Handen uit de mouwen

Trigger Warning – Deze blog gaat over automutilatie

Een tijdje terug was ik bij de huisarts om naar mijn polsen te laten kijken, waar ik al enkele weken last van had. De dokter bestudeerde mijn polsen en zag wat krasjes. “Dat heb je toch niet zelf gedaan?” sprak hij bezorgd. “Nee, dit was de kat,” zei ik lachend. “Maar automutileren doe ik ook hoor, al was dit echt de kat.”

Ik moest lachen omdat heel veel mensen die zichzelf beschadigen wel op de hoogte zijn van het smoesje rondom de kat. Katten krabben nou eenmaal, dus worden zij vaak gebruikt als boeman om de door eigen toedoen veroorzaakte krassen te verklaren. Ik vrees dat er veel katten door het leven gaan met een boetekleed aan dat hen ten onrechte is toegeworpen.

Ook ik sta geregeld weer met mijn bek vol tanden als iemand me vraagt waar de krassen of schaafwonden op mijn hand vandaan komen. Soms ben ik eerlijk, maar dit kost me ook veel energie. Er volgt namelijk bijna altijd een intensief gesprek waarin ik uitgebreid uit de doeken moet doen waarom ik in godsnaam zoiets doe. En dat vind ik behoorlijk lastig om uit te leggen.

Ik heb niet altijd zin in vragen, hoe goedbedoeld ze ook zijn. Simpelweg omdat het me dwingt te praten over iets waar ik me heel kwetsbaar over voel. Ik houd niet zo van smoezen bedenken, dus meestal probeer ik de wondjes maar te bedekken, zodat niemand ze ziet. Vandaag had ik bijvoorbeeld een blouse aan waar ik mijn duim tussen de knoop en de rest van de mouw kon steken. Het diende automatisch als een soort beschermende handschoen. Er was bijna niks meer te zien. Super handig!

Misschien vraag je je nu af waarom ik mezelf in godsnaam op zichtbare plekken beschadig, als ik er eigenlijk liever niet over wil praten. Dit heeft voor mij verschillende redenen.

Allereerst is het goed om te vertellen dat ik tijdens het moment van zelfbeschadiging niet helemaal helder ben. Ik kies simpelweg een plek uit die ik op dat moment het ‘prettigst’ vind. Dat klinkt vreemd, want hoe kan pijn nou prettig zijn? Toch is dit hoe het voor mij werkt. Ik ben te ver weg met mijn hoofd om de gevolgen, en dus ook de zichtbaarheid ervan, te kunnen overzien.

Ten tweede komt automutilatie bij mij ook voort uit zelfhaat of zelfbestraffing. Op het moment dat ik het op een duidelijke zichtbare plek doe, is dit extra straf: ik kan het resultaat namelijk nog dagen zien zitten. Ik voel me rustig als ik er achteraf naar kijk. Het is alsof de pijn die normaal in mij huist, zichtbaar is geworden op mijn huid.
Maar het dient soms ook voor mezelf als een vage herinnering: je had écht zoveel pijn en dat heb je niet verzonnen. Ik hoef het dan gek genoeg minder te bagatelliseren voor mezelf. Het is nu zo zichtbaar, ik kan er niet langer omheen en hoef mezelf niet meer wijs te maken ‘dat het allemaal wel meevalt en ik me gewoon aanstel’. Kortom: zichtbaarheid is deels juist een belangrijke factor.

De derde is een lastige, omdat hij ook tégen mensen die automutileren wordt gebruikt.
“Je doet het gewoon om aandacht te trekken.” Dit wordt gezegd als een heel naar verwijt. Het is zo’n complex probleem en je kunt het zeker niet samenvatten in dat ene zinnetje. Toch is het, in mijn geval, deels waar. Iets in mij vindt het namelijk fijn om mijn geschonden hand aan de psych of aan mijn vriendin te kunnen laten zien. Als een soort zichtbaar bewijs van innerlijke pijn, gekoppeld aan de onzichtbare vraag: “Wil je me alsjeblieft helpen? Ik heb je hulp nog heel hard nodig.”

Gelukkig reageren zowel mijn psych als mijn vriendin niet erg overdreven op de plekken op mijn huid. Ze zijn oplettend en besteden er enige aandacht aan en trekken er ongetwijfeld lering uit, maar komen niet met overdreven medelijden op de proppen. En dat is fijn. Dit maakt die derde overtuiging om het te doen namelijk niet groter of belangrijker.

Met mijn vriendin kan ik zelfs grapjes maken over het krassen. Zo had ik vandaag een trui gekregen, met van die gaten waar je je duim in kunt steken, zodat de mouw deels over je hand valt. “Hoera, hij is automutilatieproof,” juichten wij lachend.

Ondanks het feit dat ik heel graag wil stoppen met automutileren, is het denk ik ijdele hoop als ik pretendeer er vanaf nu compleet mee op te houden. Dat is namelijk ontzettend moeilijk. Uiteraard doe ik mijn uiterste best om het zo min mogelijk te doen en om de onderliggende problematiek aan te pakken. Maar voorlopig vrees ik dat ik nog steeds, eens in de zoveel tijd, mijn hand gedwongen in mijn mouw zal moeten verstoppen. En dat vind ik jammer. Maar ik vind het ook meer dan logisch dat niet iedereen begrijpt hoe te reageren, als ze het wel zouden zien.

Daarom schrijf ik toch deze blog. Zodat langzaam de onzichtbaarheidsmantel van dit zorgvuldig verstopte probleem wordt getrokken. En ik eindelijk mijn handen uit mijn mouwen kan steken.

4 Comments

  1. Tsjah… Die ‘aandachtsvraag’. Ik ken dat wel; soort gevoel van ‘iemand alsjeblieft, zie mij, begrijp mij, voel mij maar alsjebliefd laat me niet bestaan’. Ik kan wel ns hopen dat mensen het zien. Maar tegelijkertijd doe ik het juist zo dat niemand het zomaar ziet. Ik ben me er zeer bewust van als t Is gebeurd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.