • Vertel iets over jezelf ter afleiding
  • Zet je eigen lichaam in door bijvoorbeeld te huppelen (iets met spiegelneuronen)
  • Wees onvoorwaardelijk present
  • Ook al denk je geen therapie te geven, toch geef je het. Je weet vooraf niet wat iemand meeneemt naar de rest van zijn of haar leven
  • Verwoord het woordeloze
  • Leg geen druk op aankijken en doe het soms zelf ook niet (daarmee kan iemand weer in de window komen)
  • Leg geen druk op tijd, want dat werkt stress-verhogend
  • Ga op de grond zitten als iemand op de grond zit
  • Vertel dat de ruimte een andere ruimte is dan vroeger
  • Stel je plan bij (door bijvoorbeeld niet te tekenen)